Linkse scheurmakers

Op basis van gesprekken met communisten, maoïsten, trotskisten, anarchisten, krakers, kabouters, vredesbewegers, Dolle Mina's en andere radicale randfiguren presenteert journalist Antoine Verbij een groepsportret van links-radicaal Nederland in de jaren zeventig....

Neem Frank Jaap Buys (1948), Maagdenhuisbezetter in 1969 en nu verdienstelijk onderzoeker naar politiek geweld in extremistische bewegingen van rechts en links. Buys was ideoloog van de Karl Marx Fanclub, een splintergroep in de Amsterdamse studentenbond ASVA, die het strijdblad De Vliegende Teringuitbracht. 'Het schaamrood stijgt me nog naar de kaken als ik bedenk wat ik daarin allemaal geschreven heb.'

Scheurmaker Buys dook enkele jaren later op in de Rotterdamse KEN-ml, een maoïstische groep die met hulp van mantelorganisaties probeerde de havenarbeiders tot revolutie aan te zetten. Om te worden toegelaten tot deze stoottroepen moest Buys aan ideologische zelfkastijding doen. Hij schreef een Zelfkritiek op onze opportunistische lijn in de studentenbe weg ing, waarin hij in stalinistische stijl toegaf jarenlang een vals geloof in de voorhoederol van de studenten te hebben aangehangen. Maar nu, zei het aspirant-lid, was hij tot het inzicht gekomen dat de enige weg tot de revolutie de klassenstrijd was en dat de KEN-ml de enige organisatie was die die strijd consequent voerde.

Toen de doorbraak naar de massa's mislukte, sloten Buys en de zijnen zichzelf op in een maoïstische sekte in de Rotterdamse Mathenesserbuurt. Buys: 'Je liep rond als een gekwadrateerde Jehova-getuige, je was een zendeling. Je gaf er alles voor op, je familie, je vrienden, je relaties. Buiten de groep was niets meer, dat was één groot zwart gat. Daarom kapte je er ook niet mee, bang dat je, eenmaal op jezelf, aan de drank zou raken of zelfmoord zou plegen.' Toen iemand uit de groep zich daadwerkelijk van kant maakte, werd daarover gezegd dat het goed was wanneer iemand die er niet in slaagde 'consequent te leven', de dood verkoos.

Buys stapte er 1980 uit. 'Ik was een schim van de persoonlijkheid die ik ooit was geweest. Ik moest mezelf helemaal deprogrammeren, zien te begrijpen hoe het mogelijk was dat ik mezelf psychologisch zo binnenstebuiten had laten keren. Dat heeft jaren geduurd.'

Buys'psychoanalyse van het linkse sektarisme is extreem, maar wel typerend voor de ontsporingen waaraan het links-radicalisme ten onder ging. Er is een hele bekentenislectuur van communistische spijtoptanten. Ook feministen als Selma Leydesdorff (1949) kijken schuldbewust terug op de extreme mannenhaat die in haar kringen heerste.

Geen reclame dus voor de jaren zeventig, dit boek van Verbij. Het pijnlijke van Tien rode jaren is dat het wél als eerherstel voor die bevlogen jaren is bedoeld. Want de radicalinski's bedoelden het allemaal zo goed, ze 'verlangden naar een wereld waarin de mensen het in een eigen leven voor het zeggen hadden'. Verbij ergert zich dan ook aan 'de Schreuders, de Etty's, de Van Ginnekens en de Fennema's, die zich aan de voeten van Bolkestein werpen om te erkennen dat ze fout waren, toen, en dat Bolkestein gelijk heeft, nu'.

Verbij is geen partij voor Bolkestein. De auteur van Onverwerkt Verleden, die werkt aan zijn magnum opus over de dwalingen van linkse intellectuelen, zal zijn voordeel kunnen doen met de getuigenissen van Verbij's gesprekspartners. Wat analyse betreft hebben we niks aan Verbij. Hij negeert scherpzinnige critici van de jaren zeventig als Herman Vuijsje (Correct) of Piet de Rooy (R epubliek van rivaliteiten) – om nog maar te zwijgen van de internationale kritiek op de jaren zeventig. Hij spreekt zichzelf tegen, bijvoorbeeld over de rol van intellectuelen als Herbert Marcuse, die nu eens marginaal is en een hoofdstuk later heel groot. Hij weet zich ook geen raad met het einde van het links-radicalisme, dat hij – bij wijze van deus ex machina – verklaart uit 'de kille jaren tachtig' van Lubbers, Thatcher en Reagan. En dat terwijl de succesvolle massademonstraties tegen de kruisraketten in 1981 en 1983 plaatsvonden.

Ook wat links-radicaal politiek geweld betreft waren de jaren tachtig hoogtijdagen – denk aan de aanslagen op de Makro, op Janmaats Centrumdemocraten in Kedichem en, in 1992, op Kosto. En het is nog niet voorbij. Wijselijk noemt Verbij 'een enkele moorddadige activist', namelijk Volkert van der G ., niet bij naam. Toch is ook Fortuyns moordenaar een typisch product van de logica van het linkse sektarisme, door Frank Jaap Buys zo treffend verwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden