Links en progressief vallen niet samen

Onlangs betwijfelde Marcel van Dam in zijn Volkskrant-column of kandidaat-PvdA-voorzitter Sharon Dijksma wel genoeg belangstelling heeft voor 'de sociaal-democratie als progressieve beweging'....

DE POLITIEKE begrippen links en rechts ontstonden tijdens de Constituante (het al vergaderend maken van de grondwet) tijdens de Franse revolutie. De termen zijn groezelig en eenzijdig en hun afschaffing is menigmaal bepleit. Maar in bijna alle democratische stelsels hebben politici, media en kiezers wel een overzichtelijk lijntje in hun hoofd waarop de partijen herkenbaar gerangschikt kunnen worden.

Meestal worden de partijen die het meest willen veranderen ter linkerzijde geplaatst. Links is vernieuwend, rechts is behoudend. Tot ongeveer 1900 ging het vooral om de volkssoevereiniteit: dankzij de opbloei van democratie kon de kleine man de politiek gaan beïnvloeden en zo zijn lot verbeteren. Na 1900 stonden, dankzij de opkomst van het socialisme, directe sociale hervormingen voorop, met links als hervormingsgezinde aanjager.

Maar links en progressief kunnen onmogelijk altijd samenvallen. Ook links heeft altijd wat te verdedigen, bijvoorbeeld de democratie tegen het fascisme. En rechts is niet altijd behoudend: zie de 'revolutie' van Thatcher. Conservatieve leiders als Bismarck en Disraeli hebben grotere sociale vernieuwingen doorgevoerd dan bijvoorbeeld de liberale leider Gladstone.

De (cultuurpessimistische) Spaanse filosoof Ortega y Gasset vond het zelfs 'imbeciel' en 'een zedelijke verlamming van de helft van de mens' voor links of rechts te kiezen. De Franse president Charles de Gaulle had een soortgelijk oordeel: rechts verraadt het volk en links de staat (ofwel: de vermeende Franse glorie).

In de jaren dertig verzette de Nederlandse SDAP zich heftig tegen de draconische bezuinigingen van Hendrik Colijn. Wat het directe beleid betreft, waren zij eventjes de conservatieven en was Colijn de vernieuwer. Maar over de hele politieke bandbreedte waren de vroege sociaal-democraten veel vernieuwingsgezinder.

Overigens werd de term rechts toen alleen voor de confessionele partijen gebruikt. Liberalen waren links, hoewel zij Colijn trouwer steunden dan de katholieke RKSP. 'Meer liberalen naast Colijn' was een verkiezingsleus van de meest progressieve liberalen, de Vrijzinnig-Democraten van Pieter Oud. Terwijl de katholieken onder Pieter Aalberse tweemaal crisis met premier Colijn maakten, omdat ze diens beleid te asociaal vonden.

De katholieken zaten graag in het midden, 'het onverzoenlijke verzoenend', dus ook werkgevers en werknemers. Na de wederopbouw werd de verzorgingsstaat gemaakt, eerst samen met de PvdA, later (na 1959) ook met de VVD. Katholieke ministers als Veldkamp, Cals en Klompé liepen voorop en later is gezegd dat juist zij te royaal waren met hun arrangementen (Bijstand, WAO). 'Klompé heeft van het Rijke Roomsche Leven het gesubsidieerde roomse leven gemaakt', grapte Willem Drees jr. ooit.

Links (PvdA, D66, en de meer extreme partijtjes) was nog steeds overwegend vernieuwingsgezind en radicaliseerde eind jaren zestig door de idealen van de jeugdrevolutie over te nemen. Links moest niet meer tevreden zijn met wat paternalistische kleine stappen ten gunste van de onderliggers in de samenleving, nee, het was hoog tijd voor een radicale spreiding van macht, kennis en inkomen.

Bovendien was de hondentrouw aan de VS en de NAVO en de (nucleaire) wapenwedloop nu wel verleden tijd, te meer daar de Amerikanen zich in Vietnam lelijk misdroegen. Links had ook genoeg van de levensbeschouwelijke zuilen, van regenten en allerlei vrijheidsbeperkingen (ook op seksueel gebied). Individualisering was toen een linkse vorm van emancipatie. Die brede radicalisering betekende ook een aanscherping van de begrippen links en rechts. Het confessionele midden werd met de VVD op één hopeloos conservatieve hoop gegooid. Deze 'polarisatie' was propaganda waarvan links én de VVD bij de stembus profiteerden. De KVP werd gehalveerd in drie verkiezingen (1967-'72) en vluchtte in het CDA.

Het kabinet-Den Uyl was eigenlijk een botsing tussen traditioneel en radicaal links, waarbij de krachtigste vernieuwers teleurgesteld achterbleven. De 'grote hervormingsvoorstellen' (bedrijfsdemocratie, grondpolitiek, vermogensaanwasdeling en investeringsregelingen) sneuvelden goeddeels, maar de inkomens werden wel meer genivelleerd. Tegelijk begreep ook het nuchterste deel van links dat de uitgaven de pan uitrezen. Na de oliecrisis moest de overheid matigen. Ook Den Uyl ('die tijd komt nooit meer terug') wist dat van een belissende omslag sprake was.

Na de mislukte formatie van 1977 raakte de PvdA zwaar in het defensief. Links en 'vernieuwend' begonnen duidelijker dan ooit uiteen te wijken. Den Uyl waarschuwde enige jaren later in Paradiso tegen het oprukken van Nieuw Rechts, toen in de gedaanten van Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Ook in Nederland dreigde een wrede rechtse aanval op de verworvenheden van de verzorgingsstaat, vooral onder invloed van neoliberale economen.

Volgens Den Uyl had links de taak die verworvenheden zo hardnekkig mogelijk te verdedigen, ook op straat. Dat gebeurde ook, maar vanaf 1980 had links weinig echt vernieuwends te melden, behalve al te dogmatische en ijle verhalen over 'het sturen van de economie'. Curieus was ook de breed-linkse weerzin tegen nieuwe technologie, niet alleen nucleair (kerncentrales), maar ook de aanstormende computerrevolutie. Den Uyl moest er weinig van hebben en zei dat computers op scholen nauwelijks nodig waren.

Links was in die dagen overwegend behoudend en defensief. Men wilde geen nieuwe nucleaire wapens (neutronenbom, kruisraketten), maar daarvan kan gezegd worden dat men de automatismen van de Koude Oorlog wilde doorbreken (vernieuwing in hogere zin). Links wilde een krachtiger milieubeleid, maar met een wonderlijk sterk accent op het tegenhouden van nieuwe industrie en allerlei bouwsels en projecten, hoewel die goed waren voor de broodnodige werkgelegenheid. PvdA, D66 en PPR, een decennium eerder nog 'de progressieve drie', verdedigden niet alleen de uitkeringen maar ook de rechten van allerlei beroepsgroepen.

Het kabinet-Lubbers I is ongetwijfeld een van de meest vernieuwende van de vorige eeuw geweest. Het heeft ruig bezuinigd en zo de al te royale verzorgingsstaat gecorrigeerd. Af en toe gebeurde dat zo kras (à la Colijn) dat de tekorten in zorg en onderwijs nu nog schrijnen. Het besef dat het verminderen van wezenlijke voorzieningen eigenlijk even zorgvuldig moet gebeuren als het eerdere opbouwen, leek geheel afwezig. Het was een doortastend kabinet waarnaast een behoudend links alleen afweer en protest te bieden had.

Lubbers was als premier geen visionair en ideoloog, maar hij had wel een wonderlijk en inspirerend enthousiasme voor het soepel oplossen van problemen. Zo wilde hij ook het heftig (en onvruchtbaar geworden) polariseren beëindigen, dus langdurige gevechten over kruisraketten, abortus en euthanasie. Wat de laatste twee thema's betreft was de VVD in principe progressiever dan het CDA, maar in de politieke praktijk deinsde de VVD-rechtervleugel steeds terug.

Aan het eind van de jaren tachtig wilde Lubbers zijn vernieuwingsenthousiasme ook uitstrekken tot het milieubeleid, maar dit was te veel gevraagd van het VVD-burgerdom, dat overigens de buit - de belastingverlaging van Oort - al binnen had. De 'autocrisis' van 1989 maakte een einde aan een rechtse vernieuwingsperiode. Lubbers' vernieuwingspogingen met de PvdA liepen stuk op de onwil in beide CDA-fracties (onder Brinkman en Kaland) en op de nog steeds defensieve bangelijkheid van de toenmalige PvdA.

Tijdens Paars (vanaf 1994) is de PvdA nooit meer duidelijk links en/of progressief geweest. Er is geen poging gedaan de denivellering sinds de jaren tachtig ongedaan te maken en de beleidsbalans met de VVD helde bepaald niet naar links over. Ex-fractieleider Thijs Wöltgens schreef een boos boekje tegen het neoliberalisme van Paars I en opperde het idee met CDA'ers een Sociaal-Conservatieve Partij beginnen. De coalitie had inmiddels genoeg geld in de nationale schatkist om interne conflicten af te kopen, mits de PvdA niet te veeleisend was.

De grote vraag (voor de volgende verkiezingen) is nu of de PvdA de prettige regeermacht in het midden - vroeger van KVP en CDA - wel in de steek wil laten voor idealen en concreet beleid die links én vernieuwend zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden