Lijden met de familie Slecht Weer

In Saramago’s oerboek strijden de betweter en de geëngageerde schrijver met elkaar.n..

Toen José Saramago (1922) tegen de zestig liep, moet hij het gevoel gekregen hebben dat het nu of nooit was, waar het om zijn schrijverschap ging. Hij had er een loopbaan als arbeider, journalist, vertaler, broodschrijver en politiek activist op zitten, maar zijn hart was altijd uitgegaan naar het schrijverschap. In het uitvoerige en verhelderende nawoord van Harrie Lemmens bij Opgestaan van de grond, wordt verhaald hoe hij zich, eind jaren zeventig vorige eeuw, tamelijk ontgoocheld terugtrok in een dorpje in Alentejo, een blanco vel papier in zijn schrijfmachine draaide – en voor het vaderland weg begon te tikken.

Dat werd gaandeweg Opgestaan van de grond, de eerste roman van Saramago’s gerijpte schrijverschap en de laatste die nu ook in het Nederlands is verschenen. Het is zijn ‘oerboek’, in de zin waarin veel schrijvers een oerboek hebben: een boek waarin de motieven uit het latere werk zich rudimentair en in onbehouwen vorm al aankondigen, een topzwaar boek, een groeve van ruwe verhalen.

De schrijver Saramago worstelt hier nog zichtbaar met de vorm, maar al niet meer met de stijl. De brommende vertellerstoon, waarin de personages lukraak door elkaar heen praten en bij de les worden gehouden door de onafgebroken aanwezige schrijver, de opeenstapeling van gebeurtenissen, de meeslepende stroom van mijmeringen en anekdotes, zij zijn er allemaal al in aanwezig. De boze actie-voerder ook nog, uitdrukkelijk en uitgesproken. Die zou zich pas na dit boek terugtrekken en het onverbiddelijke duiden en aanklagen vervangen door aantonen.

Opgestaan van de grond is de kroniek van een eeuw in het bestaan van armoedige Portugese landarbeiders. En het is tegelijkertijd het logboek van een schrijver die opkrabbelt uit de journalistiek en het maatschappelijk moralisme, om verder te gaan als chroniqueur en verteller.

Die vervlechting van objectieve en subjectieve bedoelingen maakt het tot een vreemd boek, obsessief en nagenoeg vormloos. Dat laatste is, voor getrainde Saramago-lezers, een curieuze gewaarwording. Want in de grote en doorgaans enigszins monumentaal aandoende romans die hij later is gaan schrijven – De stad der blinden, Alle namen, Het stenen vlot – is het immers in de eerste plaats de constructie die in het oog sprint. Nadrukkelijke constructies, surrealistische en onwaarschijnlijke geschiedenissen, waarbij de opzettelijke gezochtheid van die constructies de drager wordt van het wereldbeeld dat Saramago uitdraagt. Door normale mensen in magisch-realistische omstandigheden te dringen, wordt de tirannie van de alledaagse waanzin scherper zichtbaar.

Opgestaan van de grond heeft die dwingende vorm in het geheel niet. Het boek vertelt het verhaal van drie, vier generaties landarbeiders, hun heilloze geploeter op de akker en het uitzichtloze rammelen met de ketenen van hun lot. Dat lot wordt bepaald door de sociale structuur van hun levens, de kluisterende aanwezigheid van grootgrondbezitters en hun opzichters, prelaten en hun praatjes, politici en hun soldaten. Het is een verhaal van onderdrukking en wanhoop, met gratis commentaar van de boze schrijver erbij. Engagement is altijd pedant.

Het aardige is, dat de roman ons getuige maakt van het tweegevecht tussen de betweterige commentator en de geëngageerde schrijver. Naar bekend heeft die tweede het ten slotte gewonnen, maar in Opgestaan van de grond duurt het enkele honderden bladzijden voordat die uitkomst duidelijk wordt.

En dat is er dan ook meteen de handicap van: bij zoveel overtuiging wordt de geschiedenis algauw een litanie met onontkoombare strekking. Als alles klopt, is niets meer overtuigend.

Wij volgen, van vader op zoon, de wederwaardigheden van de familie Mau-Tempo, ‘slecht weer’ en ‘kwade tijden’, de nadruk werkt eerst op de lachspieren en vervolgens op de irritatie-klieren, tot het onverdraaglijk wordt.

Goed dat het boek pas als laatste vertaald werd, goed dat Harrie Lemmens er een aanleiding voor zijn scherpste Saramago-beschouwing in vond.

Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden