Lionel Jospin, trotskist

Vorige week pakte 'Le Monde' uit over het trotskistische verleden van de Franse premier Lionel Jospin. Het gerucht ging al lang, maar nu viel er niet meer tegenop te liegen....

door Martin Sommer

DE RUE DU Faubourg Saint Denis is een lange, smalle straat in het onaanzienlijke tiende arrondissement van Parijs, tussen het Gare du Nord en het Gare de l'Est. Op nummer 87 loop je een grijze binnenplaats op, waar het geluid van een drukpers tegen de gevel weerkaatst. Wekelijks wordt hier IO gedrukt, Informations Ouvrières.

Je kunt er uiteraard de geschriften van Léon Trotski krijgen, alsmede de 'bijbel', Quelques enseignements de notre histoire - enkele lessen van onze geschiedenis. Schrijver: Pierre Boussel, alias 'Lambert'. Lambert leidt al sinds de oorlog de trotskistische stroming waarvan een zekere 'Michel' jarenlang deel uitmaakte. Deze Michel was Lionel Jospin, thans 63 jaar, premier van Frankrijk. Hij maakt zich op om in 2002 president te worden.

Lambert werkt nog steeds op de eerste verdieping aan de binnenplaats. Afgelopen zaterdag werd hij 81. Hij is een raadselachtige man, ofschoon in Frankrijk niet helemaal onbekend. In 1988 deed hij mee aan de presidentsverkiezingen met zijn Mouvement pour un parti des travailleurs (PT). Hij haalde 0,38 procent van de stemmen. Slechts eenmaal heeft een journalist iets over Jospin uit de mond van Lambert kunnen optekenen. 'Jospin? Dat was een van mijn jongens.'

Frankrijk is rijk aan wijn, kaas en ultralinkse folklore. 'Meer dan andere samenlevingen heeft Frankrijk behoefte aan revolutionaire totems', scheef de prominente commentator Alain Duhamel. Aan totems geen gebrek. Momenteel is Frankrijk het enige Westeuropese land waar nog authentieke communisten (PCF) meedoen aan de regering. Tot kopzorg van premier Jospin. De wegzakkende PCF compenseert de slechte peilingen met steeds linkser wordende leuzes.

Ultralinks raakt nog altijd een snaar, omdat het past in de Franse revolutionaire traditie. Het geeft bovendien een brevet van engagement, in een omgeving waar de retoriek vaak meer telt dan daadkracht. Vandaar misschien dat de opwinding over Jospins verleden zo verbazend snel weer is gezakt. 'Jospin was trotskist, net als een hele generatie met hem. En het strekt hem tot eer!', zei vorige week onderminister Melanchon op intimiderende dicteersnelheid tegen de pers. Melanchon was zelf óók trotskist. President Chirac ventte ooit het communistische dagblad l'Humanité uit.

De populariteit van het trotskisme gaat terug tot 1938. Toen werd de Vierde Internationale in Parijs opgericht, twee jaar voordat Trotski in Mexico werd vermoord. De PCF-communisten liepen strikt aan de leiband van Moskou, in tegenstelling tot de trotskisten, die zich tegen het stalinisme keerden en de permanente revolutie predikten.

Al snel betwistten de fijnen en de extra-fijnen elkaar de juiste partijlijn. Commentator Duhamel: 'Frankrijk heeft altijd een kleine trotskistische archipel gehad, waarvan de eilanden een hartstochtelijke hekel aan elkaar hadden.' Gemeenschappelijk hadden ze hun nostalgische hang naar revolutionaire romantiek.

Drie tendenzen beriepen zich op het gedachtegoed van de uitgestoten Russische revolutionair Leon Trotski. De grootste trotskistische partij is nog altijd Lutte Ouvrière (Arbeidersstrijd), een geheimzinnige club met een postbus als adres en een antwoordapparaat waar je de correcte analyse van de actualiteit kunt beluisteren (vanuit Nederland 0033-1-44830892). En slogans die ruimschoots uit de vorige eeuw stammen: 'Travailleurs, travailleuses!'

Lutte Ouvrière keerde zich meteen al in 1940 van de Vierde Internationale af. De volgende scheuring deed zich in 1952 voor. Een minderheid eindigde in wat nu de Ligue Communiste Internationaliste heet, ook al weer dertig jaar onder aanvoering van Alain Krivine. Hij bezet tegenwoordig een zetel in het europarlement. De reden van die afscheiding was onmin over de infiltratie-strategie waarin de vleugel van 'Lambert' zich specialiseerde.

'Lambertisten' doken in allerlei partijen en organisaties onder, om die van binnenuit te bewerken met het trotskistische gedachtegoed. Lambert richtte in 1965 de OCI op, de Organisation Communiste Internationaliste. Die werd na de mei-dagen van 1968 ontbonden, waarna de beweging daadwerkelijk ondergronds ging.

Lamberts infiltratiestrategie verklaart in hoge mate de raadselachtigheid waarmee de OCI (nu Parti des Travailleurs) nog altijd omgeven is, en vooral de buitensporige invloed die de partij wordt toegeschreven. De min of meer autonome vakbondsfederatie Force Ouvrière, luis in de pels van allerlei overheidsdiensten en grote concurrent van de communistische CGT, zou zich 'in de zak' van de trotskisten bevinden. De studentenbeweging zou doordesemd zijn van trotskistische invloed, net als de Franse vrijmetselarij. Het blijft echter bij geruchten.

Zeker is dat president Mitterrand in 1983 contacten onderhield met de Lambertisten. Een jaar later ontving hij vier partijvertegenwoordigers. In 1986 gingen een paar honderd trotskisten openlijk over naar de Parti Socialiste. Onder hen was de nauw aan Lionel Jospin gelieerde Jean-Christophe Cambadélis, nu tweede man van de PS.

En Jospin zelf? Jospin was eind jaren vijftig als 20-jarige aangesloten bij de studentenbeweging UGS, die dicht bij de trotskisten stond. Zelf zei hij vorige week in het parlement dat zijn 'politieke rijping' verbonden is met twee begrippen: antikolonialisme (de Algerijnse oorlog) en antistalinisme (de inval in Hongarije). Begin jaren zestig werd Jospin gerecruteerd door een zekere Boris Fraenkel. De trotskisten waren zuinig op hun 'Michel'.

Hij was een van de weinige trotskisten die de eliteschool Nationale d'Administration doorliepen. Daaruit volgde bijna automatisch dat Jospins partijlidmaatschap geheim moest blijven. Fraenkel adviseerde Jospin daarna in zijn carrièrekeuze voor de Quai d'Orsay (Buitenlandse Zaken), waar hij in 1969 ontslag nam om het onderwijs in te gaan.

'Aan mei '68 deed Jospin alleen heel in de verte mee', schreef het weekblad Le Canard Enchaîné in een Jospin-dossier dat uitkwam voordat de premier uit zijn trotskistische kast was gekomen. Waarom die afstand tot de uitbarsting van linkse vreugde? Dat is nu duidelijk geworden.

De journalist Christophe Bourseiller, gespecialiseerd in ultralinks, schreef erover in Le Figaro: 'In mei 1968 weigerden de Lambertisten mee te doen aan de opstand. Ze kritiseerden de barricades. Later namen ze afstand van de tijdgeest. De leiding droeg driedelig, lang haar werd afgeraden. De psychoanalyse werd tot dwaalleer verklaard. De Wilhelm-Reich-kenner Boris Fraenkel werd uit de beweging gezet. Er heerste een antihomoseksueel klimaat.'

Met dat lange haar van Jospin viel het mee, gelet op zijn welig tierende krullen op foto's uit die tijd. Maar toen zijn geestelijke vader Fraenkel werd uitgestoten, liet 'Michel' niets van zich horen. Je vraagt je af wat er blijft hangen van een langdurig verblijf in zo'n uitgesproken sectarische omgeving. Vast wel iets - in de tijd dat Jospin nationaal secretaris van de Socialistische Partij was, werd hij gekscherend nationaal 'sectaris' genoemd.

François Mitterrand had zijn PS in 1972 net een jaar in de steigers staan, toen Lionel Jospin zich erbij aansloot. Mitterrand moet zeker op de hoogte zijn geweest van Jospins achtergrond. Hoe kon Jospin anders zo snel stijgen in de partijhiërarchie? Mitterrand smeedde zijn socialistische partij uit een veelheid van stromingen en vleugels. Zijn hoofddoel was de communisten dood te drukken. Daarvoor kon hij de trotskisten goed gebruiken, die bovendien bekend stonden om hun felle weerwoord in het debat met de communisten.

Binnen een jaar was Jospin nationaal scholingssecretaris, iets later lid van het partijbestuur, weer korte tijd later internationaal secretaris. In 1980 werd hij eerste secretaris. Was het hart van Jospin toen nog bij zijn leidsman Lambert in de Rue du Faubourg Saint Denis? Jospin bleef er vorige week opvallend vaag over. Voor de radio zei hij: 'Vanaf het moment dat ik partijverantwoordelijkheden droeg, dus vanaf 1973, heb ik mij helemaal gedragen als een actief socialist. De rest betreft contacten en discussies waarmee ik ben doorgegaan, maar op privé-basis, die geen enkel publiek karakter hadden en die op een bepaalde manier alleen mij aangaan.'

De kwestie-Jospin leek in Frankrijk aanvankelijk vlot gesloten, bijvoorbeeld in vergelijking tot de opschudding over het verleden van de Duitse minister Joschka Fischer. Maar nu gaat het er ook om: hoe lang was Jospin (nog) trotskist. Le Nouvel Observateur meent te weten dat Jospin nog tot 1982 in voortdurend contact stond met trotskistenleider Lambert. Jospin loog in elk geval tegen de journalist Gérard Leclerc, toen die vijf jaar geleden uitgebreide gesprekken met hem voerde voor zijn biografie van de toenmalige presidentskandidaat. Jospin in het boek: 'Ik heb (trotskistische) contacten gehad, ik herinner me dat. Mijn broer heeft me meegenomen naar bijeenkomsten, maar het is niet verder gegaan dan dat. Uw getuige is misschien in de war met mijn broer.' Hij komt er opvallend makkelijk mee weg. Zelfs bij Gérard Leclerc, die er nu zijn schouders over ophaalt.

Op de radio sprak de premier niet van een leugen maar van een 'dénégation', een ontkenning. Zijn verklaring ervoor luidde dat het 'misschien een psychologische reflex was. Ik ben niet van de cultuur van de biecht, ik heb niet de neiging tot de bekentenis' - een verwijzing naar zijn protestantse achtergrond. Mogelijk.

Waarschijnlijker is dat het liegen bij de trotskistische cultuur hoorde, zoals Stéphane Courtois suggereerde in een interview met Le Figaro. Courtois deed een paar jaar geleden stof opwaaien met zijn vuistdikke Livre noir du communisme. 'De kwestie is niet of hij al dan niet trotskist is geweest. Ernstig daarentegen is de zorg waarmee Jospin de feiten heeft afgedekt. Dat is een probleem, want ik geloof dat die houding voortkomt uit een clandestiniteitscultuur die hoort bij communisten in het algemeen en trotskisten in het bijzonder. Dat zit me dwars, temeer omdat de premier geen antwoord geeft op de essentiële vraag: wanneer is hij werkelijk uit die organisatie gestapt?'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden