Lina en Yusuf blijven in Syrië: 'Ineens zag ik de mensen die bommen op ons gooiden'

Ze moesten vluchten uit Aleppo; nu zetten activisten Lina Shamy en Yusuf Moussa hun strijd tegen Assad voort in Idlib. Daar waar ze niet meer alles kunnen zeggen en de bommen ook steeds regelmatiger vallen. Maar stoppen kan niet. 'Want dan verliezen we alles.'

Lina in Aleppo, 36 uur voor vertrek. Rechts de woning waar ze wachten op het sein dat ze de stad kunnen verlaten. Beeld Lina Shamy

Dan ziet ze de beelden. Ze ziet Aleppo. 'De soldaten liepen door onze wijken', zegt Lina. 'Ze waren precies op de plek waar we dag ervoor waren vertrokken. We schreeuwden. We wezen de huizen aan die we kenden. De plaatsen waar we in onze dromen nog waren.' Het deed pijn, zegt ze. Dit is het verhaal van Lina Shamy (26) en Yusuf Moussa (30), twee jonge Syriërs die tot voorkort nog gewoon studenten architectuur waren aan de universiteit van Aleppo. Maar de afgelopen jaren veranderden ze in activisten. In rebellen, strijdend tegen hun president, Bashar al-Assad. 'We waren bang, maar toch deden we het', zegt Yusuf. 'We hadden gezien hoe onze vaders en opa's leefden.'

De Volkskrant heeft sinds twee maanden contact met hen. In meerdere telefoongesprekken vertellen Yusuf en Lina hoe het hen is vergaan ná de val van Aleppo, wat er gebeurt in hun nieuwe stad Idlib. Tijdens de interviews blijken ze strijdlustig. Ze maken grappen. Maar als we doorvragen naar details, wordt het soms een tijdlang stil.

In hun stad maakten ze gruwelijke dingen mee. Ze begroeven vrienden met hun blote handen, zagen kinderen sterven, hoorden mensen in doodsnood roepen onder de puinhopen. Vlak voordat ze Aleppo verlieten, hebben ze alles in hun eigen huis vernietigd. In elkaar getrapt. Verbrand. Zodat de soldaten er niets aan zouden hebben. 'Jij filmt, ik sloop', heeft Yusuf gezegd. Lachend van de zenuwen zijn ze tekeer gegaan. Lina heeft met zwarte verf een laatste groet op de muren geschilderd. 'Dit is de revolutie van de eenzamen', staat er.

Tekst gaat verder onder de kaart.

Beeld de Volkskrant

Aleppo eind december 2016

Het is vijf uur 's avonds als Yusuf een kalasjnikov op zijn schoot legt. In zijn rechterhand heeft hij een granaat.

Zijn zwarte haren zijn lang en ongekamd. Zijn ogen staan vermoeid achter zijn bril. Zesendertig uur hebben ze gewacht. Nu zit hij achter het stuur van zijn oude Kia. Hij is net gebeld door een strijder met wie hij maandenlang samen heeft gevochten. 'We kunnen weg', heeft de jongen gezegd. 'Nu.'

Het sneeuwt. Yusuf kijkt door zijn voorruit. Het is afgelopen. Hij weet het. Vanavond moeten ze vluchten, dwars door het gebied van hun vijand. Met een schuin oog kijkt hij naar de kalasjnikov op zijn schoot. Hij weet dat hij hem zal gebruiken als het nodig is. Naast hem zit Lina. Ze is mager. Al dagen eten ze nauwelijks vanwege de spanning. 'We weten niet', zegt Lina aan de telefoon tegen de Volkskrant, 'of we hier nog levend uit zullen komen.'

Lina Shamy is een bekende activiste in Syrië. Sinds een tijd vlogt ze. 'Westerse media laten vaak alleen maar zien hoe erg het voor mensen is', zegt ze. 'Alsof je dit alleen moet zien als een humanitaire ramp. Ik begon filmpjes te maken, omdat ik uit wilde leggen hoe het kwam. Dat dit een revolutie is tegen onderdrukking.' Binnen de kortste keren sloeg haar account over de kop: op Twitter heeft ze meer dan 50 duizend volgers. Recent publiceerde ze een artikel in de New York Times.

Ze zijn één van de laatste konvooien vanavond. Omdat er niet genoeg bussen zijn, mogen ze met hun eigen auto. Achterin de auto zitten nog twee mensen met wapens. 'We hielden overal rekening mee', zegt Yusuf. 'We wisten dat Lina als gevaarlijk werd gezien.' Een van de mensen achterin is Lina's vriendin. Ook zij heeft een kalasnikov vast. Sinds een week weet ze hoe ze de veiligheidspal omlaag trekt, hoe ze moet schieten. Op haar schoot zit haar babydochter, een meisje van 1 jaar en 8 maanden.

Dan geeft Yusuf gas.

'Ik heb niet meer achterom gekeken', zegt Lina. 'Mijn enige gedachte was dat we veilig weg moesten komen. Ik kon nergens anders meer aan denken. Voor mijn gevoel stond de tijd stil.' In de kofferbak van de auto liggen vijf posters. Het zijn foto's van Majid, een strijder. Op een dag kreeg hij aan het front een kogel in zijn zij en werd hij niet meer wakker. Yusuf zat naast hem toen hij stierf. Zijn moeder heeft alleen nog een plastic zakje met aarde van zijn graf. Yusuf weet dat de foto's in hun kofferbak vandaag hun einde kunnen betekenen. Zwijgend heeft hij ze in zijn auto gestopt.

15 december, Lina en Yusuf zien vanuit een ziekenhuis in Aleppo hoe gewonden als eersten uit de stad worden geëvacueerd. Beeld Lina Shamy

Aleppo, Vijf jaar geleden

Vijfenhalf jaar geleden zagen ze de revoluties in Tunesië, Egypte en Libië. En ze hoopten dat het zou overslaan.

'Elke nacht sloot ik mezelf op in mijn kamer en speelde ik de filmpjes af van de protesten', zegt Yusuf. 'Soms kreeg ik tranen in mijn ogen. Met vrienden van de universiteit begon ik over een opstand te praten.' We werkten met kleine groepjes van tien, twaalf man, zegt Lina. 'Alles ging in het geheim. Via facebook. Mijn schuilnaam was Black Rose. We verzamelden bij de universiteit, deden alsof we elkaar niet kenden. Zodra iemand begon te zingen, gingen we om hem heen staan en begonnen we met zijn allen te zingen.'

Yusuf: 'Ik had nog nooit zo'n vrijheid gevoeld.' Lina: 'De veiligheidsdienst sleurde mensen mee. Ik heb gevochten om hen terug te krijgen.' Ze demonstreerden bijna wekelijks. 'Op een dag vroeg een studente me mee te komen', zegt Lina. 'Ze was beleefd, dus ik dacht: ach, wat kan er gebeuren? We liepen een kamer in en daar zat de voorzitter van de studentenvereniging. Onder zijn oksel hing een pistool. Hij had een wit vel in zijn hand. Hij zei: zie je dit papier? Ik kan jou wissen met mijn gum, ik kan je helemaal wissen.'

'Ik ging fel tegen hem in en zei: we zitten hier op een universiteit, waar héb jij het over? Hij liet me gaan. Maar hij zei dat hij me in de gaten zou houden.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De afscheidsgroeten die Lina Shamy op de muur in haar woning in Aleppo verft. Vanaf links: 'Het volk wil de val van het regime', 'De bijzondere Syrische revolutie' en 'De revolutie van de eenzamen.' Beeld Lina Shamy

Buiten Aleppo, na vijf uur in de avond

Buiten Aleppo, 's avonds na vijven. In het donker rijden ze door het besneeuwde landschap. Achter hen klinkt gerammel. De auto van vriend Khalid heeft het vlak voor vertrek begeven. Hij heeft gesmeekt of ze hem wilden slepen. En dus zitten de twee auto's nu met een touw aan elkaar vast. Nerveus luistert Lina naar de geluiden. 'Wat nou als onze auto er ook mee stopt?', zegt ze telkens. Maar niemand antwoordt.

Daar is het eerste checkpoint.

'Ineens zag ik mijn vijand', zegt Lina. 'Dit waren de mensen die ons een paar dagen geleden nog aan het vermoorden waren. Er stonden vier Syrische soldaten en naast hen stond een Rus. Aan hun manier van doen zag ik dat de Rus de baas was. Hij deelde de orders uit. Dit waren de mensen die de bommen op ons hadden gegooid. Nu stonden ze hier voor me. En we passeerden elkaar als vreemden. Ik wist niet wat ik moest voelen.'

Yusuf kijkt naar hen. Hij wil weten wie het zijn, maar de Rus maakt geen oogcontact. Hij telt de mensen in de auto. Dan mogen ze doorrijden. Voortdurend kijkt Yusuf in zijn spiegels. Hij is bang dat ze worden gevolgd. Na het tweede checkpoint stopt ook hun auto ermee. 'Ik had Yusuf nog nooit zo gestresst gezien', zegt Lina. Hun vriend zegt niets meer. 'Hij was zo bang dat we hem achter zouden laten.'

Pas als ze de Rode Halve maan zien, kalmeert iedereen: er is hulp. De organisatie regelt dat ze verder kunnen. 's Avonds komen ze aan in Idlib. 'Ik weet nog dat iemand van het Vrije Syrische Leger "welkom" tegen me zei', zegt Lina. 'Toen begon ik te huilen. Ik voelde me niet blij, niet verdrietig. Het waren de langste uren van mijn leven geweest.' In de sneeuw staat hun vriend Hamdi, een strijder, op hen te wachten. In tranen omhelzen ze elkaar. 'Hij had gedacht dat we het niet zouden overleven', zegt Yusuf.

Bekijk hier de vlucht van Lina en Yusuf in foto en video.

Aleppo de trauma's

De keren dat ze dichtbij de dood waren in Aleppo - het waren er veel. 'De veiligheidsdienst zat overal', zegt Lina. 'Ze kwamen de universiteit binnen en gingen met wapens tussen de studenten staan. Hoogleraren durfden niets te zeggen.'

'Tijdens demonstraties op de universiteit werd er geschoten. Dan renden we, terwijl de kogels over ons hoofd vlogen. Soms werden tientallen mensen gedood. Ik geloofde altijd in de vreedzame weg, maar na al die doden wist ik het niet meer.'

'Eén keer ben ik opgepakt en heb ik een nacht in de cel gezeten, samen met een vriendin. Met handboeien om liepen we door het politieburau. Daar zagen we mannen in hun ondergoed - de handen geboeid op de rug. Hun lichamen zaten onder het bloed. 's Avonds werden we geblinddoekt naar een kamer gevoerd en ondervraagd.'

'Sommige mensen in Aleppo geloofden niet dat de politie echt op demonstranten schoot', zegt ze. 'Ze durfden youtube niet te openen. Alles werd in de gaten gehouden. Sommige familieleden wilden geen contact meer. Ze durfden niet te bellen. Iedereen was doodsbang.'

Yusuf's broer Hamza, ook een activist, verdwijnt in 2012. 'Hij is opgepakt', zegt Lina. 'Ken je Caesar, de Syrische fotograaf die de beelden van dode gevangenen naar buiten bracht? Yusuf is gaan zoeken. Foto na foto klikte hij aan. Hij zoomde in op elk beeld. Het waren foto's waar een mens geen minuut naar kan kijken.'

'Hij vond niets', zegt ze. 'Maar een tijd later kregen we een telefoontje dat zijn broer gedood zou zijn. We kregen een foto van een lijk. De jongen die we zagen leek absoluut niet meer op hem: de honger en martelingen hadden hem veranderd. Maar Yusef herkende hem aan zijn haar en zijn baard.'

Hij heeft zijn ouders nooit verteld dat hij die foto heeft gehad, zegt Lina. 'In deze hele revolutie', zegt Yusuf, 'doet dit me nog het meeste pijn.'

Beelden uit de video die Lina en Yusuf voor hun vertrek uit Aleppo maken.

Idlib, de nieuwe strijd

Veel huizen zijn nog heel, er zijn minder bommen gevallen dan in Aleppo. Ze wonen in het appartement van Lina's oom, in het centrum. Er is geen stromend water. Wel gaat soms het luchtalarm. Dat kenden ze niet uit Aleppo: het zou er zinloos zijn geweest. Maar juist doordat het minder vaak gebeurt, zitten ze soms weer rechtop in hun bed.

De eerste dagen hebben ze apathisch voor zich uitgekeken. In hun hoofden loopt alles door elkaar. Moeten ze doorgaan met de strijd? 'We weten nog niet wat we moeten doen', zegt Yusuf aan de telefoon. 'Alles is anders hier. We zijn hier onder een nieuwe macht. We beginnen nu pas na te denken.'

In Idlib hebben zich rebellen verzameld uit de rest van het land. Ook zien ze strijders terug met wie Yusuf heeft gevochten in Aleppo. 'Ik heb me van begin af aan begeven tussen de mensen die de wapens hebben opgepakt', zegt Yusuf. 'We brachten veel tijd door samen. We praatten over de revolutie.'

Lina: 'Yusuf vocht mee, maar hij was ook verpleegkundige, cameraman, activist. Hij verspreidde beelden van demonstraties, smokkelde spullen vanuit Turkije: satelliettelefoons, medicatie, camera's. Iedereen die meedeed aan de revolutie, deed alles. Het kon niet anders.'

In Aleppo onstond in de loop der tijd een uiteenlopende verzameling rebellenfracties: van gematigden tot radicalen. Yusuf zegt niet bij die laatste groep horen, maar het betekende wel dat hij soms naast de islamisten stond te vechten. 'Het was geen keuze', zegt hij. 'Het was het enige wat we konden doen. Of we elkaar nou mochten of niet, we ondergingen hetzelfde lot. Ik wist dat we in de toekomst problemen zouden krijgen toen we de wapens oppakten. Maar we konden niet anders. We keken allemaal de dood in de ogen.'

De bommen vallen ook hier in Idlib. En het worden er langzaam meer. Maar ze komen niet alleen van Assad en de Russen. Ook de Amerikanen voeren drone-aanvallen uit, gericht op radicale groeperingen, zegt Lina. 'De kracht van de Amerikaanse bommen is enorm. De drones hangen continu boven ons. Ze bespioneren ons. Het is enger dan de vliegtuigen. Die kun je gewoon horen.'

Het is een van de redenen dat de sfeer in Idlib is anders dan in Aleppo. Rebellengroepen wantrouwen elkaar, bang dat de één de ander verraadt. De sfeer is explosief.

'We kunnen niet meer alles zeggen', zegt Yusuf. 'We letten op hoe we praten over bepaalde groepen, zodat we geen vijanden maken. Het is onmogelijk om in Idlib de straat op te gaan zonder wapens. Er zijn ontvoeringen, berovingen. Als je na zeven uur 's avonds op straat loopt, weet je niet zeker of je nog thuis komt. Het klinkt misschien vreemd, zegt hij, 'maar los van de bombardementen voelden we ons veilig in Aleppo. Daar was het duidelijk als iemand een misdaad beging. Dan werd er gepraat met zijn groep. Nu maak ik me zorgen dat ik gedood kan worden door iemand met wie ik samen heb gevochten in dezelfde loopgraaf.'

Idlib, de dromen

Ze zijn weer begonnen met demonstreren. Maar de aantallen zijn minimaal. In Idlib krijgen ze hoogstens honderd man bij elkaar. Lina: 'Toen we net hier waren, zeiden veel mensen dat de revolutie voorbij was.'

Yusuf: 'Ik vond eigenlijk dat we mensen eerst moesten vertellen over het belang van de revolutie. Dan kunnen we pas weer demonstreren. Maar onze vrienden gingen daar niet mee akkoord. Ze wilden demonstreren. Ik was bang dat andere groepen ons zouden aanvallen omdat we de revolutionaire vlag omhoog hielden. Maar niemand deed iets. Dat haar twitteraccount zo veel volgers kreeg, verbaasde Lina. 'Soms denk ik wel dat we misschien te laat zijn geweest. Waarom deed ik dit niet eerder? Maar eerlijk gezegd had ik toen zoveel aan mijn hoofd in Aleppo, dat ik er niet aan dacht. Ik ben verdrietig dat dit zo laat opgang is gekomen.' 'Assad begaat oorlogsmisdaden en niemand doet hem iets', zegt ze. 'Hij zit in zijn paleis, en hij leeft een gelukkig leven.'

'Als we niets doen, dan staat ons nog iets veel ergers te wachten dan wat ons in Aleppo is overkomen. Misschien gaan ze Idlib net zo bombarderen als Aleppo. Ik denk niet dat ze mensen hieruit zullen evacueren. Als ze Syrië leeg maken, waar moeten wij dan heen?

De laatste dagen zijn ze via hun contacten even in Turkije. Ze moeten rusten. Verwerken wat hen is gebeurd. 'Mijn ouders willen dat ik naar veilig plekken ga', zegt Yusuf. 'Maar ze weten dat ik dit niet los kan laten.'

Lina: 'Als we stoppen, verliezen we alles. We moeten het werk voortzetten van al onze vrienden die zijn gestorven. Wij zijn de opstandige generatie. Maar de revolutie gaat niet dood. Ook niet als wij sterven of als Idlib valt. We weten dat er na ons anderen zullen zijn dit voortzetten.'

Terugdenkend aan de laatste maanden realiseren ze zich soms nu pas wat ze hebben meegemaakt. Soms denken ze aan de dag in Aleppo dat hun auto staande werd gehouden door drie mannen. 'Ze schreeuwden dat ze gewonden hadden', vertelt Yusuf.

Beelden uit de video die Lina en Yusuf voor hun vertrek uit Aleppo maken.

'Ik zag vier jongetjes', zegt hij. Hij pakt een van hen op, een kind van een jaar of dertien. 'Zijn arm was weggeblazen. Ik zag alleen nog wat loshangende huid. Hij was heel dun. Ik legde hem op de achterbank van mijn auto. Hij zei niks. Ik keek of zijn hart nog klopte, maar ik voelde niets.'

Het volgende jongetje is acht. 'Toen ik hem naar mijn auto bracht, zag ik zijn gezicht. Zijn ogen stonden wijdopen. Hij had geen hartslag. Ik dacht: god, wat moet ik doen? Ik heb hem in een deken gewikkeld en hem in de kofferbak gelegd.'

Een derde jongen gaat naast hem voorin zitten. Hij is de broer van het jongetje in de kofferbak. 'Wat is er met mijn broertje?', zegt het jongetje huilend. 'Hij is toch niet dood? Is hij dood? Zegt u alstublieft dat hij niet dood is.' Yusef kijkt hem aan. Zo hard als hij kan rijdt hij in zijn oude Kia door de gaten in de weg naar het enige ziekenhuis van Aleppo. De auto vliegt alle kanten op. Op de achterbank komt het zwaargewonde jongetje zonder arm bij.

'Kalm blijven', zegt Yusef, tegen beter weten in. 'Het komt goed.' Bij het ziekenhuis blijkt het jongetje in de kofferbak dood. 'Het was echt niet de eerste keer dat ik dode kinderen zag', zegt Yusef. 'Maar de blik in de ogen van zijn broertje - die vergeet ik nooit meer.

'Ik ben zelf naar het front gereden om zijn vader in te lichten. Hij huilden toen hij me zag. Hij zei alleen maar: wie, wie?' 'Twee dagen later ben ik bij het ziekenhuis gaan informeren of het jongetje zonder arm op mijn achterbank het had overleefd. Maar ook hij was dood. De operatie was niet gelukt.

Ik werd verdrietig. Echt heel erg. Ik had gedacht dat hij het zou halen. Ik dacht dat ik in deze revolutie misschien het leven van een kind had gered.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden