InterviewLilian Gonçalves-Ho Kang You

Lilian Gonçalves-Ho Kang You leidde de commissie naar koloniaal roofgoed: ‘Het gaat hier over onrecht en onderdrukking’

Lilian Gonçalves-Ho Kang YouBeeld Erik Smits

Jurist Lilian Gonçalves-Ho Kang You aarzelde geen seconde toen ze werd gevraagd om de commissie naar koloniaal roofgoed te leiden. ‘De eenvoud van dit standpunt heeft ook het grote voordeel dat het duidelijkheid schept.’

Eind 2018 werd Lilian Gonçalves-Ho Kang You opgebeld: of ze zitting wilde nemen in de commissie die advies moet uitbrengen over tegemoetkomingen aan overlevenden en nabestaanden van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse Spoorwegen naar concentratiekampen zijn vervoerd. Gonçalves stond op dat moment in een bos in Paramaribo – Suriname is haar geboorteland, ze bezoekt het elk jaar. Ze moest er over nadenken, antwoordde ze. Een half uur later stemde ze toe; ze kon naar haar gevoel niet weigeren.

Bij de commissie die woensdag advies uitbracht over de omgang met koloniale collecties, ging dat anders. Toen ze vorig jaar werd gepolst of ze hiervan voorzitter wilde worden, had ze geen seconde bedenktijd nodig.

Het past, zo verklaart ze, bij de dingen die ze eerder in haar carrière heeft gedaan (zie de inzet over haar loopbaan). ‘En ik constateer dat er voor het eerst echt breed belangstelling is ontstaan voor racismebestrijding, ongelijkheid en het slavernijverleden.’

De 73-jarige juriste heeft een jaar met haar commissie gewerkt aan het formuleren van nieuw beleid: hoe moet Nederland reageren als voormalige kolonies kunst en historische voorwerpen terugvragen die onvrijwillig naar Nederland zouden zijn overgebracht? De commissie bestond uit tien mensen, die uit allerlei disciplines komen en qua afkomst ook divers zijn: ‘Surinaams, Indonesisch, Antilliaans, Indo-Europees, Nederlands, Brits en Frans’, zo staat in het advies te lezen.

Ondanks die verscheidenheid is de werkgroep tot een unaniem advies gekomen, zegt Gonçalves. ‘Je moet nooit over de interne dingen van een commissie uit de school klappen, behalve wanneer het goed ging. We hoefden niet als een Beschluskammer te functioneren, het ging heel natuurlijk en vanzelfsprekend. U zit hier ook met iemand die gelooft in diversiteit.’

De diamant van Banjarmasin, een voorbeeld van geroofde kunst.Beeld Rijksmuseum

Als vast komt te staan dat iets geroofd is en het land van herkomst wil het terug hebben, dan moet dit volgens uw commissie onvoorwaardelijk worden geretourneerd. Waarom is er zo’n principieel standpunt gekozen?

‘Het gaat hier over onrecht en onderdrukking en we vinden dat je daar principieel stelling over moet nemen. De eenvoud van dit standpunt heeft ook het grote voordeel dat het duidelijkheid schept, zowel voor Nederland als voor de landen van herkomst.’

Voorwerpen moeten worden teruggegeven als ‘met een redelijke mate van zekerheid’ kan worden aangetoond dat kolonies deze indertijd onvrijwillig zijn kwijtgeraakt. Wanneer is hiervan sprake?

‘Gezien de lange periode, we hebben het hier over vier eeuwen overheersing, kan het heel moeilijk zijn om sluitend bewijs te krijgen. Er moeten voldoende aanwijzingen zijn die duiden op onvrijwillig bezitsverlies. In gewoon spraakgebruik: het moet aannemelijk zijn.’

Uw commissie schat dat musea in Nederland honderdduizenden koloniale objecten beheren. Gaat er heel veel worden teruggegeven?

‘Het uitgangspunt is dat een land zegt: ik wil graag iets terug. Daar geef je dan als eerste aandacht aan. Je kan niet ins Blaue hinein honderduizenden objecten gaan onderzoeken. Mensen uit de landen van herkomst vertelden ons dat zij niet eens weten wat er allemaal in Nederland is. Dat is ook een van onze aanbevelingen: het opzetten van een expertisecentrum, het delen van kennis.’

Suriname en de Antillen geven aan dat ze niet over de museumfaciliteiten beschikken om teruggevraagde voorwerpen te kunnen tonen. Loopt het met de teruggave aan deze landen niet zo’n vaart?

‘Iedereen wil dat die spullen behouden blijven. De eerste zorg van landen van herkomst is: hoe weten we wat er is, wat is voor ons van belang en hoe kunnen we in ons eigen land een zodanige museale infrastructuur hebben dat we dit ook terug kunnen vragen. Want natuurlijk wil je in je eigen land je eigen geschiedenis ook aan de hand van deze objecten kunnen vertellen. Ze zien erg uit naar een goede samenwerking met Nederland bij het opzetten van die infrastructuur en het opleiden van deskundigen.’

Lansenrek van gouverneur-generaal J.C. Baud, een voorbeeld van geroofde kunst.Beeld Rijksmuseum

Vermoedelijk zullen tientallen jaren restitutieverzoeken worden ingediend.

‘Gerechtigheid is iets van lange adem. De overheersing heeft ook vierhonderd jaar geduurd. Het kan niet heel snel. Je begint eraan en het einde is niet in zicht.’

Is er brede politieke steun voor het principe dat uw commissie adviseert in te voeren?

‘Ik denk dat als je het zou willen bekijken vanuit onrecht en de democratische rechtsstaat, dat het niet moeilijk zou moeten zijn. Maar politiek kan je tegengeluiden verwachten. Ik zal niet verrast zijn als mensen fel opkomen tegen het oordeel dat wat geroofd is, terug moet als dat wordt gevraagd. Het zijn objecten die hier al heel lang zijn.’

Frans-Congolese activisten hebben als protest tegen de trage teruggave van koloniaal roofgoed voorwerpen korte tijd weggenomen uit volkenkundige musea, waaronder het Afrika Museum in Nederland. Wat vindt u daarvan?

‘Enig activisme is me niet vreemd. De achterliggende gedachte van ons advies is: er is geroofd, er is buitgemaakt en dat moet terug naar waar het behoort. Als zodanig kan ik begrijpen dat mensen in actie komen. Ze hebben het niet echt gestolen, ze zijn netjes op de politie blijven wachten. Wel is er niet zo zorgvuldig met het object uit het Afrika Museum omgegaan.’

De commissie stelt dat restitutie van roofgoed niet alleen de landen van herkomst aangaat; in Nederland wonen een miljoen mensen wier familiegeschiedenis deels koloniaal is.

‘Zoals ik. Een van mijn overgrootmoeders was een tot slaaf gemaakte. Het is bij een heleboel van ons niet zo verschrikkelijk ver weg. Je weet ook hoe weinig er is in je land van herkomst. In Suriname is er bijvoorbeeld maar een heel klein museum, het Surinaams Museum in Fort Zeelandia. Meer is er niet.’

‘Gerechtigheid is iets van lange adem. Het kan niet heel snel. Je begint eraan en het einde is niet in zicht.’Beeld Erik Smits

Loopbaan

Lilian Gonçalves (1946) had in Suriname een advocatenpraktijk met haar man, Kenneth Gonçalves. Zij ontvluchtte in 1983 haar geboorteland nadat haar echtgenoot en mogelijk ook haar broer door het militaire bewind van Desi Bouterse waren vermoord. Ze ging in Nederland werken als advocaat. De strijd voor rechtvaardigheid loopt als een rode draad door haar carrière. Ze zette zich onder meer in voor de Commissie gelijke behandeling, Amnesty International, het Bureau racismebestrijding en het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden. Ze was bestuurder bij toezichtorganen, adviseerde jaren de regering als staatsraad en bekleedde daarnaast nog tal van nevenfuncties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden