Liever niet praten over de inktzwarte geschiedenis

Op de golven van een eeuwenoude relatie landt vandaag een grote Nederlandse handelsmissie in Indonesië. De rollen zijn omgedraaid. De voormalige kolonisator heeft de grootste economie van Zuidoost-Azië harder nodig dan andersom.

Bij de woorden 'Nederland' en 'Indonesië' is dat cliché nooit ver weg: 'Van oudsher hebben wij hele sterke banden.' Premier Rutte zegt het ook steeds. Hij leidt vanaf vandaag een uitzonderlijk grote, driedaagse handelsmissie naar de voormalige kolonie.


Het is vooral Nederland dat teruggrijpt op de eeuwenoude, meestentijds ongelijkwaardige, relatie tussen beide landen. Het Indonesische perspectief is meer: wij zijn een land als alle andere en we willen een normale zakenpartner van Nederland zijn.


Voor het eerst sinds 2006 gaat er een Nederlandse handelsmissie naar Indonesië. Het is de grootste ooit naar de archipel: honderd bedrijven komen in het kielzog van Rutte, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Ploumen en Landbouwstaatssecretaris Dijksma. De meeste deelnemende bedrijven zitten in de landbouwsector en in de watersector.


Er is sinds 2006 veel veranderd, vooral het economische zelfbewustzijn van Indonesië. Het land heeft Nederland ingehaald, gemeten in de omvang van de economie. Indonesië is de zestiende economie van de wereld en maakt daarom vanzelfsprekend deel uit van de G20. Een landenclub waar Nederland maar steeds van wordt weggehouden.


Indonesië is met 250 miljoen inwoners en een middenklasse van 100 miljoen de grootste economie van Zuidoost-Azië en die economie groeit maar door. De laatste jaren steeds met 6 procent.


De handelsrelatie met Nederland is de laatste jaren scheefgegroeid: Indonesië exporteert veel meer naar de voormalige kolonisator dan dat het invoert uit Nederland. Voor ongeveer 630 miljoen euro ging er vorig jaar aan transportmiddelen, machines, chemisch producten en zuivel van Nederland naar Indonesië.


Nederland importeerde in 2012 voor ongeveer 2,8 miljard. Eenderde daarvan is palmolie, de rest is vooral kleding, hout, vis en kolen. Het grote verschil tussen uit- en invoer is wat vertekenend: een deel van de Indonesische waar gaat via Nederland meteen door naar de rest van Europa.


'Misschien heeft Nederland Indonesië nu harder nodig dan andersom', zegt directeur Bing Go van voedingsmiddelbedrijf Go-Tan in het werkgeversblad Forum. 'Het wordt tijd voor een volwassen, gelijkwaardige relatie.' Dat wil zeggen: niet het verleden oprakelen en geen vermanend vingertje.


En een Nederland dat zijn plaats kent. Dus als Nederland geen tanks aan ze wil verkopen, dan kopen de Indonesiërs ze wel van Duitsland. Zo gedragen normale zakenpartners zich.


Intussen signaleert de Nederlandse ambassade in de hoofdstad Jakarta wat het gevolg is van de hard gegroeide economie: Indonesische zelfgenoegzaamheid. Die uit zich in protectionisme. Nederland is met een miljard dollar in 2012 de grootste Europese investeerder in Indonesië. Alle grote bedrijven zitten er en elk jaar komen er tientallen bedrijven bij. Maar het wordt ze steeds moeilijker gemaakt. Indonesië is een lastiger land om zaken mee te doen dan de omringende landen, zo staat in het strategisch beleidsplan van de ambassade.


En zo ziet de Nederlandse post in Jakarta meer manco's. De snelle economische groei zorgt weliswaar voor minder armoede, maar ook voor meer inkomensongelijkheid. Circa 80 miljoen Indonesiërs zitten onder de armoedegrens. De inflatie is dit jaar 10 procent, de belastingmoraal is laag en een contract biedt weinig zekerheid. Wetten en regels kunnen tegenstrijdig zijn en corruptie blijft hardnekkig.


Premier Rutte lijkt niet van plan het daar allemaal over te willen hebben. En ook niet over de inktzwarte episoden van de gemeenschappelijke geschiedenis die in 1596 begon met de komst van de koopvaardijschepen van Cornelis de Houtman. Het is immers een handelsmissie die Rutte aanvoert. Het is geen politiek bezoek.


Er liggen grote kansen in Indonesië, meldt het kabinet. Nederlandse bedrijven hoeven die alleen nog maar aan te grijpen. Dat moet geen probleem zijn, zei minister Timmermans bij een eerder bezoek. 'We delen dna, ook letterlijk.'


Of Indonesië dat ook zo voelt, daarover geen woord. Ook niet van de Nederlandse ambassade in Jakarta. In plaats daarvan staat in hun beleidsplan de strategie om het Nederlands en economisch belang te bevorderen: 'Versterking van het merk Nederland.'


KANGKOENG


Wie paprika's, tomaten of maïskolven inslaat in een Indonesische supermarkt loopt grote kans dat zijn groenten een Nederlands tintje hebben. East West Seed Indonesia, de inmiddels grootste groentezaadproducent van het land, begon in 1990 als joint venture van de Enkhuizense bedrijven East-West Seed en Enza Zaden. Hun beider boegbeelden Simon Groot en Piet Mazereeuw hadden een missie: Indonesische boeren met betere zaden beschermen tegen virussen en schimmels die keer op keer hun oogsten vergalden. Anno 2013 heeft Ewindo in het Javaanse Purwakarta 600 man personeel (allemaal Indonesiërs, inclusief het bestuur) in dienst en zijn er 150 groenterassen ontwikkeld speciaal voor de Indonesische teelt: bloemkool, komkommer, sjalotten, aubergine of kangkoeng (waterspinazie).


AARDBEIEN


Aardbeien, frambozen en bramen zijn in Nederland doodnormaal fruit, maar gelden in Indonesië nog vaak als westerse luxeproducten. Hans Bijlmer (62) teelt al elf jaar zacht fruit in de kassen van zijn bedrijf Strawberindo Lestari, op de helling van een slapende vulkaan nabij Jakarta. ' Strawberindo Lestari heeft een jaaromzet van 2 miljoen euro en telt tussen de 300 en 400 werknemers, vrijwel allemaal Indonesiërs. 'Indonesiërs waren gewend hoge westerse prijzen te moeten betalen voor zacht fruit. Wij produceren lokaal en kunnen met lage prijzen concurreren tegen westerse telers.' Indonesië is een enorme groeimarkt, merkt Bijlmer. 'De salarissen stijgen, de middenklasse groeit. Ik heb het idee dat de koopkracht van de middenklasse hier in Indonesië inmiddels vaak hoger ligt dan in Nederland.'


HAARSTUKJES


Gerard Joling, Wesley Sneijder en de wenkbrauwen van Bridget Maasland ondergingen al een haartransplantatie bij het Maastrichtse Hair Science Institute, sinds dit jaar kunnen Indonesiërs hetzelfde doen in Jakarta. Met het Hair Science Institute - Asia, mede mogelijk gemaakt met subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, wil de Nederlands-Indonesische arts Coen Gho (46) binnen drie jaar meer dan veertig Indonesiërs opleiden om haarstamceltransplantaties te kunnen uitvoeren. Inmiddels helpt het instituut in Jakarta ongeveer tien klanten per maand aan een nieuwe haardos. Gho zegt inmiddels kalende prinsen uit Europese koningshuizen tot zijn clièntele te mogen rekenen - namen wil hij niet noemen - evenals emirs en sjeiks uit de Emiraten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden