Reportage Lijdzaam Lagos

Lijdzaam Lagos: hoe Afrika’s grootste stad vastloopt door de ergste files ter wereld

Nigeria zou zaterdag een nieuwe president kiezen. Die zijn om logistieke redenen echter kort van tevoren met een week uitgesteld. Het olierijke land worstelt met corruptie. Benzine speelt daarbij een sleutelrol. Goedkope benzine houdt het volk tevreden. Maar het werkt ook ontwrichtend, zoals elke dag te zien is in Lagos.

Het busje van Segun Bankole zit om zeven uur 's ochtends afgeladen vol. De reis van Lagos Island zal nog lang duren. Beeld Daniel Rosenthal

Segun Bankole rijdt net een zalig­makende 10 kilometer per uur als hij alweer op de rem moet trappen. Hij drukt zijn linker flipflop met luipaardprint op het rempedaal van zijn gele Volkswagen-bestelbus. Het is een rammelbak zonder rechterspiegel, maar met veel plakband en barsten in de voorruit. In het donker strekken vijf rijen stilstaande wagens en rode achterlichten zich voor hem uit. Het is bijna 7 uur ’s ochtends. ‘Dit is hoe we het hier elke dag doen’, zegt hij.

De grootste stad van Afrika (schattingen variëren van 14- tot 21 miljoen inwoners) en een van de snelst groeiende steden in de wereld gaat naar het werk: verkeersgekte aan de Golf van Guinee. De inwoners van Lagos proberen zich een weg te banen naar Lagos Island, het historische hart van de Nigeriaanse miljoenenstad, verbonden met het dichtbevolkte vasteland via de ruim tien kilometer lange 3rd Mainland Bridge. De langste brug van Sub-Sahara Afrika is als een kransslagader met ernstige vaatvernauwing. ‘Go-slows’, noemen Lagosians hun dagelijkse files.

Segun Bankole verdient op een dag zo’n 3.500 naira, 8,50 euro met zijn gele minibusje. Beeld Daniel Rosenthal

‘Ik ben eraan gewend’, merkt Ban­kole op met de kalmte van een boeddhistische monnik. Het is misschien de reden waarom de 39-jarige het al vijftien jaar volhoudt als chauffeur in de go-slows. Het horten en stoten, het walmen en ronken, het tieren en toeteren – het toeteren, het eeuwige toeteren, dat het lokale bestuur deed besluiten tot een jaarlijkse toetervrije dag waar de mondige Nigerianen zich niets van aantrekken.

Waarom Bankole het elke dag weer doet? ‘Ik moet schoolgeld betalen voor mijn kinderen. Ik heb eerst drie meisjes gekregen en moest natuurlijk ook nog een jongetje.’ Bankole verdient op een dag zo’n 3.500 naira, 8,50 euro.

De honderden auto’s voor Bankoles bus komen weer even in beweging. Bankole moet tanken. Bij het pomp­station slingert zijn conducteur, Adememu, de slang in de tank. Adememu’s grijs-rood-zwarte pak met motiefjes, zijn zogenoemde ankara, is net zo Nigeriaans als de overheidssubsidie op benzine – een van de weinige dingen die de inwoners van Afrika’s grootste olieproducerende land terugzien van hun bodemrijkdom.

Lage benzineprijs als gunst

De benzinesubsidie kost Nigeria elk jaar miljarden euro’s. Opeenvolgende presidenten hebben een verlaging van de subsidie er nooit doorheen gekregen. Het is de grootste paradox van deze oliereus: Nigeria ontbeert eigen raffinaderijen en moet dus benzine importeren. Het heeft geleid tot een netwerk van corruptie: kartels van politici, ­zakenlui en militairen die de brandstof invoeren en subsidiegelden opstrijken. De lage prijs moet tegelijkertijd de bijna 200 miljoen Nigerianen tevreden houden.

Bankole betaalt voor een liter benzine 145 naira, 36 eurocent, wat ook in Afrika spotgoedkoop is. Autorijden als zoethoudertje voor de Nigerianen met filevorming tot gevolg, zit het zo? Bankole ziet het anders. ‘Benzine hier goedkoop? Niet met het geld dat ik verdien.’

Adememu Basiru, de bijrijder annex condecteur van Segun Bankole. Beeld Daniel Rosenthal

Hij rijdt het pompstation uit om weer aan te sluiten in de stilstaande rij. In de berm staat een billboard met ­Muhammadu Buhari, de president die zaterdag herkozen wil worden op een belofte van onder meer corruptie­bestrijding. Bij verkiezingsbijeenkomsten zwaait hij als een schoonmaker met een rieten vloerveger.

Buhari’s uitdager, Atiku Abubakar, afficheert zich meer als ­zakenman. Abubakar roept Nigerianen op zich aan te sluiten bij zijn ‘A-team’.

‘Lagos moving forward’

Bankole staat nog altijd stil. Aan lantaarnpalen naast de rijstroken hangen banieren van de partij van president Buhari met de tekst: ‘Let’s keep ­Lagos moving forward.’ Voor de 3rd Mainland Bridge passeert Bankole een loopbrug met daaraan een twintig meter breed, rood spandoek met in het wit de ­slogan van een website: ‘Buy new cars!’

Bankole stemt op president Buhari, vooral vanwege het werk van Buhari’s partij in Lagos State, een van de 36 deelstaten in het federale Nigeria. Buhari’s gouverneur hielp met het opzetten van busstations waardoor chauffeurs als Bankole minder vaak op de weg hoeven te stoppen om klanten op te pikken. Het verkeer komt zo wat minder klem te zitten, zegt Bankole. ‘De ­files in Lagos zijn minder erg dan een paar jaar geleden.’

Een agent van de binnenlandse veiligheidsdienst ranselt een bestuurder van een witte Toyota terreinwagen af, omdat hij in de file niet snel genoeg plaats zou hebben gemaakt voor het konvooi van een politicus. Beeld Daniel Rosenthal

Een alternatieve vorm van filebestrijding ziet de Volkskrant trouwens op een andere dag. Een agent van de binnenlandse veiligheidsdienst verwijt een bestuurder van een witte Toyota terreinwagen dat hij niet snel genoeg aan de kant gaat voor het konvooi van een politicus, die natuurlijk moet kunnen doorrijden alsof files niet bestaan. De agent, met in zijn rechterhand een ­mitrailleur, trekt het portier van de Toyota open, beukt de bestuurder in zijn gezicht, doet de deur dicht, weer open, beukt nog een keer, doet de deur weer dicht, dan wederom open en beukt nog maar eens een keer. Overigens was de file veroorzaakt door soldaten die bij een willekeurige wegblokkade geld eisten van vrachtwagenchauffeurs.

Cashewnoten en wandelstokken

Toeterend versmallen de vijf rijen auto’s voor Bankole zich tot vier. Eindelijk rijdt hij de 3rd Mainland Bridge op, om weer tot stilstand te komen. In het ochtendgloren doemen de kantoor­torens van Lagos Island vaag op, door de heiige lucht en de smog heen. Uitlaatgassen dringen de bestelbus binnen. Is Bankole na al die jaren de bus besturen niet bang voor zijn gezondheid? ‘Wat kan ik anders?’, vraagt hij.

Straatventers lopen tussen de auto’s door. Op hun hoofd kartonnen dozen met cakejes, kauwgom en cashew­noten. Ook te koop wandelstokken, speelgoedautootjes en deurmatten uit China. ‘Zij zijn wel blij met de ­files’, grimlacht Bankole. Eén venter valt op, hij draagt een blauw mondkapje.

Achter Bankoles bus zet een zwarte Toyota Land Cruiser met geblindeerde ramen een sirene en blauwrode zwaailichten aan. Loeiend wil de wagen zich een weg door de file wurmen. Vanaf de bijrijdersstoel, door het geopende raam, gebaart een man in een camouflagepak en met een groene baret op de anderen aan de kant te gaan. ‘Waar denkt hij te passeren?’, lacht Bankole.

Onder de brug is de sloppenwijk ­Makoko te zien, gebouwd op houten palen in de lagune van Lagos. In de met plastic afval bezaaide kreken tussen de krotten gooien vissers in kano’s hun witte netten uit en peddelen kinderen naar school.

In Lagos gaat alles over de weg. Beeld Daniel Rosenthal

Roestige auto's

Tijdens zijn rit over de 3rd Mainland Bridge passeert Bankole zeker tien roestige wagens die er net mee zijn opgehouden. Afgedankte voertuigen uit Europa of Japan vinden in Lagos hun sterfbed. Inzittenden van kapotte passagiersbusjes moeten midden op de brug maar hopen dat er een leeg busje langskomt.

In Bankoles bus weet passagier Olalekan Folorunsho wat Lagos moet doen tegen de files. Folorunsho, een ingenieur, heeft een auto maar hij gebruikt die alleen in het weekeinde: zelf rijden naar zijn werk veroorzaakt ‘te veel stress’. ‘Ze moeten een extra brug bouwen’, zegt hij. Gregory, een handelaar in computeronderdelen ziet er andere oplossing: ‘Ze moeten de subsidie op benzine stoppen, zodat minder mensen kunnen autorijden.’ Volgens Bankole leidt opheffing van de subsidie slechts tot duurdere benzine en dus duurdere busritjes. Rijden blijven mensen toch wel doen.

De dagelijkse drukte in Lagos. Beeld Daniel Rosenthal

Nornah Awoh bepleit een middenweg. ‘Ze moeten eerst openbaar vervoer opzetten, met treinen of grote bussen in plaats van de luciferdoosjes waarin wij nu zitten. Daarna kunnen ze geleidelijk de subsidie op benzine afbouwen. Maar ja, veel overheidsgeld voor infrastructuur sijpelt weg. Het wordt tijd dat Nigeria eens goed in de spiegel kijkt.’

Als Bankole aankomt aan de overzijde van de 3rd Mainland Bridge is het meer dan anderhalf uur geleden dat hij aan de brug opreed. Zijn klanten stappen uit naast kraampjes met bakbananen, koekjes en zuurtjes. Bankole: ‘Ik sta doordeweeks elke dag om 3 uur ’s nachts op om naar mijn beginhalte te rijden en te gaan werken. Meestal ben ik thuis rond half 12 ’s avonds. Ik heb dan niet eens meer de kracht om mijn handen nog te wassen.’

Lees meer: LONGREAD

Lijdzaam Lagos: hoe Afrika’s grootste stad vastloopt door de ergste files ter wereld
Nigeria kiest zaterdag een nieuwe president. Het olierijke land worstelt met corruptie. Benzine speelt daarbij een sleutelrol. Goedkope benzine houdt het volk tevreden. Maar het werkt ook ontwrichtend, zoals elke dag te zien is in Lagos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden