light

Alleen wie van staal is, biedt weerstand aan de zuigkracht.

dans


Light (**) en Boléro (****) door Béjart Ballet Lausanne


19/3, Koninklijk Theater Carré, Amsterdam


Het is en blijft de ultieme vleesgeworden crescendo: de Boléro (1961) van choreograaf Maurice Béjart (1927-2007) op de gelijknamige balletcompositie van Maurice Ravel. Vijftien onvergetelijke minuten: pompend, zuigend, stuwend. Iedere keer als deze Boléro zich live voor een publiek ontrolt, zoals woensdag en donderdag in Carré, absorbeert het dansstuk de zaal.


Alleen wie van staal is, biedt weerstand aan de zuigkracht. Op een knalrood cirkelpodium komt een lange tanige danseres (Elisabet Ros als De Melodie) langzaam in beweging, een volgspot op haar vloeiende ledematen. In een doeltreffende opbouw geeft ze met minieme stapjes en steeds meer energie een golfslag aan de ruimte prijs, eerst via haar voeten en armen, dan via haar benen en heupen. Een fluit en een trom wisselen af met twee thema's, het orkest valt de heldere dialoog langzaam bij. De bedwelmende heupswing van de danseres hypnotiseert 38 mannelijke dansers aan drie zijdes; ze sidderen mee met haar erotiek, gestileerd, soms slechts met één beweging van arm, been of bekken. Hoe dichter ze naderen, hoe hoger zij reikt. Alles zwelt aan: volume, intensiteit, schoonheid, erotiek, passie. En dan, boem, verdrinkt de danseres in de door haar gecreëerde vloed en verzwelgt de Boléro zichzelf.


Magistraal zijn de vertolkingen van topballerina's als Sylvie Guillem en Maya Plisetskaya, historisch is de mannelijke versie van Jorge Donn (1979), die in 1981 wereldwijd bekendheid kreeg als slot van de muzikale film Les Uns et Les Autres (Claude Lelouch). Een opluchting was de prestatie deze week van Ros in Carré, te midden van twintig dansers uit Nederland en achttien leden van Béjart Ballet Lausanne.


Voorafgaand aan dit erotische kwartier moest het publiek meer dan een uur lang wijs zien te worden uit een curieuze grabbelton aan cultuurhistorische (ballet)figuren in Béjarts choreografie Light (1981) - voor het eerst in Nederland te zien. Op twee achterdoeken verschijnen en verdwijnen schilderijen van twee steden op het water: Venetië en San Francisco. Een zwangere vrouw (Elisabet Ros) in een schommelstoel koestert een ei en baart later het licht (de in wit gestoken ballerina Kateryna Shalkina). Om haar heen dwalen typetjes uit de Commedia dell'arte maar ze raken elkaar (en publiek) nauwelijks. Opkomsten vormen los zand, muziekpartituren gaan van hand tot hand, Vivaldi wordt afgewisseld met snerpende gitaren van The Residents en Tuxedomoon. Beelden botsen op elkaar, bewegingen ook. Waarom Stardust aan het Béjart Ballet Lausanne heeft gevraagd dit werk in Nederland te introduceren blijft een raadsel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden