Lisbonistas vallen van hun Europese geloof

‘Lisbonistas’ worden ze genoemd, de discipelen van het Verdrag van Lissabon. Maar ook voor deze diehards van de Europese eenwording is de glans er nu wel af....

Het is een opmerkelijk geluid in de Brusselse wandelgangen. Kabbelt hier meestal de lofzang over het nieuwe Verdrag als muzak langs de plinten, nu klinken er dissonanten. De spanningsboog was te lang, twijfel is gezaaid. ‘We kunnen heel goed zonder’, biecht een voormalige adept op.

De afbladdering van ‘Lissabon’ heeft zich in vier jaar voltrokken. Op dit moment handelt en wandelt de Europese Unie conform het Verdrag van Nice, waarover de regeringsleiders destijds vier nachten en vijf dagen hebben lopen bakkeleien. Omdat Nice in feite een lappendeken is van oude verdragen (Parijs, Rome, Maastricht, Amsterdam), werd de voormalige Franse president Giscard d’Estaing gevraagd een nieuw Verdrag op te stellen. Dat hebben de leiders geweten: het werd de Europese Grondwet.

Die Grondwet stuitte in 2005 op een ‘nee’ van de Nederlanders en de Fransen. Na een periode van ‘reflectie’ werd de Grondwet veranderd in het Verdrag van Lissabon: ander kaftje en nieuwe paginanummering, maar ruwweg dezelfde inhoud. Even lachten de echte Europeanen in hun vuistje, tot de Ieren vorige zomer ook deze tekst torpedeerden.

Inmiddels heeft de Ierse regering Brussel wat concessies afgetroggeld in de hoop bij het tweede referendum op 2 oktober wel een ‘ja’ te krijgen. Maar het sprankelt niet meer. En zelfs als ‘Lissabon’ over Dublin zegeviert, is het Verdrag nog niet veilig gesteld. De Duitse, de Poolse en de Tsjechische president moeten er hun handtekening nog onder zetten. De laatste twee zijn dat vooralsnog niet van plan.

Murw gebeukt door zo veel tegenslag, spuien nu ook de Lisbonistas kritiek op ‘hun’ Verdrag. Is dat wel zo goed doordacht? Neem het befaamde ene telefoonnummer waar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken (1973-1977) Kissinger al om vroeg. Als hij Europa nodig had, wist hij nooit wie te bellen. Onder het huidige Nice-verdrag belt Obama ofwel de voorzitter van de Europese Commissie, ofwel de halfjaarlijks wisselende EU-voorzitter. Strandt hij op hun voicemail, dan is er altijd nog de vleugellamme EU-buitenlandchef Solana.

Met ‘Lissabon’ moet de Amerikaanse president een paar nummers aan zijn BlackBerry toevoegen. Het verdrag geeft het Europees Parlement meer macht, en dat heeft ook een voorzitter. Daarnaast komt er een vaste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders. Let wel, er is straks dus een voorzitter van het parlement, een van de Commissie, een vaste voor de regeringsleiders, een roterende voor de EU én een (dankzij ‘Lissabon’) gepimpte buitenlandchef.

Helderder wordt het niet, ook niet voor de Europese burger. En kunnen die vijf superego’s straks wel door één deur? Stel eens voor: de voormalige Britse premier Blair, die in beeld is als de eerste vaste Raadsvoorzitter, naast Sarkozy die tijdelijk de EU leidt. Wie voert dan het woord tijdens een nieuwe gascrisis? En namens wie?

Nee, de EU werkt eigenlijk heel goed met ‘Nice’, merken diplomaten steeds vaker op. Om er met een hartstochtelijke zucht aan toe te voegen: ‘Lissabon’ is besmet, laten we het begraven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden