Limburgse wetenschapper als KNAU-gedelegeerde aan de slag zonder budget en duidelijk bondsbeleid voor wegatletiek Janssen kan voor atleten weinig meer dan vraagbaak zijn

Met een geheel 'andere invalshoek' dan zijn voorganger Matti de Vugt presenteerde zich zaterdag Eugène Janssen als de nieuwe KNAU-gedelegeerde voor de wegatletiek....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

PAPENDAL

Op het sportcentrum van NOCNSF poogde de Limburgse wetenschapper een gehoor van zo'n vijftig marathonlopers en -trainers duidelijk te maken dat hij vooral zijn know how wil aanbieden. Over een bondsbudget om talenten zich volledig op het lopen te laten richten beschikt hij niet en 'wat ik niet heb ga ik niet beloven. Dan krijg je weer allerlei teleurgestelden.'

Het ontbreken van budget en van een duidelijk beleid voor de wegatletiek waren voor Gerard Nijboer juist de reden om zijn mogelijke ambities richting KNAU te laten varen. De Olympisch tweede van 1980 en Europees marathonkampioen van twee jaar later, werd door collega Marti ten Kate als kandidaat-bondscoach gepousseerd. Nijboer vindt al jaren dat de wegatletiek verzelfstandiging verdient en zolang daarvan geen sprake is, zou de taak van bondscoach hooguit bestaan uit het regelen van reizen en overhandigen van startnummers. Voor die eer bedankte het boegbeeld van de Nederlandse marathon dus pertinent.

Begin vorig jaar al voerde Nijboer, tesamen met zijn getrouwen Roelof Veld en Wim Verhoorn, gesprekken met de KNAU. Die gingen over een herstructurering van de wegatletiek, maar een jaar later was enige verandering nog steeds niet in zicht gekomen. Nijboer voelde zich bij nader inzien dan ook 'het bos ingestuurd'. Hetgeen hij in de regel slechts aan zichzelf toestaat.

Pas in april wordt door het parlement van de KNAU, de Unieraad, weer gesproken over de positie van de wegatletiek binnen de bond. Vooralsnog spreekt Nijboer van een puinhoop waarin de brokstukken aanwijsbaar zijn. Want inmiddels lijkt Nederland in Bert van Vlaanderen nog maar over één loper met internationale status te beschikken, terwijl bij de vrouwen uitsluitend nog de veertiger Carla Beurskens af en toe een podium mag beklimmen. Het zijn beiden atleten die vooral met hulp van sponsors en managers hun besognes regelen; ze staan in feite vrijwel los van de KNAU. Beurskens zelfs zeer los want ze behoort niet meer tot het A-kader. Die status heeft er slechts één: Van Vlaanderen.

Nijboer verlangt dat de KNAU een activerend totaalbeleid uitstippelt, waarin ook de recreërende niet-leden van de bond worden betrokken. De bondscoach ('Nu loslopend wild', zoals hij in Runners verklaarde) zou de spil moeten zijn in een autonoom netwerk.

Maar Eugène Janssen, die voor 'een dikke dag per week' is aangetrokken, lijkt zich neer te leggen bij de praktijk zoals die binnen de KNAU is gegroeid. Een praktijk die zegt dat er geen geld wordt vrijgemaakt voor een totaalplan en dat de 'vrije loper' een lage prioriteit heeft. Janssen kan zich zeker vinden in de standpunten van Nijboer, maar de bond beslist nu eenmaal en als die van zijn kennis gebruik wil maken, dan biedt hij die graag aan.

Janssen promoveerde drie jaar geleden aan de Universteit van Maastricht als biochemicus op een 'project', waarin hij een niet of nauwelijks getrainde groep vrijwilligers in betrekkelijk korte tijd 'opleidde' voor de marathon. Het onderzoek leverde talrijke wetenschappelijke en sporttechnische gegevens op, maar vooral ook het inzicht dat de individualiteit de meest doorslaggevende factor is.

Groter bekendheid kreeg Janssen als begeleider van de wielrenner Frans Maassen. Na zijn vertrek bij de Maastrichter universiteit trad hij, ook al weer voor een 'dikke dag' in dienst van het Nederlands Instituut voor Sport en Gezondheid en vanuit dat NISG werd hij uiteindelijk gedetacheerd bij de ploeg van Jan Raas. In de andere dikke dagen van zijn week studeert hij thans medicijnen.

In dienst van de KNAU hoopt hij jonge lopers en loopsters te kunnen stimuleren. Hij wil een vraagbaak zijn, ook voor de toppers. Als die laatste categorie zichzelf kan redden, des te beter. Als de bond 'alleen de supertoppers' faciliteiten wil bieden, dan 'heeft het geen zin om te zaniken'. Janssen wil met iedereen in overleg treden, zeker ook met de managers van de diverse marathonlopers. Want misschien zijn zij bereid jonge talenten middelen te bieden die de bond niet voor ze over heeft.

Achteraf, zegt Janssen, is hij op Papendal eigenlijk nog vergeten de vergelijking te trekken tussen beloftevolle lopers aan de ene kant en studenten anderzijds. Hij vindt niet dat elke beginnende prestatie onmiddellijk maar beloond moet worden met een jaarsalaris. Het gaat vooral om de innerlijke motivatie en ook in dat opzicht kan hij misschien een bijdrage leveren.

Hij wil 'iets aanreiken' en dat moet dan maar worden opgepakt. 'Als je ziet wat een student van nu voor schuldenlasten op zich neemt, eveneens zonder de garantie van een topfunctie later, dan heeft een atleet het echt niet slechter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden