Limburgse heuvels in de greep van Terpstravirus

Een week na de zege van Niki Terptra in Roubaix is de Nederlandse wielersport nog in de zevende hemel. 'We' kunnen weer winnen, klinkt het in Maastricht.

VALKENBURG - Niki Terpstra is er niet bij zondagmorgen in Maastricht, maar zijn naam ligt op ieders lip. Niki Terpstra is een virus geworden waarvan koortsachtige verwachtingen de symptomen zijn.


Het gonst en het broeit op de Markt waar straks de Amstel Gold Race in gang wordt geschoten. Kijk, daar draait de bus van de Belkin-ploeg het plein op. En daar, het gevaarte van Giant. Dat van Garmin staat een stukje verderop en de gevel van eetcafé De Bobbel wordt aan het zicht onttrokken door het groepsvervoer van Quick-Step. Zoveel bussen, zoveel kansen op een Nederlandse overwinning in de enige klassieker van eigen makelij. Het vaderland rekent zich rijk en dat is allemaal de schuld van Niki Terpstra.


Zijn overwinning in Parijs-Roubaix is in Maastricht een teken aan de wand geworden. Waarom zou Bauke Mollema 's middags op de Rijksweg in Vilt niet kunnen flikken wat Terpstra een week eerder deed op de wielerbaan van Roubaix? Of Tom-Jelte Slagter? Wout Poels? Tom Dumoulin?


Wout Poels is een zachtaardige man van goede wil, afkomstig uit een Limburgs dorpje. Dit seizoen heeft hij de overstap gemaakt naar Quick-Step, het Belgische sterrenensemble waartoe Terpstra toevallig ook behoort.


De 26-jarige Poels ging door diepe dalen en over enkele toppen. Anderhalve week geleden won hij een rit in de Ronde van het Baskenland, de eerste zege voor zijn nieuwe ploeg. En nu staat hij opeens als kanshebber aan de start in de Amstel Gold Race.


Zijn hooggestemde verwachtingen gaan schuil achter een zonnebril, maar desgevraagd zal hij ze niet temperen. Natuurlijk, binnen zijn ploeg draait het allereerst om de Pool Kwiatkowski. Maar daarna, zegt Poels in elke microfoon die hem wordt voorgehouden, komt hij. Het vaderland mag op hem rekenen


Het Terpstravirus heeft niet alleen hem besmet. Bauke Mollema, twee keer als tiende geëindigd, vindt het de hoogste tijd hogere ogen te gooien. Tom-Jelte Slager is een zelfbewust krachtpatsertje dat we gerust tot de kanshebbers mogen rekenen.


Alleen de lokale held Tom Dumoulin neemt wat gas terug als de speaker hem in die positie manoeuvreert. Dumoulin zegt dat hij eerst wil afwachten hoe de koers verloopt. Zijn relativering gaat verloren in het klaterende applaus waarmee Maastricht de lokale held de stad uit jaagt.


Onder dat gesternte gaat de 49ste editie van de Gold Race dus om 10.15 uur van start. Een op de drie keer won een Nederlander, voor het laatst in 2001. Vijf jaar geleden stonden er nog twee Nederlanders op het podium: Karsten Kroon en Robert Gesink.


De eerste draait nog altijd mee in de professionele carrousel, maar wordt met zijn 38 jaar niet meer tot de favorieten gerekend. De laatste is nog in de bloei van zijn leven, maar nu even niet. Een hartkwaal heeft hem voorlopig buitenspel gezet.


Niemand heeft het in Maastricht over Robert Gesink en dat is gek. Zes uur 25 minuten en 57 seconden na vertrek moet de conclusie luiden dat het vaderland hem in Limburg nog het best had kunnen gebruiken.


Tegen vijf uur worden wonden gelikt bij dezelfde bussen die 's morgens de hooggestemde verwachtingen hadden afgeleverd in Maastricht. Gesinks ploeggenoot Mollema komt met een zevende plek nog het best uit de verf.


Als zo vaak komt het in de Amstel Gold Race aan op de laatste beklimming van de Cauberg. Het gat dat Philippe Gilbert bergop slaat, wordt niet meer gedicht. Gilbert wint voor de derde keer en bewijst terug te zijn aan het front, zij het niet langer zo verbijsterend oppermachtig als bij zijn eerdere zeges.


Mollema moet lossen wanneer de winnaar zijn demarrage plaatst. Hij kan evenmin mee met het viertal dat daarachter om de ereplaatsen strijdt. Zijn conclusie luidt dat de Amstel Gold Race niet op zijn maat is gesneden. 'Dit is mijn plek', zegt hij over zijn klassering.


Dezelfde gelatenheid klinkt elders door. Het Terpstravirus is in Maastricht achtergebleven.


Tom Dumoulin heeft nog het minst reden tot mopperen, zo hoog waren zijn verwachtingen immers niet. Maar Tom-Jelte Slagter blijft ver verwijderd van de top-10 die hij zichzelf ten doel had gesteld. Wout Poels wordt er op het laatst zelfs finaal van af gereden.


Slagter zegt zich te hebben verkeken op de afstand. Bij de voorlaatste beklimming van de Cauberg reed hij nog parmantig voorin. Toen het er op aan kwam, was daarvan niets meer over.


De top-5 van de Amstel Gold Race bestaat uit coureurs die al eens aan de overwinning hebben geroken. Jelle Vanendert was in 2012 tweede en is dat nu weer. Simon Gerrans wordt derde, net als vorig jaar en in 2011.


Nee, dan Tom-Jelte Slagter. Rijdt pas zijn tweede Gold Race.Tom Dumoulin? Zijn derde. Wout Poels en Bauke Mollema deden vaker mee, maar altijd in de schaduw.


Om nog één keer op Niki Terpstra terug te komen: die reed dus al zeven keer Parijs-Roubaix. De laatste keren werd hij werd vijfde en derde om dit jaar de macht te grijpen. Zo gaan die dingen. Om een klassieker te kunnen winnen, moet je een klassieker al eens bijna gewonnen hebben.


Vandaar dat de gedachten, te midden van al die overspannen verwachtingen, zondag naar Robert Gesink gaan. In verre buitenlanden als Canada bewees hij zijn talent voor eendaagse wedstrijden met zo'n veeleisende finale. Dichter bij huis kwam dat er nooit uit, vermoedelijk doordat de zenuwen hem de baas waren.


Het zou mooi zijn als Robert Gesink straks met een normaal kloppend hart ook mentaal weer de oude is. Kan hij, net zoals in 2009, weer tegen de Cauberg op vliegen. Als één Nederlandse wielrenner in staat is zo'n buitenlandse demarrage te weerstaan, is hij het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden