List en bedrog rondom Toetanchamons graf

HISTORISCHE feiten overgoten met een creatief sausje, een nieuwe waarheid die de geschiedkundige leugens inhaalt - vroeger leverde dat een roman op van Walter Scott, of een feuilleton van Alexandre Dumas....

Vooral Engelsen (schrijvers en lezers) zijn er dol op. Ze ontdekken en bewijzen waar de Heilige Graal zich bevindt, waar de Arke des Verbonds gezocht moet worden, en dat de Moeder Gods na de dood van haar zoon in Engeland is gaan wonen. Katharen, tempeliers en rozenkruisers zijn graag geziene handlangers in die onthullende herschrijvingen van de historische feiten. De boeken zijn bestsellers, en de BBC maakt er mooie documentaires van.

Gerald O'Farrell heeft dertig jaar lang de geschiedenis van de ontdekking van het graf van Toetanchamon bestudeerd, alsmede de lange nasleep die min of meer bekendstaat als 'de vloek'. Het resultaat is The Tutankhamun Deception, de misleiding dus, in de eerste plaats door de ontdekkers zelf, vervolgens door een lange reeks betrokkenen: misleiding geglobaliseerd.

O'Farrells uitgangspunt getuigt in ieder geval van een hoge nuchterheidsgraad en gezonde logica. In dertien musea over de hele wereld zag hij de enorme hoeveelheid kunstschatten die uit het graf van de farao afkomstig was; toen O'Farrell eenmaal in de Vallei van de Koningen een bezoek bracht aan het graf zelf, concludeerde hij dat al die kunstvoorwerpen onmogelijk in de vier vrij kleine kamers van het mausoleum konden passen, temeer daar het aannemelijk is dat ook nog heel veel kostbaarheden uit het graf hun weg hebben gevonden naar particuliere verzamelaars - volgens O'Farrell zelfs meer dan de helft.

De officiële lezing van de vondst in 1922, en de ontruiming van het graf in de volgende tien jaren, is een kruising van een jongensboek met een wetenschappelijke heldensage. O'Farrells eigen reconstructie laat in ieder geval van die sage weinig tot niets heel. De ontdekkers, de archeoloog Howard Carter en diens geldschieter Lord Carnarvon, hebben het graf van Toetanchamon waarschijnlijk al jaren eerder gevonden, en al die tijd de inhoud systematisch geplunderd. Winstbejag was hun enige motief. Het was normaal een vondst gelijkelijk te verdelen tussen de vinders en de Egyptische staat, behalve als het een ongeschonden koningsgraf betrof: dan ging alles naar de staat.

Het graf van Toetanchamon, wiens hoofd kort geleden is gereconstrueerd in opdracht van de Britse tv-zender Channel Five, was inderdaad ongeschonden, waardoor Carter en Carnarvon met lege handen zouden staan. Carter was, nog steeds volgens O'Farrell, de strateeg achter de jarenlange geheimhouding en plundering. Hij zou gangen hebben afgesloten, en een doorgebroken muur opnieuw hebben beschilderd. Op zijn aanwijzing smokkelde een beruchte familie van Egyptische grafrovers de voorwerpen de Vallei uit. Het nog steeds uitzonderlijke restant van de schat kon hij zonder problemen aan de wereldpers presenteren als een spectaculaire ontdekking, het resultaat van jarenlang graven en investeren, van volharding en archeologisch vernuft.

O'Farrell is niet de eerste die vraagtekens plaatst bij de officiële lezing, wel de meest radicale. Als hij gelijk heeft, dan is de ware toedracht inderdaad een bijna ongelooflijke aaneenschakeling van grafschennis en vuige handelsgeest, in plaats van respect voor de geschiedenis, ordinaire volksverlakkerij en barbarisme jegens de culturele erfenis van een land. In dat geval zou je wensen dat de 'vloek' van Toetanchamon een feit was in plaats van moderne folklore.

Helaas wordt de geloofwaardigheid van het eerste deel onbedoeld ondergraven door het vervolg: de hoofdstukken over de vloek en speculaties over een verdwenen manuscript. Kon O'Farrell tot dan toe de lezer redelijk overtuigd houden van de deugdelijkheid van zijn bronnenonderzoek en de geldigheid van zijn interpretaties op basis daarvan, in het vervolg nemen de speculaties de overhand. Ook O'Farrell weet natuurlijk dat het onzin is te geloven in een vloek van de meer dan 3300 jaar geleden, nog voor zijn twintigste overleden farao, en daarom koppelt hij de geheimzinnige sterfgevallen (minstens zes van de 26 aanwezigen bij de officiële betreding van het graf overleden onder 'verdachte' omstandigheden) aan het bestaan en de inhoud van een geheimzinnig manuscript.

Niemand heeft dit manuscript ooit gezien, maar niemand minder dan Sigmund Freud zou vermoord zijn omdat hij, op zijn eigen manier, de schokkende feiten had gereconstrueerd die ook door het manuscript worden weergegeven. Om de spanning niet te bederven voor toekomstige lezers, zal ik niet verraden wie hier een spectaculaire gastrol komt spelen, maar het is duidelijk dat O'Farrell in dit deel van het boek nog veel had kunnen leren van Walter Scott en Alexandre Dumas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden