Lisa heeft de trein gemist

De Turkse schoenpoetser, de krantenverkopers, de zwervers, de bedelaars, de man van de Italiaanse ijskar en Lisa: het vaste meubilair van het stationsplein in Amsterdam....

Ze lag op haar linkerzij in het alkoof van de stationsingang, het hoofd gestut op haar arm, en wie had kunnen bedenken dat ik de volgende ochtend verliefd op Lisa zou zijn.

Ze was 23 en drie jaar dakloos, vertelde ze. Dat wil zeggen: ik stelde vragen en zij zei niet veel meer dan ja of nee. Als ze geld had liep ze door Amsterdam en anders zat of lag ze bij het Centraal Station. Wel allemaal mensen in en uit, maar veel te beleven was er niet. Muzikanten, krantenverkopers, de schoenpoetser straks. 'Heb je een sigaret voor me?' Ik legde het wat en waarom uit, en ze zei dat ze erover zou nadenken.

Even eerder was de uitbundige krantenverkoper begonnen te roepen en te springen: 'Het Parool! De om één uur geperste Amsterdamse middagkrant met allemaal vrolijke artikeltjes. Verkrachtingen, moorden en ongelukjes.' Naast hem de altijd lachende oude dame met haar aria: 'Lees de DAK-lozenkrant twee gulden, lees de DAK-lozenkrant twee gulden, lees de DAK. . .'

Om kwart voor drie had de Italiaanse wafelijsverkoper zijn busje op het stationsplein gezet. Op de brug naar het Damrak speelde een man met een leren hoed op zijn baritonsax. Een andere man liep met gebogen hoofd tegen de tram naar Diemen op en bloedde uit zijn wenkbrauw. Hij was zo in gedachten geweest, verontschuldigde hij zich tegen de bestuurder. En tegen de opzichter die het formulier invulde, en tegen de tram die leegliep, en tegen de politie die met vijf zes man opdaagde en ten slotte tegen de ambulance. Een Surinaamse vrouw haalde een papieren zakdoekje uit haar mouw. Een andere dame, in het kostuum van de Arena Culinair, gaf hem een ijsje en deelde ook de andere acht maar uit: ze zouden helemáál gesmolten zijn als ze met de tram aankwam.

De Turkse schoenpoetser had zich achter zijn apparaat met koperen flessendoppen geposteerd bij de stationsingang. Op het plein probeerde een vrouw in ruisend Bhagwan-gewaad een twijfelende Amerikaanse jongen met vriendin te verleiden tot de aanschaf van een Nederlandstalig boekje over beter-mens-worden-door-beter-te-eten. Geld op, sorry, en ze moeten naar Schiphol, you know. Maar toch kwam de Amerikaanse jongen even later met een paar gulden terug voor 'een hogere smaak'.

Tegen vijven verandert het aanzicht van het stationsplein: de mannen in pakken marcheren met hun attachékoffertje tegen de stroom rugzakken in die het station verlaat. En dan staat plotseling Lisa naast mij.

'Zullen we wat gaan eten', zegt ze. In de 1ste klas-restauratie. We drinken, zij appelsap, ik bier. Ze is er een paar keer uitgezet, ook als ze geld bij zich had. 'Ze staan op je te letten en dan word ik zenuwachtig en zeg ik: kijk voor je, en dan zeggen ze: ga er maar uit, anders halen we de spoorwegpolitie.'

We eten, voornamelijk zwijgend. Ze is op het donkerblauwe jack en de gympen na helemaal in 't zwart. Het enige wat ze verder bij zich draagt is een lichtgroen plastic zakje met papieren.

Waar denk je aan, vraag ik. 'Nergens aan', zegt ze. Wat bevalt je hier bij het station? 'Niets', zegt ze, 'ik verveel me eige soms dood.'

Ze is op Aruba geboren. Tien jaar geleden verliet ze haar moeder in Utrecht. Waarom ze altijd ruzie hadden wil ze niet zeggen. Ze kent haar vader, die op Aruba is gebleven. Toen ze er vorig jaar acht dagen was, meer geld had ze niet kunnen sparen, zocht ze hem niet op.

Ze heeft een adres, voor de uitkering. De laatste drie jaar leeft ze op straat, in Amsterdam: 'Hier vallen ze je niet lastig.' Soms slaapt ze bij het Leger des Heils, maar daar moet je een afspraak voor maken. Ze is niet verslaafd, onderhoudt contact met niemand, ze is niet zielig, alleen een beetje niet zo lekker omdat ze bloedarmoede heeft. Ze zou wel een paar vriendinnen willen hebben. 'Maar ik kan mensen niet vastbinden. En andersom ook niet. Dus.' Een paar keer vraagt ze: 'Kun je nog even blijven zitten?' en drinkt een vierde flesje appelsap.

Op het stationsplein hebben zich intussen meer kringen gevormd. Van rugzaktoeristen. Of zomaar. En een grote rond een groepje met slaginstrumenten dat Latijns-Amerikaanse muziek speelt en acrobatische sprongen maakt. De Turkse schoenpoetser heeft het aardig druk, maar in het regenland dat Nederland deze zomer tot nu was had het natuurlijk geen zin 'natte voeten te poetsen'. De plaats van de Italiaanse ijsverkoper is ingenomen door het karretje met hot dogs.

In de loop van de avond wordt het stationsplein meer theater. Een zwarte jongen met rode haarband en ontbloot bovenlijf loopt luid pratend geweldige rondjes. 'They are so fucking jealous, man.' Hij verdedigt Jimi Hendrix, soms ook in het Nederlands, tegen niemand in het bijzonder. Lisa is gaan zitten onder de overkapping achter de AKO-boekhandel.

In de wat dooie hoek van het stationsplein, voor Smits Koffiehuis NZH, hangen drie vier dealers rond. 'Go Go Go', zegt een Surinaamse man op een van de brugbanken tegen een 'small money' bedelende jongen. 'You are not been born for this. Go to the clinic.' De in een zware wijnrode jas gehulde jongen blijkt even verderop gewoon Limburgs, waar hij met een kortgebroekte West-Vlaamse man in gesprek raakt over streektalen. De Belg aarzelt lang. 'Ik geef het u graag', zegt hij, 'maar het belangrijkste is uw levensprobleem.' En geeft dan toch een bankbiljet uit zijn polstasje en wenst de jongen 'in elk geval goede moed hè'.

Ik zie Lisa traag het stationsplein oversteken naar de Damrakbrug. Het is tien voor tien: de stadsreiniging spuit de randen van het plein schoon. Een Amerikaanse sprekende dame houdt rugzakkers, die met zoekende blik het Centraal Station uitkomen, kaartjes voor van het Travel Hotel en kleurenfoto's van het bed en wijst de richting.

Onder de klok aan de blauwe paal is een stevige man onder een deken gaan slapen, de bierfles halfleeg. Een slanke man in hagelwit pak springt te voorschijn uit het gat van de metro-ingang, brult de eerste twee regels van het Israëlische Shalom-lied en buigt knielend voor de paal met het minimalistische waterfonteintje. Hij draagt een bloemenslinger van schouder tot knie. Een bruidssluier, zegt hij, want hij is in ondertrouw met Jezus en van Veenendaal, en in Amsterdam is nog maar 2 procent godsdienstig. 'Moeten we dan bidden dat er weer oorlog komt?' Lisa komt traag teruggelopen.

Drie jongens zitten te kaarten tussen hun rugzakken. Uit de stad stromen nu echtparen, na een avondje uit of gewoon eten, sommige vrouwen met een in plastic gevatte roos. 'Weil die Schwulen in Köln', hoor ik de oudere tegen een jongere man zeggen met wie hij hand en hand het station binnengaat. Om half twaalf demonteert de Turkse schoenpoetser zijn apparaat. Uit de metro-ingang stapt een rasta-jongen met in zijn rechterhand een koperen staaf die hij minutenlang in de lucht steekt. Dan zet hij zich met zijn rug tegen de paal van een prullenbak en gaat zonder op of om te zien driftig pennen in een schrijfblok.

Lisa vraagt of ik even meega naar een kroeg. Ik geef haar geld, want ik moet blijven werken.

Naarmate het nacht wordt, herken ik de mensen die tot het vaste meubilair van het stationsplein behoren. Een aantal van hen heeft me eerder om een sigaret gevraagd. 'Hallo mijn zoon', duwt een grijsgebaarde zwerver tegen de slapende stevige man onder de deken onder de klok. 'Hallo Joop, opstaan.' Een ander gaat bij hem liggen en praat. Na een half uur van twisten en sjorren, pakt hij zijn deken. De oudere met de grijze baard gaat liggen naast de hoofdingang. Om één uur precies ratelen de hekken naar beneden. De zij-ingang links is voor de reizigers uit en naar de nachttreinen. En voor hen alleen. Drie politiemannen zien er op toe.

Lisa is terug. Ze ligt op haar rechterzij, met de rug tegen de oostenwind en het hoofd op het plastic tasje, te slapen tussen de blauwe paal met klok en de prullenbak waartegen de rastajongen nog steeds zit te pennen.

Eerst denkt Marc uit Gent, een uur later een Griek (die ik al eerder samen met die Marc gezien had) dat ik herenliefde zoek. 'Nee, ik ben hier om te werken', zeg ik. 'Ik ook', zegt de Griekse jongen. Hij vertelt dat hij het zowel met mannen als vrouwen doet, en nog veel meer 'als het maar betaalt'. Lisa ligt nog in dezelfde houding, bewegingloos.

De Jimi Hendrix zie ik weer op de brug van de Nieuwe Zijds naar het station, waar hij van pallethout en plastic een slaaphok tegen de leuning heeft getimmerd. Om kwart over twee heeft de rastajongen zijn schrijfblok helemaal volgepend. 'De katholieke koran', zegt hij. Waarna hij zich openbaart als de nieuwe Koning der Koningen, het rechte en het andere deel van de koperen kromstaf oppakt en eerst wijst in de richting van de Martelaarsgracht en daarna naar de (inderdaad) Sint Nicolaaskerk aan de Prins Hendrikkade.

Lisa is nu helemaal alleen. Op de steigers van de rondvaartboten liggen rugzakkers uit alle landen, voor de deuren van de stationsingang zwervers en een paar junks. Op een bank in een tramhokje wordt gechineesd. In een ander tramhokje bieden twee jongens zich aan voor een herentriootje. Om het uur is het even druk met nachttreinreizigers, ontwaken even sommige junks.

Om vier uur, als een Publex-man de affiches voor de Uitmarkt op de billboards plakt en de stadsreiniging het stationsplein bespuit, ben ik Lisa kwijt. Ze is gaan liggen tussen de fietsen bij de nachttreiningang, nu op haar linkerzij.

Om vijf uur ratelen de hekken open en gaan junks, zwervers en de vier hoerenjongens zich binnen warmen. Na twintig minuten moeten ze er weer uit van de politie. Het is het uur van de wolf: om niks ontstaat even ruzie en dreigt gehakketak. Lisa heeft zich nog niet verroerd. Een Duitser in bloemetjesbloes heeft gekotst, moet het zelf opruimen van de politie en jankt dat hij beroofd is. Unal Ergin verkoopt vanaf een tafeltje naast de metro-ingang koffie en thee, spritsen en gevulde koeken. Aan junks en zwervers vraagt hij, als het niet anders kan, maar een dubbeltje of kwartje.

Om twintig over zeven staat Lisa weer naast mij. Het kost me moeite om te wennen aan overdagse mensen die niet iets van me willen. In het stationsgebouw springt de bruidsman uit Veenendaal nu zonder bloemenslinger te voorschijn, galmt twee psalmen en verdwijnt als een duvel in zijn doosje.

Lisa zit in de zon op het stationsplein. Alleen tussen de stromen mensen die langslopen en even neerkijken. Lisa ligt op haar buik, op haar zij, Lisa zit. Ze vraagt niks, ze is er alleen maar. Alleen. Het afgelopen etmaal heb ik haar verder met niemand zien praten. 'Lisa, wat wil je?' vraag ik, als we eten in Smits Koffiehuis NZH. 'Veel geld', zegt ze, en daarom wil ze zich morgen inschrijven voor de avondmavo voor volwassenen. Ze vraagt: 'Kun je nog even blijven zitten?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden