Links in Amerika is over zichzelf gestruikeld

Wat in Amerika voor links doorgaat, heeft de nederlaag op 8 november aan zichzelf te wijten, meent Michael Tomasky. De beste manier om conservatieven te kweken is door rechts het voortouw te laten nemen bij de aanpak van problemen rond criminaliteit en immigratie....

GRAAG had ik hier het volgende willen melden: 'Helaas was er een ongekende verkiezingsnederlaag voor nodig om datgene wat de Amerikanen gek genoeg ''links'' zijn blijven noemen, zijn recente dwalingen te doen inzien en zichzelf weer op het juiste spoor te brengen.' Maar deze zin strookt niet met de werkelijkheid. Die is veeleer dat zelfs de aframmeling van 8 november niet voldoende was om het liberalisme/progressivisme (de 'ismen' die nu 'wasmen' zijn, om de woordspeling van een Britse diplomaat te gebruiken, toen hij van het Hitler/Stalin-pact vernam), tot inkeer te brengen.

Laat er geen misverstand over bestaan: wat op dit moment 'links' wordt genoemd, wat dat dan ook moge betekenen, is dood. Om zeep gebracht. De hoofden liggen hoog opgestapeld op de mestvaalt, de bloeddorst van de menigte is gelest en het publiek is naar huis gegaan.

De verkiezingsuitslag kwam niet als een donderslag bij heldere hemel. Hij was al enkele jaren in aantocht. De uitslag van 8 november vormde het ultieme referendum over een links-liberale politiek die teveel aandacht besteedde aan kwesties die het eigen ego moesten strelen en te weinig aan de behoeften van de meeste Amerikanen.

Ik onderbreek dit betoog even om uit te leggen wat ik onder 'de meeste Amerikanen' versta. Ik denk daarbij niet alleen aan blanken of - nog specifieker - aan heteroseksuele blanke mannen of blanke, christelijke echtparen. Nee, de Amerikanen die ik bedoel hebben alle mogelijke huidskleuren, politieke overtuigingen en seksuele oriëntaties. Ze werken (of zouden dat althans graag willen). Ze betalen belasting (of zijn daar althans toe bereid). Ze zijn ideologisch ongebonden. Ze hebben veelal kinderen. Ze willen dat de vuilnisman en de wijkagent regelmatig langs komen. En ze verlangen dat hun regering de sociale problemen aanpakt.

Maar zij voelen er niets voor hun portemonnee aan de politici te overhandigen, omdat hun bankafschriften hen alle reden tot zuinigheid geven (en omdat je hoe dan ook de hand op de knip moet houden met een politicus in de buurt). En ten slotte zijn het mensen die gecompliceerder in elkaar zitten dan de reactionaire, racistische, sexistische, homofobe domkoppen, waarvoor ze vaak door links worden uitgekreten.

Deze mensen voelen zich door links volledig in de steek gelaten. Of, als ze dat niet doen, dan zouden ze dat moeten doen omdat ze al jaren geleden in de steek gelaten zijn. Ze werden ingewisseld voor een gezelschap dat de progressieve elites vermoedelijk aantrekkelijker vonden omdat de leden daarvan voor een sprankelender conversatie op cocktailparty's zorgden: door mensen uit die elites zelf.

En zo zitten we om de tafel, babbelend over de literatuurlijsten van een handjevol elite-universiteiten, waarbij de een de academische principes van Fish en de ander die van Jameson verdedigt. Maar het gros van de studenten uit arbeidersgezinnen zal a. deze lijsten, hoe dan ook samengesteld, nooit bestuderen; b. bij de namen Fish en Jameson aan een vismaaltijd met Ierse whiskey denken (wat overigens niks uitmaakt); c. erg weinig literuur-colleges volgen; en d. zich uit de naad werken teneinde het collegegeld te kunnen opbrengen voor een of andere tweejarige studie aan een universiteit in hun eigen staat.

Deze studenten willen een graad behalen die hun kansen vergroot op het vinden van een baan met een redelijk inkomen en wat zekerheid, zodat ze een huis kunnen kopen en alle gewone dingen kunnen doen die Amerikanen (van alle kleuren, overtuigingen enzovoorts) willen doen, hetgeen, tussen haakjes, geen slechte dingen zijn.

Natuurlijk, de discussie over de literatuurlijsten is van belang. Maar ze heeft niets te maken met de ervaring van 97 procent van de studenten in dit land. Zoals Russell Jacoby in zijn boek Dogmatic Wisdom overduidelijk aantoonde, laten zij zich gedurende hun studie vooral leiden door de vraag: hoe krijg ik een voet tussen de deur?

Het is een veelomvattende, langgerekte en hartverscheurende aanklacht, die nog vele pagina's zou kunnen beslaan. Maar laten we tot de kern van de zaak doordringen en ons beperken tot een van de belangrijkste kwesties. Het meest saillante statistische gegeven van de tussentijdse verkiezingen was het feit dat Voorstel 187 (het voorstel om illegalen het recht op sociale voorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg te ontzeggen, red.) in Californië werd aangenomen met steun van een kwart van de Latijnsamerikaanse en bijna de helft van de zwarte en Aziatische kiezers.

Van mij zult u geen woord ten gunste van het initiatief horen. Ik zou zelf tegen hebben gestemd en hoop dat het de toets der juridische kritiek niet zal doorstaan. De retoriek van de meest fervente voorstanders was zonder twijfel racistisch van aard.

Maar stel jezelf de vraag: kunnen we werkelijk een ruime meerderheid van de zwarten, Aziaten en latino's in Californië als racisten bestempelen? Misschien dat ze een zondebok hebben gezocht, maar ze zijn ook bang en bezorgd over hun eigen positie. Een zwarte werknemer met een ondergeschikte functie bij Lockheed weet donders goed dat hij van de ene dag op de andere kan worden vervangen door een illegale Mexicaan die (zoals het bedrijf uit ervaring weet) geen eisen stelt aangaande medische zorg of ziektewet.

Je kunt Voorstel 187 afwijzen en toch begrijpen waarom de kiezers uit de minderheidsgroepen er massaal voor stemden. Wat tragisch is, is het feit dat het zover moest komen. En ten dele is dit te wijten aan al die in wezen reactionaire linkse lieden die niet beseften dat de instroom van illegale immigranten problemen opriep voor de legale arbeiders. In plaats van die problemen te onderkennen en ze aan te pakken, zetten ze de hakken in het zand en riepen 'racist'. Ja, dat is ongetwijfeld waar, maar wat doe je met zo'n constatering?

De beste manier om nieuwe generaties conservatieven te kweken (van alle kleuren, en geloof me, het gebeurt al), is om rechts het voortouw te laten nemen bij kwesties als de sociale voorzieningen, de misdaad en de immigratie. Rechts zal namelijk op al deze fronten winnen van links. Niet omdat de mensen reactionaire domkoppen zijn, maar omdat links hen geen zinvolle alternatieven aanreikt.

Nu uit de verkiezingen is gebleken dat de ruk naar rechts de Democraten slechts verlies heeft opgeleverd, zullen er zeker mensen opstaan die beweren dat de Democraten alleen kunnen terugkomen als ze zich weer linkser gaan opstellen. Ik wou dat het waar was.

Bij alle ellende van de verkiezingsuitslag was er een lichtpuntje: Nu is tenminste duidelijk aangetoond dat een Democraat er onverstandig aan doet een Republikein rechts te passeren, want de kandidaten die dat probeerden verloren ook hun zetel.

Niettemin is het in het huidige tijdsgewricht hoogst onwaarschijnlijk dat de Democratische Partij stemmen kan trekken met pleidooien voor een nieuwe ziektekostenverzekering, meer bezuinigingen op defensie, geen ingrepen in de sociale voorzieningen en een verhoging van de vennootschapsbelasting. Wie dat gelooft is niet van deze wereld.

En, alstublieft, bespaar me het gepraat over derde partijen. Ten eerste komen ze nooit van de grond. En ten tweede is de enige derde partij die in dit land nog enige kans van slagen heeft, een partij die voortkomt uit wat de politicoloog Theodore Lowi 'het radicale centrum' noemt: de aanhangers dus van Perot en anderen die de twee bestaande partijen verachten, die nog steeds in aantal toenemen, maar die zich nooit en te nimmer met links zullen inlaten.

Dat is de toestand. En vermoedelijk wordt het nog veel erger voordat de lucht weer wat opklaart. Misschien moeten we de mensen hun doodstraf, hun belastingverlaging en hun gebed op school maar gunnen. Wanneer ze vervolgens merken dat dit soort zaken niet helpen tegen de misdaad, de corruptie, de rentelasten en het morele verval, zullen ze wel weer op hun schreden terugkeren. Natuurlijk, daar zal ten minste een generatie overheen gaan en Joost mag weten hoeveel armen er in de tussentijd tussen de wielen zijn geraakt.

ANTWOORDEN? Ik heb ze niet. Wie beweert ze wel te hebben, houdt iedereen - en vooral zichzelf - voor de gek. Maar ik weet wel dat een van de meest kwalijke aspecten van het verschijnsel dat we political correctness noemen, was (ik spreek nu tegen beter weten in in de verleden tijd) dat iedereen die niet de allernieuwste en (ogenschijnlijk) meest subversieve standpunten innam inzake een hele waslijst van politieke kwesties, onmiddellijk als tegenstander van het 'progressivisme' aan de kant werd gezet.

Daar moet een einde aan komen. Niet uit naam van een linkse beweging die ooit heeft bestaan, maar die inmiddels bij het oud vuil is gezet. Nee, het zou moeten gebeuren uit naam van een beweging die snapt dat niet elk idee dat nieuw en radicaal oogt per se juist is en niet elk oud - ik durf zelfs te zeggen traditioneel - idee onjuist.

Het zou een beweging moeten zijn die oude en nieuwe gedachten samensmeedt tot een werkelijk progressieve visie op een samenleving, gebaseerd op werk, onderwijs, gemeenschapszin en al die andere zaken die we koesterden toen we begonnen maar die we om een of andere reden opgaven waarna rechts ze oppakte en perverteerde.

Michael Tomasky is columnist van het in New York verschijnende weekblad The Village Voice.

The Village Voice/de Volkskrant

Vertaling Margreet de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden