postuum

Linksbuiten Piet Keizer (1943-2017) was grillige vormgever van het grote Ajax

Hij was het prototype van wat een linksbuiten moest zijn: grillig, geniaal en een tikje artistiekerig. Met Ajax, dat hij altijd trouw is gebleven, won Piet Keizer drie keer de Europa Cup. Maar zijn eigenzinnigheid speelde hem ook parten.

Piet Keizer in 1971. Beeld anp

Piet Keizer is vrijdag overleden als de tamelijk exclusieve herinnering van oudere mannen, vooral mannen in elk geval, voor wie voetbal onvoltooid verleden tijd is. We betreden hier de wereld van oude jongensboeken als Kees de Jongen, waarin dagdromen de normaalste zaak van de wereld zijn. En van een voetballer als Piet Keizer.

Coen Moulijn en Johan Cruijff, die hem voor gingen in de dood, zullen nog wel even voortleven. Cruijff, met wie Keizer successen vierde, was vorig jaar bij zijn dood een mondiaal tranendal. En Feyenoord stond in 2011 een week lang stil bij het overlijden van Keizers evenknie Moulijn. Maar op het sterfbed van Piet Keizer lag al snel een laagje sneeuw. Hij zal het niet erg hebben gevonden.

Cruijff of Keizer

Mijn eerste herinnering aan 'Pietje' Keizer dateert van woensdag 21 oktober 1970. Ajax was op weg naar de wereldtop, maar dat besef moest nog doordringen. Het Olympisch Stadion was slechts voor de helft gevuld voor de wedstrijd in de tweede ronde van de Europa Cup tegen het Zwitserse FC Basel.

Vanwege de geringe belangstelling gaf Ajax geen toestemming voor rechtstreekse uitzending. Dat gebeurde toen vaker. Televisie was nog zwart-wit en reclame speelde niet of nauwelijks een rol. Dat maakte de ervaring in het stadion des te exclusiever.

Piet Keizer speelde een werkelijk weergaloze wedstrijd. In zijn naslagwerk Europa Cup 1970-1971 schrijft Hans Molenaar over die avond: 'De naam Keizer zou hier niet alleen vet, maar ook in goud gedrukt moeten worden.'

Ajax - FC Den Haag (1973) Beeld anp

Bijrol

Het werd slechts 3-0 in een wedstrijd die door de afwezigheid van de grote roerganger Cruijff toch met angst tegemoet werd gezien. De volgende dag schreef De Telegraaf : 'Koning Keizer: heerlijk avondje'.

Ik had extra hard gejuicht in de hoop schor te worden, zodat ze op school zouden vragen hoe dat zo opeens was gekomen. Geen sprake van schorheid de volgende dag.

Amsterdammer Peter Johannes Keizer maakte zijn debuut in 1961, slechts 17 jaar oud, tegen Feyenoord. Een voorhoede in het voetbal bestond nog uit vijf man en Keizer was linksbinnen.

Ajax - FC Den Haag (1974) Beeld anp

Reacties

Een schedelbreuk, opgelopen bij een kopduel tegen DWS, dreigde zijn loopbaan in de kiem te smoren. Er werd zelfs even voor zijn leven gevreesd. Maar na een klein jaar keerde Piet Keizer terug op het veld en groeide als linksbuiten uit tot een dragende kracht.

In die tijden bezat de linksbuiten een bepaalde allure. Als linksbenige werd hem een grillige genialiteit toegedicht en als buitenspeler mocht hij gerust een beetje artistiek zijn. Piet Keizer was het prototype van zo'n linksbuiten. Voer voor dichters en schrijvers ook.

Ten tijde van die wedstrijd tegen Basel werden Keizer en Cruijff nog tegen elkaar afgewogen. Wie was beter? Uiteindelijk bleek de laatste dat, met afstand zelfs. Bij de dood werd zijn grootheid afgemeten aan die van Rembrandt en Vincent van Gogh. In een dergelijk perspectief is Piet Keizer een fijnschilder als Gerrit Dou.

Gevoelvol

Overigens heeft Cruijff in zijn ontwikkeling veel te danken gehad aan Keizer. Als geen andere ploeggenoot bracht de nummer 11 de nummer 14 in stelling. Niemand kon de bal zo gevoelvol raken, weinigen beschikten over zoveel inzicht. Bovenal had Piet Keizer het onvoorstelbare vermogen zijn eigen talent ondergeschikt te maken aan dat van een ander.

Sportschrijver Nico Scheepmaker vergeleek hun verhouding met die van komische duo's uit die tijd. 'De één bereidt de grap voor, de ander scoort het doelpunt: applaus voor beide artiesten!'

In zijn standaardwerk De Ajacieden schrijft Maarten de Vos dat Keizer op z'n best was onder Stefan Kovacs. Trainer Rinus Michels, die het team had grootgemaakt, was opgestapt. De alleraardigste Kovacs liet de teugels vieren en de opgeluchte Keizer nam alle verantwoordelijkheid als aanvoerder.

Zijn leven lang zou Piet Keizer voor Ajax spelen. Lucratieve transfers waren nog uitzonderlijk en met Ajax zat hij sportief aan de top: driemaal winnaar van de Europa Cup met hem één keer als aanvoerder.

Beeld afp

Maar aan Keizer kleefde ook een grote mate van wisselvalligheid. Hij is daarom internationaal nooit tot de top doorgedrongen. Fijnproevers konden zich laven aan de schaarbeweging, waarmee hij tegenstanders in verwarring deed verstijven. Alleen vergde dat genot tijd en ergernis.

Anders dan Cruijff, Van Basten en Bergkamp heeft Ajacied Keizer ook geen monumentaal doelpunt achtergelaten in het collectieve geheugen. Treffender dan de voorbereiding voor het eerste doelpunt tegen Panathinaikos (finale Europa Cup, 1971) wordt het in visueel opzicht niet. Keizer krijgt de bal aangespeeld en neemt die achteloos met de buitenkant van zijn rechtervoet rechts aan.

Terwijl Piet Keizer de situatie in ogenschouw neemt, tolt de bal op schouderhoogte als een ballon met hem mee. Dat is, in de wetenschap wat daarna volgt, een magisch moment. Dick van Dijk kopt de daaruit volgende voorzet raak en de buit lijkt binnen.

Ook als international kon Keizer geen potten breken. Terwijl zijn generatiegenoten geschiedenis schreven op het WK '74, zat Piet Keizer werkeloos op de bank. Bondscoach Michels gaf de voorkeur aan Rob Rensenbrink.

Visser

Tijdens de rust van de finale moest Rensenbrink geblesseerd afhaken. Als meest logische maakte Keizer zich al klaar om in te vallen. Maar Michels koos op het laatste moment voor René van de Kerkhof. De keuze had niet pijnlijker kunnen zijn. Een hardloper in plaats van een technicus.

Onder Rinus Michels was Piet Keizer tot grote hoogte gestegen. Maar hij kon zich slecht vinden in de brute discipline waarmee dat gepaard ging. Bij diens vertrek heeft Keizer, zo wil het verhaal, een uur gedanst op een van de tafels van de Oesterbar aan het Leidseplein.

Hoekige eigenzinnigheid heeft Piet Keizer altijd parten gespeeld. Hij was een fervent visser, 's morgens vroeg zielsgelukkig eenzaam in een bootje op de Amstelveense Poel.

Tegen Maarten de Vos: 'Ik heb doelpunten gemaakt voor 65 duizend toeschouwers, maar weet je wat het betekent als je zo'n snoekbaars aan je lijntje hebt?'

Beeld anp
Beeld anp

Debat

Zwijgzaam, mysterieus en grillig. Het zijn de trefwoorden waarmee Piet Keizer dit weekeinde werd herinnerd. Het waren ook wapens waarmee hij de buitenwereld op afstand hield, al wekte dat een verkeerde indruk. Mensen die hem goed kenden, prijzen juist zijn hartelijkheid en gevoel voor humor.

Oktober 1974 kwam een einde aan zijn loopbaan als voetballer, uiteraard na een conflict met de trainer, in dit geval Hans Kraay. Daarna bleef Keizer nog min of meer aan Ajax verbonden als scout of technisch adviseur.

Soms, zoals tijdens het conflict rond de plannen van Cruijff, mengde hij zich met grote stelligheid in de debatten. Maar concreet werd zijn visie nooit. Dat vereiste een betrokkenheid die hij niet wilde opbrengen.

Beeld anp

Biografie

Zo kon je als sportjournalist Pietje Keizer opeens tegenkomen. Zat hij zomaar naast je op de perstribune, een soort van collega en een aardige bovendien. En toch gaf dat geen pas, al leek hij daarvan zelf het minst last te hebben.

Mijn laatste herinnering aan Piet Keizer dateert van donderdag 15 september vorig jaar. Het was tijdens een afscheidsreceptie in het Olympisch Stadion, dezelfde plek waar hij een halve eeuw eerder mijn voetbalheld werd.

Samen met een bevriende collega sluimert al een paar jaar het plan om Keizer te gedenken met een biografie. Alle voetballers van zijn statuur vielen die eer al te beurt. Hem merkwaardig genoeg niet. Die collega sprak hem er al een paar keer op aan, tevergeefs uiteraard.

Op een gegeven moment stond Piet Keizer naast me, hét moment om die hoognodige biografie nog eens aan de orde te stellen. Het bleef een voornemen.

Beeld anp

Ajax-icoon Piet Keizer

Het mooie aan Piet Keizer, schreef Willem Vissers in 2011, is niet alleen dat hij geweldig kon voetballen, hij was/is tevens dwars, eigengereid en mysterieus, zoals het een linksbuiten betaamt. Zo heeft hij nooit kritiekloos achter Johan Cruijff aangelopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden