ReportageBendegeweld in Zweden

Liquidaties in Malmö? Wat is er in Zweden aan de hand?

Overal in het straatbeeld van Malmö is politie te zien. De operatie Rimfrost moet het drugsgerelateerde geweld uitbannen. Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Wat is er aan de hand in de ooit zo bejubelde modelstaat Zweden? In grote steden als Stockholm, Gotenburg en Malmö nemen drugsbendes de straten over. Bomaanslagen en liquidaties zijn aan de orde van de dag. Veel van dat geweld wordt toegeschreven aan migranten. ‘Het is niet meer leuk om hier te wonen.’

Voor het raam van een Koerdische pizzeria in Möllevången, een etnisch gevarieerde en levendige wijk in Malmö, staan twee jongemannen zwijgzaam voor zich uit te kijken. Een van hen heeft een petje op, de ander een grijze capuchon over zijn hoofd getrokken. Achter hen staan kaarsjes op de grond, bosjes bloemen liggen ernaast. Aan de muur hangt een foto van hun 15-jarige vriend Jaffar Ibrahim, die hier op 10 november is doodgeschoten.

‘Het was een goede gozer’, zegt de jongen met de pet. Veel meer wil hij er niet over kwijt. Maar wel dat het snel ging. Het was een zaterdagavond, rond 21.00 uur. Twee daders kwamen op de fiets aangereden en losten twaalf schoten. Jaffar Ibrahim werd zeven keer geraakt, een andere jongen vijf keer. Die laatste ligt nu in coma in het ziekenhuis. De daders verdwenen in het donker, even snel als ze gekomen waren.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Waarom de afrekening plaatsvond? De jongens schudden hun hoofd. ‘We weten het niet’, waarna ze weglopen.

We weten het niet. Dat is het antwoord dat veel inwoners geven op de vraag hoe het kan dat extreem geweld dagelijkse kost is geworden in Zweden. Drugsbendes strijden in de grote steden – Stockholm, Gotenburg en Malmö – tegen elkaar om territorium. Ze schrikken elkaar af met liquidaties en explosies, die vooral in de achterstandsbuurten plaatsvinden.

In 2018 zijn er volgens de cijfers van de politie 162 bommen in het land afgegaan. Vorig jaar waren het er in de eerste negen maanden meer dan honderd. ‘We moeten helaas naar oorlogsgebieden kijken om een vergelijkbare situatie te vinden’, zei Amir Rostami, criminoloog aan de Universiteit van Stockholm, tegen de Zweedse krant Dagens Nyheter.

Vooral het zuidelijke Malmö, de toegangspoort tot Zweden, heeft het zwaar te verduren. In augustus werd een vrouw met een baby in haar armen doodgeschoten. Begin november gingen er in de stad drie bommen af in een tijdsbestek van 24 uur. Een daarvan blies de voordeur uit een appartementencomplex.

Flatgebouwen in de wijk Kroksbäck ten zuiden van het stadscentrum waar veel migranten wonen.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Spagaat

‘We zijn er ziek van’, zegt de 55-jarige Anders. De boekhouder woont in het centrum van de stad, maar heeft een wandeling naar de kust gemaakt. Hij werpt een blik over de Sontbrug, die Malmö met de Deense hoofdstad Kopenhagen verbindt. ‘Het is niet meer leuk om in Zweden te wonen. Vorig jaar hoorde ik een schietpartij, bij mij om de hoek. Er waren kinderen bij.’

Anders slaakt een diepe zucht en wrijft zijn bril schoon. ‘We hebben niet goed gezorgd voor de migranten. Deze samenleving gaat verscheuren.’ Dan lijkt hij plotseling te schrikken van zijn eigen woorden. Zijn achternaam wil hij niet in de krant. ‘Malmö is in principe veilig hoor’, zegt hij snel. ‘Je kunt overal lopen. In de media wordt de situatie overdreven.’

De tegenstrijdige woorden illustreren de spagaat waarin Zweden zich bevindt. Het welvarende land stond jarenlang bekend als een van de veiligste en tolerantste ter wereld, dat asielzoekers met open armen ontving. Nu domineren de verhalen over door migranten gepleegd geweld de dagbladen. De krant Dagens Nyheter deed in 2017 onderzoek naar honderd moordgevallen of pogingen tot moord en kwam tot de conclusie dat negentig procent van de verdachten een migratieachtergrond had. Het gevolg is een xenofobische spiraal. Voor het eerst in de geschiedenis van het land gaan de radicaal-rechtse Zweden-democraten met 24 procent aan kop in de peilingen.

In een administratief centrum van de politie in Malmö staat woordvoerder Ewa-Gun Westford stralend bij de deur. Ze moet nog even de lokale journalisten bijpraten, een dagelijks ritueel. Na een half uur komt ze terug. Ze haalt haar telefoon tevoorschijn, toont een foto van een paleis in Normandië. Ze heeft het afgehuurd voor een vakantie met het gezin van haar dochter. ‘Kijk dan hoe prachtig!’

Dan betrekt haar gezicht. Het geweld, ja natuurlijk. ‘We hebben zo veel schietpartijen hier, zo veel explosies’. Ze kan zich nog goed herinneren dat dit gebouw pas in gebruik was genomen. Het was Eerste Kerstdag ’s avonds, 2014. Ze had net haar eerste schnaps op toen er een bom afging voor het pand. ‘Gelukkig raakte niemand gewond.’

Maar of Malmö no-gozones heeft? Nee, zegt Westford. ‘Wij spreken over ‘zeer kwetsbare gebieden’. En zelfs als we no-gozones zouden hebben – die we dus niet hebben – dan zouden we die van hogerop nooit zo mogen noemen. Wij willen een inclusief land zijn.’ Toch zijn er veel buurten waar ze zelf niet zou willen wonen, voegt ze eraan toe. ‘Zoveel culturen…’.

Jeugdwerkers zijn in gesprek met jongens die op straat rondhangen in de wijk Bellevuegård. De jeugdwerkers zijn in dienst bij stichting Flamman die verschillende projecten en inrichtingen in de buitenwijken van Malmö heeft. Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Wegbezuinigd

Ze moet nu snel door. Het is druk. Na de moord op Jaffar Ibrahim is ‘operatie Rimfrost’ (Zweeds voor ‘vriesdauw’) in het leven geroepen. Politie-eenheden uit het hele land zijn de komende zes maanden in Malmö aanwezig om de drugscriminaliteit te bestrijden. Je ziet ze overal in het straatbeeld: patrouillerende politieauto’s, agenten die controles uitvoeren op willekeurige burgers.

Rafi Farouq, die leiding geeft aan het jeugdcentrum Flamman, gelooft niet dat de politiemissie veel gaat opleveren. De problemen zitten veel dieper dan het geweld aan de oppervlakte, verzucht hij. ‘Zweden heeft zitten slapen. De migranten zijn niet goed opgevangen. De politie en de overheid hebben geen idee wat er in de buurten speelt, hoe weinig perspectief er voor de jongeren is’.

Naast Farouq zitten de jeugdwerkers Husko Chahrour (28) en Nooh Dib (21). Positieve rolmodellen, al zeggen ze het zelf. Chahrour heeft zijn eigen sushi-restaurant, Dib verkoopt sandwiches aan restaurants. Drie keer per week gaan ze voor Flamman de probleembuurten in om jongeren te behoeden voor radicalisering.

‘Kom’, zegt Farouq. ‘We zullen de stad laten zien.’

Door de ramen van Farouqs auto trekken uit beton opgetrokken flatgebouwen voorbij. Vroeger was er vooral één probleemgebied, legt Farouq uit: Rosengard, waar de voetballer Zlatan Ibrahimovic opgroeide. Nu gaat het om een hele waaier aan wijken waar de segregatie is doorgeschoten. Ze lopen kriskras door de stad en liggen zij aan zij met welvarende gebieden.

‘Kijk’, zegt Farouq met trots in zijn stem als hij langs een verlaten sportveld rijdt. ‘Op dat gras heeft Zlatan vroeger nog gespeeld.’ Nu is de club gesloten. ‘Veel subsidies voor jeugdactiviteiten zijn door de overheid wegbezuinigd.’

De auto stopt. Farouq stapt uit, en loopt een heuveltje op. Bovenop wijst hij naar een geluidsmuur, die is opgetrokken langs een autoweg aan de rand van de wijk Kroksbäck. ‘Daarachter ligt de welvarende buurt Limhamn’, zegt hij. De inwoners wilden een aantal jaar geleden per se een muur vanwege de geluidsoverlast. ‘Onzin’, zegt Farouq fel. ‘Ze willen de migranten niet zien. Wij noemen het de Berlijnse Muur van Malmö.’

Ongeveer de helft van de 330 duizend inwoners van Malmö heeft een migratieachtergrond. Die is grotendeels te herleiden tot drie migratiegolven. De eerste was in de jaren zestig en zeventig. De Zweedse economie bloeide, er waren arbeidstekorten. Uit Joegoslavië, Griekenland, Italië en de Baltische staten stroomden migranten toe, onder wie de vader van Zlatan.

In de jaren negentig volgde de tweede migratiegolf. Meer dan honderdduizend Joegoslaven en Bosniërs ontvluchtten de oorlog en vroegen asiel aan in Zweden, waar ze vaak al familie hadden wonen. De Joegoslaven vormden vanaf toen de grootste etnische minderheid in Malmö.

De meeste migranten kwamen met de migratiecrisis van 2015. In dat jaar arriveerden meer dan 160 duizend asielzoekers. Zo’n 15 duizend kinderen die zonder ouders aankwamen vonden onderdak in Malmö. Gezinnen werden verspreid over het land ondergebracht. Maar ook zij gingen in veel gevallen alsnog terug naar Malmö. Daar zijn de kruidenwinkels, de kennissenkringen.

De politie pakt in de wijk Bellevuegård een jongen op.Beeld Julius Schrank / De Volkskrant

Duur boek

Op een steenworp afstand van de Berlijnse Muur zit een van de zogeheten ‘Future Factories’ van het jeugdcentrum Flamman, waar jongeren dagelijks terechtkunnen om over hun toekomst te praten. Op de bank zit de 24-jarige Youssef. ‘Noem me maar Biggie’, zegt hij. Tevreden strijkt hij de plooien uit zijn rode trainingspak. Hij wil een baan, daarom is hij hier. Elke dag probeert hij er een te vinden, maar vanwege zijn strafblad lukt het niet. ‘Ik heb vertrouwen nodig, maar dat krijg ik niet’, zegt hij.

Biggie legt zijn telefoon op tafel. Hij wil iets laten horen: zijn zelfgeschreven rapmuziek. Even later schalt de hiphop door de ruimte. Hij rapt over schietgeweld en zijn droom om te leven als een beroemdheid. Andere jongens staan eromheen, ze lachen om Biggie. ‘Ik schrijf ook een boek over mijn leven hier in de buurt’, zegt hij. ‘Het wordt een heel goed boek’. Hij kijkt glunderend. ‘Een heel duur boek.’

Het is 17:00 uur. De duisternis is als een deken over de stad gevallen. Maar de dag is nog niet voorbij. Jeugdwerkers Dib en Chahrour willen laten zien hoe het er op straat echt aan toegaat. In felrode jassen met ‘Flamman’ erop gedrukt staan ze klaar op een parkeerterrein van Bellevuegården, een van de probleemwijken in de stad.

Terwijl ze door de straten lopen voegen jongeren zich al snel bij hen. Ze willen graag hun verhaal doen. Aan journalisten dan, niet aan agenten. ‘Daar praten we niet mee’, zegt de 14-jarige Palestijnse-Zweedse Adam Sholi. ‘Ze nemen onze vrienden mee. We haten ze.’

Op een pleintje staan een paar jongens voor de ingang van een gebouw. ‘Praat daar maar niet mee’, waarschuwt Dib. Er blijkt ook weinig kans toe. Plotseling maant een man in burgerkleding de omstanders om naar achter te gaan. Undercover-agenten zetten de jongens tegen een muur. Sholi begint het tafereel direct te filmen met de camera van zijn telefoon. ‘Doe ik altijd’, zegt hij rustig. ‘Dan durven de agenten geen geweld te gebruiken.’

Maar het loopt anders. De undercover-agenten lijken gespannen. Er komen nu ook agenten in uniform bij. Dan volgt een gevecht. Twee mannen draaien de arm van een van de jongens om en drukken hem tegen de grond. Dib zegt iets tegen de agenten, maar wordt iets toegebeten. Hij loopt naar achter, kijkt collega Chahrour aan met een blik dat ze hier weg moeten.

Terug op de parkeerplaats stapt Dib in zijn auto. Hij had tegen de politie gezegd dat ze geen geweld moest gebruiken. ‘De agent antwoordde dat hij morgen mijn baas gaat opzoeken om te zeggen dat ik lastig ben.’ Dib zucht. Hij start de motor van zijn auto. ‘Ons werk is niet makkelijk’, zegt hij. ‘Maar uiteindelijk telt voor mij altijd maar één ding. Dat ik aan het einde van de dag tegen mezelf kan zeggen: je hebt het goed gedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden