Limburgs staalbedrijf: 'Cost leadership is ons ding'

De onderneming

De windmolenhausse op de Noordzee zorgt in Limburg voor stormachtige groei bij staalbedrijf Sif, specialist in windmolenfunderingen. 'Wij zitten het dichtst op de Duitse staalleverancier.'

Een windmolenfunderingspaal in de productiehal van staalbedrijf Sif in Roermond. Beeld Io Cooman

Een stoer olieplatform in een kolkende, donkerblauwe zee met feloranje vlammen van afgefakkeld gas. Het schilderij van de Limburgse kunstenaar Marcel Slenter vult bijna de helft van een muur in de ontvangstruimte van Sif in Roermond, en is een verheerlijking van het goede, ouderwetse productieplatform uit de offshore olie-industrie. Terwijl we hier toch eigenlijk op bezoek komen vanwege de windmolens.

Het Limburgse staalbedrijf is immers een van de Nederlandse ondernemingen die gulzig profiteert van de bouw van windmolens op de Noordzee. Daarin worden de komende jaren tientallen miljarden euro's geïnvesteerd, en een groot deel van die orders komt terecht bij bedrijven in eigen land. Installatie en onderhoud zal grotendeels een zaak worden van maritieme bedrijven als Van Oord. Speciale onderhoudsschepen komen deels van Nederlandse werven en ook voor de bekabeling maken Nederlandse fabrieken een goede kans.

Dat geldt ook voor de fundering, die goed is voor zo'n 8 procent van de kostprijs van een windmolen. Deze reusachtige stalen pijpen zijn een specialiteit van het Roermondse bedrijf, dat al jaren stormachtig groeit en werk biedt aan vierhonderd mensen. In steeds grotere productiehallen worden gevaarten in elkaar gelast van negen centimeter dik staal; zeventig meter lang; in diameters van zeven tot negen meter. Een kernonderzeeër lijkt er klein bij.

Nieuwe windmolens op zee moeten goedkoper worden. Dat kan alleen door ze nog groter te maken, waardoor ze per molen meer energie opwekken. De exemplaren van de toekomst hebben een doorsnee nodig van elf meter aan de voet. Dus is alweer een nieuwe productiehal in voorbereiding voor nog grotere en zwaardere funderingspalen, die de licht wiebelende windturbines 25 jaar op hun plaats moeten houden.

Commercieel directeur Michel Kurstjens. Beeld Io Cooman

Nieuwe niche

Zoals het schilderij laat zien, zijn onderdelen voor windparken een relatief nieuwe niche voor het bedrijf. Bij de oprichting in 1949 was de werkplaats van de familie Schmeitz in het Noord-Limburgse Helden er een als vele anderen. Het maakte kachelpijpen en andere huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. In de jaren zestig en zeventig begon het zich te specialiseren en maakte onder meer drukvaten voor de petrochemische industrie. Nog weer later kwamen daar funderingen bij voor boor- en productieplatforms uit de olie- en gasindustrie.

Tien jaar geleden werd een meerderheidsaandeel van het familiebedrijf overgenomen door investeringsmaatschappij Egeria. Dat maakte Theo Schmeitz de rijkste man van Helden en verre omstreken, maar zijn Schmeitz Industriële Fabricage (Sif Group) was toen al verhuisd naar Roermond. Daar kunnen de staalplaten uit het Ruhrgebied via de Moezel en de Maas tot aan de achterdeur worden afgeleverd.

Drukvaten kan Sif nog steeds maken, zegt huidig commercieel directeur Michel Kurstjens. En van de vier huidige productielijnen werken er nog steeds twee volledig voor de olie- en gasindustrie. Maar 60 procent van het Duitse staal wordt nu verwerkt tot 'monopiles' voor windmolens, en in de nabije toekomst zal dat aandeel waarschijnlijk verder groeien.

Want de olieprijs is laag (rond 60 dollar per vat), en de olie-industrie zet investeringen in de koelkast zolang die prijs lager blijft dan 80 dollar. 'Gelukkig profiteren we van een paar projecten die strategisch van groot belang zijn en wel worden afgemaakt', zegt Kurstjens. 'Daar doen we de komende twee tot drie jaar ons voordeel mee.'

De windmolenpalen die nu in elkaar worden gelast, zijn onder meer bestemd voor windpark Gemini dat ver boven Schiermonnikoog wordt gebouwd. Eind dit jaar wordt de gunning uitgeschreven voor Borssele 1, het eerste van vijf windparken die voor de westelijke Noordzeekust zullen komen. De financiële aanbestedingsregels daarvoor zijn nieuw.

Profiel

Bedrijf Sif
Waar Roermond
Sinds 1947
Aantal werknemers 200 vast en 200 flexibel
Jaaromzet 270 miljoen euro (2014)

Beeld -

Minste subsidie

'De opdracht gaat naar het bedrijf dat het minste subsidie nodig heeft van de Nederlandse Staat. Dat is goed voor de belastingbetaler en indirect ook voor ons', denkt Kurstjens. 'De onderdelen voor de windmolens zullen zo goedkoop mogelijk moeten worden gemaakt, en cost leadership is wel ons ding.'

Die lage productiekosten worden volgens hem bereikt door voortdurende innovatie. De lasmachines zijn door het bedrijf zelf ontwikkeld en werken sneller en beter dan die van de concurrentie. Tweehonderd van de vierhonderd werknemers worden ingehuurd via een extern bureau en hebben een flexibel contract. Als de orderportefeuille niet volledig is gevuld, wordt een deel van hen naar huis gestuurd.

Wat de werknemers in die lege periode doen? 'Wachten tot ze weer werk hebben', denkt de directeur. 'Of eerlijk gezegd, dat weet ik niet. We huren ze in via derden, en we weten dat ze het prettig vinden om bij Sif te werken.' Meestal kunnen ze binnen een maand of zes weken weer aan de slag, zegt hij. 'We zijn net bezig om weer tachtig mensen opnieuw aan te nemen.'

Ook de aanvoer van staal en de afvoer van geproduceerde pijpen via de Maas naar Vlissingen - waar ze worden opgeslagen - verloopt volgens een kostenefficiënt schema. 'Het is onze ambitie om vier of vijf fundaties per week te leveren. Dat is het tempo waarin het installatieschip ze kan plaatsen op zee. Om dat vol te houden met de nog grotere windmolens van de toekomst, met dubbel zoveel laswerk, moeten we dus opnieuw uitbreiden.'

Efficiënt

Sif heeft ooit bewust gekozen om zich volledig te focussen op de palen zelf, juist om die zo efficiënt mogelijk te kunnen maken. Voor het tussenstuk dat net boven water uitsteekt, zijn allerlei toevoegingen nodig zoals trapjes en bordessen om aan boord te komen. Het aanlassen van dit 'secundair staal' wordt doorgaans uitbesteed aan staalbedrijf Smulders uit Helmond; een ander bedrijf dat profiteert van de windmolenhausse.

Dat Limburgse en Oost-Brabantse ondernemingen kunnen uitblinken in de offshore industrie, is alleen vreemd op het eerste gezicht, zegt Kurstjens, die zelf uit Tegelen komt. 'Het lijkt misschien logisch om aan de kust te zitten, dichtbij de hoogovens in IJmuiden', zegt hij. 'Maar daar produceren ze alleen dun staal dat voor onze toepassingen niet geschikt is. We gebruiken de grootste platen van het dikste staal dat de Duitse hoogovens kunnen leveren. Geen van onze concurrenten zit zo dicht op de staalleverancier als wij.'

Zo'n 60 procent van de prijs van de palen wordt bepaald door de staalprijs, en de hoeveelheden die de fabriek verwerkt zijn enorm. Per drie weken gaat in Roermond het staal van een Eiffeltoren er doorheen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.