REPORTAGE

Limburg herontdekt 'duurzaam' vakwerkhuis

Lange tijd uit de gratie, maar nu herontdekt als duurzaam en milieuvriendelijk. Vervallen vakwerkpanden worden met zorg gerestaureerd. 'Je leest de geschiedenis af aan elke balk.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Dit is een rijk huis geweest, zelfs met een verdieping, een huis vol grandeur', zegt bouwhistoricus Coen Eggen (66) bij een vervallen vakwerkhuis in het gehucht Camerig, net buiten Epen. Het is ook het oudste vakwerkhuis in het Limburgse heuvelland, ontdekte hij laatst. Hij schat het op 1450-1470, bijna honderd jaar ouder dan tot voor kort aangenomen. 'Dat zie je aan de houtmaten, de manier van afwerken, het afschoren van de balken, de vorm van de haarden, de afmetingen van de ruimtes. Dit is een heel bijzonder huis.'

Het leem tussen de houten balken is op veel plaatsen aangetast, sommige ramen hangen uit het lood. 'Tot 2008 heeft mijn nonkel hier nog gewoond', vertelt eigenaar Egon Loo (42). Zijn opa heeft het huis medio vorige eeuw samen met zijn broer gekocht. Loo wil het pand laten restaureren en er zelf gaan wonen: 'De authenticiteit van het huis vind ik zo mooi. Je leest de geschiedenis af aan elke balk.'

'Houtskeletbouw'

Eggen kwam het eeuwenoude huis tegen tijdens zijn onderzoek voor het boek Vakwerkbouw - 600 jaar bouwen met hout en leem in Zuid-Limburg en omstreken, dat woensdag is verschenen. Hij is een autodidact, vooral actief in de monumentenzorg, die zich al veertig jaar verdiept in de 'houtskeletbouw' - dat vindt hij eigenlijk een beter woord dan vakwerk.

Want het is vooral de houten balkenstructuur die kenmerkend is voor deze oude bouwmethode, die in het hele omliggende gebied voorkomt, tot ver in Duitsland en de Elzas. De vakken tussen de balken werden opgevuld met een vlechtwerk van takken waartegen stroleem (een mengsel van stro en leem) werd gesmeerd. Het klassieke vakwerkhuis is van leem, maar er zijn ook varianten met steen of ander materiaal.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het oudste vakwerkhuis

Waar: Camerig
Gebouwd: Geschat tussen 1450 en 1470, nog te restaureren
Bouwhistoricus Eggen: 'Dit is een rijk huis geweest, zelfs met een verdieping, een huis vol grandeur.' Foto's Marcel vd Bergh / de Volkskrant

Goedkoop

Waar de rest van Nederland al vroeg op bakstenen overging - dankzij de klei aanvoerende rivieren - heeft Limburg lang vastgehouden aan de vakwerkbouw. Voor mensen die geen toegang hadden tot mergel of natuursteen was het een goedkope manier om een stabiele woning of schuur neer te zetten.

Een aardige bijkomstigheid was dat vakwerkhuizen, totdat Napoleon er aan eind aan maakte, werden aangeslagen als 'roerend goed' - eigenaren van stenen huizen moesten meer belasting betalen. Het was niet ongewoon, aldus Eggen, dat bewoners bij verhuizing het houten skelet afbraken en elders weer opzetten.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn veel oude vakwerkhuizen afgebroken of 'verpunkt' door verkeerde restauraties. 'Ik schat dat er nog zo'n 800 over zijn in Zuid-Limburg', zegt Eggen. 'Laten we ze koesteren en er voorzichtig mee omgaan. Het is cultureel erfgoed. Deze huizen kunnen zoveel vertellen over het leven en de culturele gebruiken in oude tijden.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het perfecte vakwerkhuis

Waar: Terziet
Gebouwd: In 1560, in de jaren negentig 'perfect' gerestaureerd vakwerkhuis uit 1560
Bouwhistoricus Eggen: 'Kijk naar die ramen of de versieringen in de balken, zie de enorme schoren. Dit is fantastisch, zo moet vakwerk zijn.'

Dodendeurtje

Bij het oudste vakwerkhuis in Camerig wijst hij op een raampje aan de zijkant, dat ooit deur is geweest. 'Dat is het dodendeurtje. Daardoor werd de overledene naar buiten gedragen. Hij ging alleen naar buiten open, want de dood mocht wel naar buiten, maar niet naar binnen.'

Opvallend aan het huis zijn ook de verschillen in het houtskelet: de linkervoorkant heeft een heel andere structuur dan de rechtervoorkant. 'Iedere timmerman had zijn eigen manier van bouwen', aldus Eggen. 'De linkerkant lijkt meer op het Kempische vakwerkhuis. Timmerlieden reisden van de ene naar de andere regio. Zo kun je ook niet spreken van een typisch Limburgs vakwerkhuis - het zijn slechts vakwerkhuizen in Limburg.'

Het wordt een dure restauratie, verzucht eigenaar Egon Loo, maar het familiehuis vol historie is het waard. Volgens bouwhistoricus en adviseur Eggen had de constructeur aanvankelijk voorgesteld er een metalen frame in te zetten 'omdat hij de draagkracht van het houten skelet niet kon berekenen'. Die dreigende verminking is gelukkig voorkomen.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het moderne vakwerkhuis

Waar: Margraten
Gebouwd: Recentelijk, moderne stijl
Bouwhistoricus Eggen: 'Prachtig toch, dat zo'n eeuwenoude bouw- methode nog steeds wordt gebruikt.'

Een stenen huis met balken

Zo zijn veel renovaties de afgelopen decennia totaal mislukt, meent Eggen. Ter illustratie rijdt hij langs een gerenoveerd vakwerkhuis in het gehucht Partij, vlakbij Gulpen. 'Dat is gewoon verbouwd als een stenen huis', zegt hij hoofdschuddend. 'Kijk nou eens naar die vreselijke sokkel van keien in cement. Dit is geen vakwerkhuis meer, maar een stenen huis met balken.'

In de regio zijn maar zo'n vijftien huizen 'perfect gerestaureerd', meent de vakwerkpurist. Hij laat er één zien, in het gehucht Terziet, vlakbij Epen, een woonboerderij uit 1560 die in de jaren negentig helemaal is opgeknapt. 'Kijk naar die ramen of de versieringen in de balken, zie de enorme schoren. Dit is fantastisch, zo moet vakwerk zijn.'

Veel geld waard

Na een jarenlange teloorgang signaleert hij de laatste tijd een revival van de houtskeletbouw. Niet alleen worden de oude vakwerkhuizen meer gewaardeerd - mede doordat stedelingen en westerlingen ze als tweede huis opkochten en opknapten, waarna ze opeens veel geld waard bleken te zijn.

Ook worden steeds meer moderne vakwerkhuizen gebouwd. Want stroleem is duurzaam en ecologisch: het mengsel van grofweg 80 procent fijngehakt stro en 20 procent leem levert muren op met duizenden 'luchtgaten' die leiden tot een natuurlijke temperatuur- en vochtbeheersing. Hij staat stil bij een nieuwbouwhuis in Margraten, dat een biologische kruidenkweker onlangs heeft laten bouwen: 'Prachtig toch, dat zo'n eeuwenoude bouwmethode nog steeds wordt gebruikt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden