Analyse Linkse burgemeesters Spanje

Linkse burgemeesters hebben Madrid en Barcelona (niet radicaal) veranderd

Burgemeester van Barcelona Ada Colau. Beeld LightRocket via Getty Images

Nieuwe linkse partijen zoals Podemos namen vier jaar terug met veel kabaal de Spaanse stadhuizen in. Ze beloofden een breuk met het verleden. Is dat gelukt? Maken de ‘burgemeesteressen’ van Barcelona en Madrid zondag kans op een nieuwe termijn?

Ze ziet eruit als een onderduiker die net haar huis uit is gehaald. In een lichtblauwe kamerjas en op pantoffels staat Karima (30) midden op straat. Ineengedoken, kijkend naar de grond, een angstige uitdrukking op haar gezicht. Twee deurwaarders zijn gekomen om haar haar huurhuis te ontnemen. De huur heeft ze al tijden niet betaald, geeft ze toe. Geen werk, geen geld.

Maar Karima, die hier woont met haar dochter van 9, staat niet alleen. Een groep buurtgenoten heeft zich met gebalde vuisten opgesteld voor haar deur. Er zijn krakers bij, en andere mensen die zelf ook worden bedreigd met huisuitzetting. Ze verweren zich met fluitjes, met geschreeuw, soms met een leus aangebracht in het opgeschoren haar.

Een beetje aan de zijkant staat bovendien een vrouw die de gemeente Barcelona vertegenwoordigt. Susana Ordóñez – blonde haren, een klein groen rugzakje – is aangesteld om te bemiddelen tussen huiseigenaren en huurders. Ze is een oude vriendin van de Barcelonese burgemeester Ada Colau. Tijdens de crisis streden ze tegen huisuitzettingen, zij aan zij, als vertegenwoordigers van het Platform van Hypotheekslachtoffers (PAH). Niet lang nadat Colau verkozen was tot burgemeester, haalde ze Ordóñez naar de gemeente om op te komen voor mensen die hun woonruimte dreigen te verliezen.

Zo ook vandaag. Ordóñez praat met de deurwaarders. Ze legt uit dat Karima voorrang krijgt op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. Het duurt niet lang voordat het deurwaardersduo om gaat: de huisuitzetting wordt opgeschort.

De buurtbewoners poseren lachend voor een groepsfoto, nog steeds schreeuwend: ‘Deze uitzetting hebben we gestopt!’

‘Steden der verandering’

Terug naar 2015. Nieuwe linkse partijen, waaronder Podemos, stormen de Spaanse stadshuizen binnen. Na de massale 15M-protesten, die oplaaiden als gevolg van de economische crisis, hebben ze energie te over. Hun stormloop laat de gevestigde politieke orde verdwaasd achter. Plotseling worden partijbaronnen afgezet door jonge revolutionairen. Madrid, Barcelona, en een lange reeks andere Spaanse steden en stadjes noemen zich vanaf dan, misschien een tikje overmoedig, de ‘steden der verandering’.

Hoe is het die burgemeesters vergaan? Zowel in Madrid als Barcelona behoorde de burgemeestersstaf, het Spaanse equivalent van de ambtsketen, de afgelopen vier jaar toe aan een vrouw. Op zondag 26 mei hopen Manuela Carmena en Ada Colau allebei te worden verkozen voor een nieuwe termijn. Maar hebben de twee alcaldesas (‘burgemeesteressen’) de radicale veranderingen die ze beloofden waargemaakt?

Barcelona heeft Ada Colau (45): net-niet-afgestudeerd filosoof, moeder van twee zoontjes die ze roze speelgoed op hun verjaardag geeft zodat ze geen macho-neigingen krijgen, beroepsactivist. Tijdens de economische crisis verkleedde ze zich als een supervrouw die, gehuld in een cape en met oogmasker, ten strijde trok tegen het onrecht op de huizenmarkt.

Ook na haar verkiezing bleef huisvesting het belangrijkste thema. Terwijl eerder het probleem zat bij hypotheken die onbetaalbaar werden, rijzen nu de huren in Barcelona de pan uit. Een nieuwe zeepbel, in de ogen van Colau.

De gemeente deed wat ze maar kon bedenken. ‘Het eerste was het opzetten van de gemeentelijke eenheid tegen huisuitzettingen’, zegt Janet Sanz, wethouder van Ecologie, Stedenbouw en Mobiliteit. Volgens Sanz komt het bijna niet meer voor dat een bewoner zijn huis gedwongen moet verlaten. ‘De ene keer kunnen we een lage sociale huur afdwingen, als het pand eigendom is van een bank of investeringsfonds. En de andere keer regelen we een sociale huurwoning. Zo’n eenheid kennen ze in geen enkele andere stad: die hebben we hier in Barcelona uitgevonden.’

Daar bleef het niet bij. Sanz, een energiek type met een neusringetje, vertelt trots dat er opdracht is gegeven tot de bouw van 4.500 extra sociale huurwoningen. Daarnaast worden verloederde panden, vooral in het centrum, aangekocht, opgeknapt en verhuurd aan behoeftige families. Het aantal sociale huurwoningen van de gemeente moet in 2022 zijn verdubbeld.

Ook belangrijk: projectontwikkelaars zijn medeverantwoordelijk gemaakt voor het neerzetten van betaalbare huurhuizen. In alle nieuwe gebouwen moet minstens 30 procent van de huizen een sociale huur krijgen van maximaal 700 euro per maand.

El Raval

Als er één buurt is die symbool kan staan voor de gehele Barcelonese woningproblematiek, is het El Raval. In de verpauperde Barcelonese wijk moeten migrantengezinnen plotseling plaats maken voor toeristen die wél geld hebben voor kamerhuur, tapas en grote kannen sangria.

‘Dit is het laatste snoepje voor projectontwikkelaars’, verzucht Jordi Rabassa, deelraadslid in El Raval voor Barcelona En Comú, de partij van Ada Colau.

De muren zitten er onder de graffiti en in de donkere hoekjes hangt een onmiskenbare pislucht. Maar ondertussen hebben tekenaars de nieuwe werkelijkheid al tot ansichtkaarten verwerkt: kleurige huizen, balkonnetjes met goed verzorgde planten, bewoners die met een brede lach zitten te kletsen.

Daarvan droomde ook een investeerder die een pand kocht in de Calle Lancaster. ‘Het probleem’, zegt Rabassa, ‘was dat er in sommige appartementen nog mensen woonden. En die wilden niet weg.’

Voor dat probleem hebben investeerders een oplossing: ze doen in zo’n geval aan ‘moving’, ook wel gespeld als ‘mobbing’, een anglicisme dat betekent dat bewoners worden weggepest.

Rabassa vertelt het rustig, al is het iets wat hem hevig verontrust: ‘Ze proberen die mensen te laten vertrekken door ze om te kopen. Of ze weigeren simpelweg de huur te innen, waarna de bewoners worden beschuldigd van wanbetaling. Of ze beginnen aan een illegale verbouwing van het pand. Met veel lawaai, op elk uur van de dag. Houd het dan maar eens vol als bewoner.’

Het lijkt op het eerste gezicht onwaarschijnlijk dat er zo veel moeite wordt gedaan voor een gebouw in de Calle Lancaster. Elektriciteitskabels hangen als lianen langs de grijs uitgeslagen gevels naar beneden. Op een van de muren zit een sticker met ‘J’existe’ – en inderdaad, dat zou je in deze donkere straat zomaar kunnen vergeten.

‘Eerst begreep ik het ook niet’, zegt Rabassa. ‘Maar je moet weten: aan de achterkant heb je uitzicht op het Palau Güell.’ Het is een gebouw ontworpen door de Catalaanse architect Antoni Gaudí, een naam die in Barcelona toverkracht heeft. Hij zette een duister stadspaleis neer, met vensters die helmen dragen van kunstig smeedwerk, en op het dak schoorstenen waar de architect voor het eerst experimenteerde met kleurige mozaïeken.

De gemeente schaarde zich achter het laatste gezin dat standhield in het offensief van de investeerder. Ze probeerde het pand te kopen, om het op te knappen en in de sociale verhuur te doen. Dat mislukte: de eigenaar weigerde het van de hand te doen. En uiteindelijk gaven ook de laatste bewoners zich gewonnen.

Een bitter einde? Niet helemaal. Want drie andere panden in dezelfde straat kwamen wél in gemeentelijk bezit. Veertig huishoudens is het lot van hun buurman bespaard gebleven.

Zo gaat dat in het nieuwe Barcelona.

Tegen de toeristificatie

‘Madre mía’, zei Ada Colau, onlangs te gast bij Podemos. ‘Het leek wel of we de duivel waren, met twee hoorns en een staart, toen we het massatoerisme in de stad aan banden wilden leggen.’

De strijd tegen de ‘toeristificatie’ van Barcelona is een andere topprioriteit geweest onder het bestuur van Colau. Om te beginnen werd er een volledig verbod uitgevaardigd op nieuwe hotels en pensions in het centrum. ‘Er zijn wijken die verzadigd waren met toeristen’, legt wethouder Janet Sanz uit. ‘Die dreigden een soort pretpark te worden. Dat wilden we stoppen.’

Daarnaast, vertelt Sanz, kwam er een ‘stevig noodplan’ tegen appartementenverhuur aan toeristen. ‘Er werden duizenden appartementen illegaal verhuurd, zonder vergunning. Daar stuurden we onze inspecteurs op af: toen we aantraden, waren dat er twaalf, nu zijn het er honderd. In totaal zijn er zo’n vijfduizend illegale appartementen voor toeristen gesloten.’

Airbnb en HomeAway werd duidelijk gemaakt ‘dat ze niet boven de wet staan’. Ze kregen een boete van 600 duizend euro, omdat ze de illegale verhuur mogelijk maakten.

Niet alleen de platforms, ook de ‘illegale’ verhuurders zelf kregen boetes opgelegd – aanvankelijk van 30 duizend euro, later van 60 duizend euro. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen huisbazen met tientallen panden in hun bezit, of inwoners van Barcelona die hun eigen appartement of een enkele kamer sporadisch verhuurden aan toeristen. Zelfs degenen die alleen maar een advertentie hadden geplaatst, maar nog nooit een gast hadden ontvangen, werden door de gemeente beboet.

‘Er is geschoten met een kanon, en daarbij zijn ook onschuldige slachtoffers gevallen’, stelt advocaat Dylan Tarín vast. Hij vecht namens tweehonderd gelegenheidsverhuurders de exorbitante boetes aan die de gemeente hen gaf. ‘Dat zijn vaak kwetsbare mensen’, heeft hij gezien. ‘Ga maar na: hier in Spanje is er nog steeds een tekort aan werk. Als je je facturen niet kunt betalen, is het erg verleidelijk om bij te verdienen door je huis of een deel daarvan te verhuren.’

Volgens Tarín is de gemeente zich er terdege van bewust dat er onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Maar om dat toe te geven? Dat zou een enorm gezichtsverlies betekenen. ‘Janet Sanz wilde graag in de publiciteit komen’, zegt de advocaat cynisch. ‘Ze wilde kunnen zeggen: we hebben duizenden toeristenappartementen gesloten. Ik verwacht dat de rechter de gemeente in de toekomst in het ongelijk zal stellen. Maar voor nu kunnen zij in elk geval zeggen: wij hebben onze beloften ingelost. Het is een nogal populistische manier van werken.’

Tarín was een van die mensen die vier jaar terug op Colau stemde, aangestoken door de hoop op verandering die de 15M-beweging uitstraalde. ‘Maar dat doe ik nu niet weer.’

Ook Xavier Trias, de vorige burgemeester van Barcelona en nu oppositieleider, noemt Colau een populist pur sang. Als voorbeeld noemt hij het verbod op het inrichten van een luxehotel in de Torre Deutsche Bank, een glimmend gebouw in het midden van de stad. Colau beloofde tijdens de verkiezingscampagne van 2015 dat in die toren sociale huurwoningen zouden komen in plaats van vorstelijke hotelkamers.

Trias: ‘Hoe loopt het af? Colau verbiedt inderdaad dat hotel. De eigenaar van het gebouw besluit er dan maar superluxe appartementen in te richten. Een heel trieste uitkomst: het luxehotel had vijfhonderd arbeidsplekken opgeleverd. Die zijn nu verloren gegaan.’

De oppositieleider, een kinderarts op leeftijd, is graag bereid een paar gemene dingen te zeggen over ‘la señora Colau’. De aanvoerder van de Catalaans-nationalistische PdeCAT heeft weinig te verliezen. Na de verkiezingen zegt hij de gemeentepolitiek vaarwel.

‘La señora Colau praat heel veel en heel snel’, zegt hij. ‘Altijd is er bijvoorbeeld die verontwaardiging over het gebrek aan goedkope woningen. Maar oplossingen heeft ze niet. Ja, er worden sociale woningen bij gebouwd. Inderdaad. Met dank aan het geld dat in mijn tijd is vrijgespeeld door parkeerplaatsen te privatiseren, dat wij haar hebben nagelaten, en dat al die tijd was bestemd voor huisvesting.’

De ploeg van Colau vormt een minderheidsbestuur, met slechts 11 van de 41 zetels. Trias: ‘Ze onderhoudt een heel slechte relatie met alle andere politieke partijen. Dat heb ik, in de ruim vijftien jaar dat ik in de gemeentepolitiek zit, nooit zo meegemaakt. Met andere burgemeesters, ook al waren ze niet van mijn partij, ging ik regelmatig eten. Dan keken we waar we het met elkaar eens konden worden. Die positieve menselijke relatie ontbreekt nu totaal.

‘Neem het woningprobleem: dat los je niet op in vier jaar, daar moet je een pact over sluiten, met alle partijen. Zodat het daarna niet meer uitmaakt wie er aan de macht komt. We hebben een akkoord gesloten met Colau over sociale huurwoningen. Daarna heeft ze ons nooit meer gebeld om ons op de hoogte te houden. Maar dat is niet hoe je een akkoord sluit! Ze wil niet met ons worden gezien.’

Colau staat inderdaad niet bekend om haar warme relatie met andere politieke partijen. Ze bestuurde een tijdje in een coalitie met de socialisten, maar verbrak de banden op het moment dat die partij de Spaanse regering steunde bij het afzetten van de Catalaanse president Carles Puigdemont, eind 2017. De begroting voor 2018 werd slechts aangenomen doordat de oppositie onderling hopeloos verdeeld was: de andere partijen in de gemeenteraad waren van plan Colau uit haar functie te zetten, maar konden het niet eens worden over een alternatieve kandidaat. Zo kwam Colau met de schrik vrij, en werd haar begroting automatisch aangenomen. Een nieuwe begroting voor 2019 kwam er niet. Daarover is, tot chagrijn van de oppositie, niet eens onderhandeld.

‘Colau is sektarisch’, besluit Trias. ‘Ze wil alleen iets met haar eigen mensen te maken hebben. Dat wil zeggen: met de activisten uit de wijken.’

Zodra ze haar kantoor in het stadshuis betrok, heeft Ada Colau er een poster opgehangen. ‘Laten we nooit vergeten wie we zijn en waarom we hier zijn.’

Hoe ze zichzelf zien? Het antwoord geeft Colau tijdens een toespraak in 2014: ‘Wij zijn de mensen van de straat, de normale mensen, de eenvoudige mensen, die met onze buren praten, die in tegenstelling tot professionele politici het openbaar vervoer nemen, die onzekere baantjes hebben.’

En al is ze nu zelf zo’n professionele politica, Ada Colau is nog steeds vaak te vinden tussen ‘haar eigen mensen’. Elke twee weken is er een ‘ontmoeting met de burgemeesteres’, steeds in een andere wijk van Barcelona. Daar vertellen buurtbewoners wat ze op hun hart hebben, en luistert ‘La Ada’, knikkend, een notitieblok in de hand. Er wordt geklaagd over een boete voor een kamer die werd verhuurd via Airbnb, geluidsoverlast, een exhibitionist, hondenpoep, huiselijk geweld, over een tekort aan sportfaciliteiten, fietspaden en taalcursussen voor immigranten.

‘Het mooie is dat ze op dezelfde hoogte zit als wij’, zegt Ramón Morales na afloop. Hij deelt folders uit van zijn coöperatieve kinderspeelplaats. Het is waar: Colau zit niet op een podium, maar gewoon op een stoel voorin de zaal. Yolanda Moya, ook van de speelplaats, vult aan: ‘Je kunt haar alles vragen, al gaat het over een boom die in de weg staat. Iedereen heeft hier een stem. Zij stelt zich bloot aan onze kritiek. Dat is erg moedig.’ Zeker, ze zullen weer op Colau stemmen. ‘Ze is de enige die zich dicht bij de werkelijkheid bevindt.’

Luisteren naar de inwoners

Ook Manuela Carmena, de burgemeester van Madrid, gaat er prat op te luisteren naar de inwoners van haar stad. Of ze nu in de metro zit op weg naar haar werk, of op straat loopt: ze heeft altijd een notitieblok bij zich. Daarin noteert ze de problemen waarover de burgers haar aanspreken. ‘De mensen willen niet meer luisteren, ze willen dat jij naar hen luistert’, zei ze in een interview met El País. ‘Wat hen het meeste stoort, zijn dingen die in hun ogen absurd zijn. Dat het zes jaar duurt om een vergunning voor een lift te krijgen bijvoorbeeld. Ik schrijf die dingen op en probeer ze op te lossen.’ Carmena heeft speciaal met dat doel een medewerker aangesteld. Begin 2018 wist ze te melden dat ze 543 klachten had ontvangen, waarvan 64 procent was opgelost.

Burgemeester van Madrid Manuela Carmena. Beeld Getty Images

Verder is Manuela Carmena (75) allerminst het evenbeeld van Ada Colau. Geen activist, maar een gepensioneerde rechter, met de uitstraling van een wijze oma.

Haar nabijheid is het eerste wat Rita Maestre, Carmena’s rechterhand, noemt, als haar naar grote veranderingen wordt gevraagd. ‘Eerder hadden we hier een burgemeester die zich ’s ochtends in de dienstauto naar de kapper liet brengen, om daar haar haar te laten doen’, zegt ze, gezeten in haar werkkamer in het Cibeles-paleis, een felwit, bruidstaartachtig gebouw in het centrum van de Spaanse hoofdstad. ‘Dat is nogal een verschil met een burgemeester die de metro neemt, zoals iedereen.’

Ook Maestre zelf, die als student internationaal bekend werd doordat ze in beha protesteerde tegen de universiteitskapel op de openbare universiteit en daarvoor werd aangeklaagd, heeft als politica een eigenaardigheid. ‘Ik praat heel veel, dus onderbreek me als ik te lang doorga’, zegt ze aan het begin van het interview. Kom daar maar eens om, in de politiek.

Het bestuur van Carmena verschilde op een belangrijke manier van dat van Colau. De Madrileense burgemeester had namelijk geen geld. Haar rechtse voorgangers zadelden Madrid op met een enorme schuld – de grootste van alle Spaanse steden. Het verkiezingsprogramma van Ahora Madrid, de politieke beweging van Carmena, maakt melding van ‘geldverkwisting aan faraonische projecten’. Inmiddels verkoopt Carmena spaarzaamheid als een van haar belangrijkste successen.

De eerste jaren bestond het beleid in Madrid, door geldgebrek en ook door de onervarenheid van de nieuwe bestuurders, vooral uit symboolpolitiek. Een van de meest zichtbare acties was een groot spandoek met ‘Refugees Welcome’ dat werd bevestigd aan het Cibeles-paleis. ‘In de politiek zijn symbolen óók heel belangrijk’, verweert Maestre zich. ‘Zeker in de huidige Europese context is zo’n welkomstboodschap, zo’n boodschap van solidariteit, heel erg nodig.’ Later kwamen de daden: er werden honderden extra opvangplekken ingericht voor asielzoekers, vooral afkomstig uit Venezuela.

Na verloop van tijd werd het Madrileense gemeentebestuur daadkrachtiger. Maestre is er trots op dat het meeste geld niet ging naar grote projecten, maar naar klein onderhoud. ‘Een basketbalveldje. Een schoolplein. Een warme douche in het sportcentrum. Het zijn dingen waarvoor je misschien geen glimmende medailles krijgt, maar in het dagelijks leven maken ze een groot verschil.’

Als er dan toch een project uitspringt, dan is dat Madrid Central. ‘De grootste milieuzone van Europa’, aldus Maestre. ‘En dat was nodig ook, want Madrid werd jaar na jaar door de Europese Commissie op de vingers getikt vanwege de luchtvervuiling.’ Vooral de herinrichting van de Gran Vía, de voornaamste straat van de stad, spreekt in Madrid tot de verbeelding: de voetganger kreeg de ruimte, de auto moest plaatsmaken.

De as waarom het leven draait

‘De Gran Vía is de grote obsessie van Manuela Carmena’, zegt Javier Nájera, ingenieur in dienst van de gemeente Madrid. ‘En dat is niet verwonderlijk: dit is de as waarom het leven in Madrid draait.’

Altijd is de Gran Vía de straat geweest die Madrid de moderniteit binnenvoerde. In 1910, toen met de aanleg werd begonnen, was het idee het centrum te verbinden met de stadsuitbreidingen in het noorden en met de treinstations. Aanvankelijk werden er klassiek-statige gebouwen neergezet: hoofdkantoren voor banken en verzekeraars, casino’s waar de bourgeoisie zich kon vermaken, juwelierszaken. Met elk nieuw stuk straat deed Madrid opnieuw een stap vooruit richting moderniteit. Het Telefónica-gebouw werd de eerste wolkenkrabber van Europa. De ene na de andere bioscoop opende hier zijn deuren. En ook nu nog is de Gran Vía een symbool van eigentijdsheid: de bioscopen zijn op twee na gesloten, sommige zijn nu veranderd in megavestingen van modeketens als Primark en H&M.

Manuela Carmena had bij haar aantreden zo haar eigen idee over moderne stedenbouw. Zij wilde de Gran Vía, tot dan toe een zesbaansweg, omvormen tot een voetgangersgebied. Ook moesten er zo veel mogelijk bomen worden geplant.

Zo ver kwam het niet – er rijden nog steeds auto’s over de Gran Vía – maar de voetgangers kregen wel aanzienlijk meer ruimte. ‘Het is voor het eerst dat er in Madrid een agressieve politiek tegen de auto is gevoerd’, zegt ingenieur Nájera, die de leiding had over de operatie-Gran Vía en al veertien jaar voor de gemeente werkt. ‘Het autoverkeer heeft zich nu aan te passen. Dat was onder het vorige, rechtse gemeentebestuur ondenkbaar: dat overwoog een peperdure tunnel aan te leggen onder het centrum door, om geen barrière voor de auto’s op te werpen.’ De verwaandheid van de voetgangers op de Gran Vía is intussen berucht: de stoplichten bij de zijstraten – die met homostelletjes erop, ook een vooruitstrevende maatregel van Carmena – worden onbekommerd genegeerd.

Ook wat betreft de bomen schikte Carmena uiteindelijk in, nadat ze had geluisterd naar de overwegingen van haar ambtenaren. De gemeentelijk ingenieur bladert in het schrift waarin het hele project is gedocumenteerd. ‘Hier, 86 zijn het er. Perenbomen, want die worden niet te hoog. In deze straat moeten de monumentale gebouwen de glansrol hebben.’

De perenbomen, van de soort Pyrus calleryana, zijn oorspronkelijk afkomstig uit China. Nájera, hoofdschuddend: ‘Dat kwam ons direct op kritiek te staan: waarom moeten we bomen uit Azië hebben, we hebben er toch genoeg in Spanje? Terwijl deze bomen gewoon worden gekweekt in eigen land.’

Maar zo ging dat met de herinrichting van de Gran Vía: de oppositie kwam met een onophoudelijke stroom aan kritiek. Het zou een gotspe zijn de auto te verbannen uit het centrum, een ramp voor de winkeliers.

Nájera haalt er inmiddels zijn schouders over op. ‘Zelfs de rechtse tegenkandidate van Carmena zei tegen me: het is fantastisch geworden. Maar de Spaanse politiek werkt nu eenmaal zo dat de oppositie dat in het openbaar nooit zal toegeven.’ Moet je zien, zegt hij, de nervositeit van de Gran Vía is verdwenen. ‘Ik heb rechtse vrienden die tegen me zeggen: wat heb je gedaan, je helpt Carmena weer aan een overwinning! Het is de eerste keer dat in de klachtenbus complimenten binnenstromen. En dat terwijl klagen hier in Spanje een nationale sport is.’

Is de wisseling van de wacht in zijn ogen goed geweest voor de stad? Nájera komt met een genuanceerd antwoord. Het probleem van rechts, zegt hij, was dat ze daar dachten dat ze God waren, na twintig jaar onafgebroken aan de macht te zijn geweest. Ze deden waar ze zin in hadden. Maar de linkse nieuwelingen waren zo onervaren in het aansturen van een gemeentelijk apparaat dat veel geld dat was begroot niet werd uitgegeven. Ook lagen ze voortdurend met elkaar overhoop.

Misschien zijn de veranderingen in de Spaanse politiek niet zo radicaal als de linkse activisten hoopten toen ze de stadhuizen vier jaar geleden innamen, maar soms zijn kleine veranderingen ook veelzeggend. ‘Kijk’, wijst gemeentelijk ingenieur Nájera. ‘De oude stoeptegels op de Gran Vía zijn gewoon blijven liggen.’ Inderdaad, de tegels van het oude trottoir, vies, met kauwgomresten, liggen nog gewoon op hun plek. Duidelijk is te zien waar de verbreding van de stoep begint. ‘Ik weet zeker dat we onder de vorige machthebbers de hele stoep hadden vernieuwd’, zegt Nájera. ‘Dat is typisch voor dit gemeentebestuur. Ze geven geen geld uit om het uitgeven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden