Lijst politieke slachtoffers van de crisis groeit

George Papandreou en Silvio Berlusconi zijn niet de eersten die de macht verliezen vanwege de economische crisis. In Ierland, Portugal en Slowakije sneuvelden premiers en regeringen om dezelfde reden; Spanje volgt hoogst-waarschijnlijk binnenkort.

GERT-JAN VAN TEEFFELEN

Ierland (Brian Cowen)

Net als Spanje raakte Ierland, dat in razend tempo rijk was geworden, aan de rand van de afrond met hulp van projectontwikkelaars en bouwbedrijven die maar nieuwe huizen bleven bouwen. Toen de zeepbel knapte, stortte het Ierse bankwezen in. De overheid kreeg de rekening gepresenteerd en vroeg na lang dralen in november 2010 noodsteun; het kreeg 85 miljard euro. Premier Brian Cowen moest in februari boeten voor de shocktoestand waarin het land was geraakt. Zijn middenpartij Fianna Fail, die decen-nialang het monopolie op de Ierse macht had, leed de grootste nederlaag ooit. Sindsdien wordt de regering gevormd door de centrumrechtse partij Fine Gael, die in Enda Kenny de premier leverde, en de centrumlinkse Labourpartij. Ierland krabbelt nu langzaam uit het dal.

PORTUGAL (José Socrates)

Portugal was na Ierland het tweede probleemland dat moest toegeven dat het zonder externe hulp niet verder kon. Op 6 april vroeg premier José Socrates de steun waarvan hij eerder had bezworen dat die niet nodig was. Portugal kreeg een maand later een reddingsboei van 78 miljard euro toegeworpen. Socrates moest voor de vierde maal binnen een jaar keihard bezuinigingspakket presenteren, maar hiervoor kreeg hij geen steun meer. Het electoraat toonde bij de kort daarna gehouden verkiezingen geen genade. De geschiedenis herhaalt zich echter: intussen is de nieuwe liberaal-conservatieve regering van premier Pedro Passos Coelho al bijna even impopulair vanwege alle bezuinigingen.

SLOWAKIJE (Iveta Radicova)

Op zich gaat het helemaal niet slecht met Slowakije. Toch struikelde ook hier de regering over de crisis op de financiële markten. In oktober moest het land als laatste lidstaat goedkeuring verlenen aan uitbreiding van het Europese noodfonds, toen nog 'slechts' 440 miljard euro groot. De centrumrechtse premier Iveta Radicova kon bij de stemming in het parlement echter niet rekenen op de steun van haar liberale coalitiepartner, die meent dat Slowakije al genoeg heeft moeten lijden om in de euro te komen. Het gevolg was dat ze de steun nodig had van de sociaal democraten. Die speelden - anders dan in Nederland - een keihard spel. Hoewel ze vóór uitbreiding van het fonds waren, stemden ze aanvankelijk toch tegen. Hiermee brachten ze de regering van Radicova ten val en dwongen ze nieuwe verkiezingen af. Een paar dagen later stemden de socialisten alsnog in met verruiming van het fonds.

SPANJE (Zapatero)

Spanje is in diepe mineur en heeft met 21 procent de hoogste werkloosheid van de EU. Het land kampt met de gevolgen van een geknapte vastgoedzeepbel en een structureel zwakke economie. In april liet de sociaaldemocratische premier José Luis Rodríguez Zapatero weten dat hij zich niet herkiesbaar stelt bij de komende verkiezingen. Een betrekkelijk irrelevante opmerking; het is al maanden duidelijk dat de Spaanse socialisten verpletterend verslagen zullen worden op 20 november. De conservatieve Partido Popular krijgt naar verwachting een absolute meerderheid.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden