Lijfrente met bijsluiter

In geldzaken is de consument overgeleverd aan de genade van de financiële dienstverleners. Kosten, risico en rendement blijken zeer rekbare begrippen, en financiële producten zijn vaak niet vergelijkbaar....

Een gezond wantrouwen komt de consument van pas als het om financiële producten gaat. Aanbieders beloven vaak gouden bergen. Maar bij nadere bestudering van de folder blijken de beloften vaak gestoeld op torenhoge rendementsprognoses of gevaarlijke hefboomconstructies. Dat aan de belegging of verzekering ook nog een lening is gekoppeld, wordt bij voorkeur helemaal niet vermeld.

De gebrekkige informatievoorziening van verzekeraars en andere financiële aanbieders is consumentenorganisaties al jaren een doorn in het oog. Het probleem wordt alleen maar groter, voorspellen deskundigen. Huishoudens worden steeds rijker en doen actief aan financiële planning. De vele aanbieders spelen daarop in met steeds ingenieuzer producten.

In de praktijk realiseren veel mensen zich vaak niet goed wat ze zich laten aansmeren. Bekend voorbeeld is de koopsompolis. Mensen hebben het product vorig jaar en masse aangeschaft als fiscaal aantrekkelijke pensioenaanvulling. Maar zo'n aanvulling is lang niet altijd nodig. In dat geval kunnen mensen hun geld beter direct beleggen of er andere lucratieve dingen mee doen.

'Zolang mensen maar weten wat ze aan het doen zijn, is er niets aan de hand', zegt J. Denissen, betrokken bij de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT). Hierin werken De Nederlandsche Bank, de Pensioen- en Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer samen.

Bij de keuze voor een financieel product hoort een gedegen financieel plan dat gebaseerd is op goede informatie. En daar schort het nog wel eens aan. 'Realiseren mensen zich bijvoorbeeld dat bij aandelenlease sprake is van een lening?', zo vraagt Denissen zich af. Als de geleasde aandelen aan het eind van de rit niet voldoende hebben opgebracht, moet immers worden bijbetaald.

Andere probleemproducten zijn beleggingsverzekeringen en -hypotheken. De grens tussen de oorspronkelijke financiële doelstelling en beleggen vervaagt hier. Iemand die een huis wil financieren en over dertig jaar zeker wil zijn dat hij lastenvrij is, kan beter voor een conventionele hypotheekvorm kiezen. Bij een beleggingsverzekering moet de vraag worden gesteld of hier een belegging of een verzekering is gewenst. Soms verzekeren mensen zich wel drie keer tegen het overlijdensrisico. Dat is leuk voor de nabestaanden, maar een drievoudige uitkering uit diverse levensverzekeringen is misschien wat overdreven.

Om de consument beter op weg te helpen, heeft minister Zalm van Financiën de RFT verzocht een zogeheten 'kernpuntendocument' te ontwikkelen. Vanaf 1 januari 2002 moeten alle financiële producten van deze bijsluiter zijn voorzien. De consument moet hieruit eenvoudig kunnen aflezen wat de hoofdkenmerken zijn van het product - net als bij de bijsluiter van medicijnen. Elementaire zaken zoals risico, rendement en kosten moeten op een gestandaardiseerde manier worden beschreven zodat de consument producten beter kan vergelijken.

De Consumentenbond zegt veel te verwachten van het document, hoewel nog de nodige hobbels zijn te nemen. Beheerkosten van beleggingen bijvoorbeeld zijn moeilijk in kaart te brengen. Maar volgens de Consumentenbond is alles beter dan niets. 'Nu is soms überhaupt niet duidelijk dat er kosten in rekening worden gebracht, en blijkt dan pas aan het eind van de rit dat er veel minder geld is belegd dan de klant had aangenomen', zegt een woordvoerster.

Vooruitlopend op de financiële bijsluiter hebben het Verbond van Verzekeraars en de Consumentenbond de Code Rendement en Risico aangescherpt. Deze code hebben de verzekeraars zelf in het leven geroepen voor ingewikkelde verzekeringsproducten. In de herziene code is onder meer vastgelegd dat pas van een 'historisch rendement' kan worden gesproken als een fonds minimaal vijf jaar bestaat. In reclames mag niet meer met het begrip 'sparen' worden gestunt. En onder 'rendement' wordt voortaan rendement vóór aftrek van beleggings- en verzekeringskosten verstaan. Geschuif met kosten is dan niet langer mogelijk. Verzekeraars die zich niet aan de nieuwe code houden, worden voortaan openbaar bekend gemaakt.

Idealiter komen de teksten van code en bijsluiter straks in grote lijnen overeen. Het concept wordt voorgelegd aan alle betrokken partijen. Duidelijk is al wel dat kosten onmogelijk volledig te inventariseren zijn. Niet iedereen staat te trappelen om de mistige scheiding tussen beheerkosten en winstmarges op te trekken.

Een bijkomend probleem is dat financiële tussenpersonen niet onder de controle van de drie genoemde toezichthouders vallen. De consument kan dus niet veel meer doen dan controleren of de door de tussenpersoon aangeboden producten afkomstig zijn van reguliere aanbieders die wél onder toezicht staan van een van de toezichthouders.

De Nederlandsche Bank, de Stichting Toezicht Effectenverkeer en de Pensioen- en Verzekeringskamer hebben onlangs zogeheten 'toezichtslijnen' geopend waar de consument met dergelijke vragen terecht kan. Individuele adviezen geven de toezichtslijnen niet. Daarvoor blijft de consument toch nog aangewezen op de betrouwbaarheid van tussenpersonen en assurantie-adviseurs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden