Ligt toekomst Oost-Timor toch in Indonesië?

De val Soeharto baant de weg voor een oplossing van de kwestie Oost-Timor. Een referendum is daartoe de aangewezen weg....

HET NIEUWE Indonesische bewind wordt niet alleen geconfronteerd met een uiterst belabberde economische situatie. Ook de kwestie Oost-Timor vraagt om aandacht. Het is duidelijk dat president Habibie zo snel mogelijk van de kwestie af wil. Zij vormt al jaren de achilleshiel van het buitenlands beleid van Indonesië. Een blijvend conflict zal veel energie kosten, inspanningen die beter kunnen worden aangewend voor het herstel van de economie.

Habibie heeft al een aantal concessies gedaan. Er is echter veel meer nodig om tegemoet te komen aan de verlangens van de bevolking van deze in 1975 door Indonesië geannexeerde voormalige Portugese kolonie.

Die verlangens, beter gezegd eisen, zijn gebaseerd op een al in 1992 door de permamente vertegenwoordiger van het Oost-Timoreese verzet in het buitenland, José Ramos Horta, gelanceerd plan: een periode van verregaande autonomie, gevolgd door een referendum. Indonesië heeft altijd geweigerd op dit plan in te gaan.

Voorlopig houdt Jakarta stevig vast aan zijn standpunt dat Oost-Timor een geïntegreerd deel van Indonesië uitmaakt. Het argument is dat een referendum, waarbij de bevolking zijn eigen staatkundige toekomst mag bepalen, tot onderlinge verdeeldheid en meer onrust zal leiden.

De jongste felle demonstraties van duizenden Oost-Timorezen tijdens het bezoek van een EU-delegatie aan het gebied hebben bewezen dat de eis voor een volksraadpleging in Oost-Timor een brede ondersteuning geniet. Het Oost-Timorese verzet heeft de afgelopen decennia aangetoond over een schier onuitputtelijk uithoudingsvermogen te beschikken.

Gaan we er van uit dat een referendum, na een periode van een reeds beloofde autonomie voor het gebied, er komt, dan is het volgende scenario denkbaar, in elk geval het meest gewenst:

Habibie kondigt aan dat hij als tijdelijk president zelf het besluit voor een referendum in Oost-Timor niet kan nemen. Wel biedt hij namens de regering - en zo mogelijk ook de strijdkrachten - het Oost-Timorese volk zijn verontschuldigingen aan voor het aangedane leed.

Over mogelijke smartegeld moet een toekomstig parlement maar beslissen. Dat zal, aldus Habibie, ook de beslissing moeten nemen of, al dan niet na een overgangsperiode waarin Oost-Timor een verregaande vorm van autonomie zal genieten, er een referendum komt.

De kans is behoorlijk groot dat het nieuwe parlement daar mee instemt. Zeer waarschijnlijk zal de volksvertegenwoordiging een aantal progressieve fracties kennen - misschien wel een meerderheid - waarvan de leden zij aan zij met de Oost-Timorezen het Soeharto-regime hebben bestreden.

Een groot aantal van die (voormalige) dissidenten zijn de laatste jaren in toenemende mate sympathie en bewondering gaan koesteren voor de niet aflatende strijd van de grote meerderheid van de Oost-Timorezen.

Uit mijn contacten met het Indonesische verzet tegen Soeharto is gebleken dat de onverschrokkenheid van de Oost-Timorezen en de offers die zij bereid zijn te brengen om hun doel te bereiken, een grote inspiratiebron is geweest voor hun eigen strijd voor democratische rechten.

Die bewondering is wederzijds. In een recent interview met de nog steeds gevangen gehouden Oost-Timorese leider Xanana Gusmao, gepubliceerd in de Australische krant Sydney Morning Herald, heeft deze gezegd van het Indonesische volk te zijn gaan houden.

In de gevangenis is tussen de veroordeelde verzetslieden een grote wederzijdse sympathie en eensgezindheid gegroeid in de strijd voor democratische rechten zowel in Indonesië zelf als in Oost-Timor. De laatste jaren verkondigden Indonesische dissidenten steeds openlijker hun mening dat Oost-Timor in feite een kolonie is van Indonesië.

In de veronderstelling dat het nieuwe parlement het houden van een referendum na een periode van vijf jaar van verregaande zelfstandigheid goedkeurt, zal dat niet vanzelfsprekend hoeven te leiden tot de keuze voor volledige onafhankelijkheid. De uitslag zal in hoge mate afhangen van een aantal voorwaarden die Jakarta zelf in de hand heeft.

Als de regering in Jakarta de kans wil vergroten dat de bevolking uiteindelijk toch kiest voor een definitieve aansluiting bij Indonesië - en daar is puur economisch gezien best wat voor te zeggen - dan zal zij verstandig en vredelievend moeten handelen.

llereerst zal het gebied geheel moeten worden gedemilitariseerd met als direct gevolg dat er een einde komt aan iedere vorm van militaire onderdrukking. Habibie heeft nu al beloofd dat de troepen de komende tijd geleidelijk zullen worden teruggetrokken.

Een tweede belangrijk punt om mogelijke onrust weg te nemen is dat een herhaling wordt voorkomen van de Indonesische manipulaties met de zogeheten Act of Free Choice, zoals die begin jaren zestig plaats vond onder de Papoeas in Irian Jaya, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea.

Een dergelijke farce moet en kan worden voorkomen door in de hoofdstad Dili een permanente waarnemingspost van de Verenigde Naties te vestigen. Men zou zelfs kunnen denken aan een kleine VN-vredesmacht.

Een derde punt waar men het over eens moet zien te worden, is het stemrecht voor de inmiddels tot ongeveer 100.000 zielen aangegroeide niet-autochtone bevolking. Als de Oost-Timorese leiders zich zeker voelen van hun zaak zouden ze daarin moeten toestemmen.

Ten vierde moet duidelijk zijn welke keuze de bevolking wordt voorgelegd. Die zou drieërlei moeten zijn: volledige onafhankelijkheid, definitieve aansluiting bij Indonesië, of een band met het oorspronkelijke moederland Portugal in de vorm van een overzeese provincie, zoals de Azoren.

Tijdens die overgangsperiode zal ongetwijfeld de vraag naar voren komen of een geheel onafhankelijk Oost-Timor economisch wel op eigen benen kan staan. Veel sleutelposities zijn in handen van Indonesiërs - al is de gouverneur wel een Oost-Timorees en heeft de katholieke kerk onder leiding van bisschop Carlos Belo zeer veel invloed - en economisch is het gebied meer dan voorheen afhankelijk gemaakt van Indonesië.

De voorstanders van onafhankelijheid zullen er op wijzen dat Oost-Timor zich in economisch opzicht wel degelijk zelfstandig kan ontwikkelen door middel van bij voorbeeld inkomsten uit olie, waarvan grote voorraden zijn aangetroffen in de Timorzee, die het land van Australië scheidt.

Verder is er koffie, die kwalitatief tot de beste in de wereld behoort. De opleiding van een toekomstig bestuurlijk kader is onder Oost-Timorezen bannelingen de afgelopen jaren serieus ter hand genomen.

Xanana Gusmao heeft in het al eerder genoemde interview de mogelijkheid opgeworpen om als Oost-Timor eenmaal geheel onafhankelijk is een soort economische unie te sluiten met de grote buurman Indonesië.

Dan leven er nog steeds sterke ressentimenten onder de Oost-Timorezen die zwaar te lijden hebben gehad van het gewelddadig optreden van de Indonesische strijdkrachten. José Ramos Horta heeft in een informeel gesprek dat ik een paar jaar geleden met hem had, gezegd dat het eigenlijk niet zo'n gek idee zou zijn geweest wanneer Oost-Timor, nadat de Portugezen het land na de Anjerrevolutie van 1975 aan zijn lot hadden overgelaten, aansluiting had gezocht bij Indonesië.

'Maar', zo zei hij mij, 'de uiterst brute wijze waarop het Indonesische leger toen de Oost-Timorese bevolking heeft onderdrukt en gemarteld, wat aan ongeveer 200.000 van mijn landgenoten het leven heeft gekost, heeft in zo veel verzet en verbittering jegens de machthebbers in Jakarta gecumuleerd, dat al snel van een territoriaal samengaan geen sprake kon zijn. Indien de Oost-Timorezen zich in een referenum zouden uitspreken voor volledige onafhankelijkheid, dan heeft Indonesië dat geheel aan zichzelf te danken.'

Een nieuw democratisch bewind in Indonesië moet vrede sluiten met Oost-Timor en iedere vorm van militaire en politieke druk laten varen. Beide partijen zullen hun uiterste best moeten doen het gruwelijke verleden te vergeten.

Dan is een reële de kans aanwezig dat na de voorgestelde overgangsperiode de meerderheid van de Oost-Timorezen toch kiest voor een opgaan in de grote Indonesische republiek met handhaving van de reeds verworven autonome status.

Een dergelijke ontwikkeling zou dan een begin kunnen vormen voor een meer federale staatsvorm, die andere separatistische bewegingen, zoals die zich voordoen in Aceh, de Zuid-Molukken en in Irian Jaya de wind uit de zeilen kan nemen.

Peter Schumacher is journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.