Liever gevaar lopen dan je mond houden

Een postduif vliegt in Cuba de cel binnen van de dissidente schrijver Ángel Santiesteban-Prats. Hij brengt een brief van Toine Heijmans.

Beeld Enkeling

Amsterdam, 16 juni 2014

Zeer geachte Ángel Santiesteban-Prats,

We kennen elkaar niet en leven aan weerszijden van de oceaan, om eerlijk te zijn had ik nooit eerder van u gehoord (en ik neem aan u niet van mij), maar desondanks ben ik blij dat ik u deze brief kan schrijven.

U brengt uw dagen door in een gevangenis, ik niet. Ik hoop dat u mij daarover kunt vertellen.

Wij zijn allebei schrijvers. Maar u bewoont een andere wereld dan de mijne. Het is moeilijk me een voorstelling te maken van een land waar schrijven aan regels is gebonden, onderworpen is aan de kille ogen van politici, aanklagers en gezagsdragers. Ik ben niet de enige in mijn land, Nederland, die gemakzuchtig denkt over vrijheid, alleen maar omdat we de waarde ervan niet meer kennen. Vrijheid is een luxe en luxe wordt in de loop van de tijd gewoon. Zoals een sjeik in Dubai gewend kan raken aan gouden kranen, zo ben ik gewend geraakt aan het in vrijheid te schrijven wat ik wil. In mijn krant en in mijn boeken. Vrijheid is voor mij zo normaal als ademhalen. Daar zal ik me vanaf nu beter rekenschap van geven.

Ik ken uw land niet, behalve van de verhalen. Ik ben daar nog nooit geweest.

Beeld Enkeling

Ik ken uw onvrijheid niet - maar het eerste wat ik me afvroeg toen ik aan deze brief begon was: is het gevaarlijk? Breng ik u in problemen? U bent een politieke dissident, dat is geloof ik het woord dat wordt gebruikt. U bent veroordeeld tot 5 jaar cel. Ik weet dat deze brief u niet met de gewone post bereiken kan. Het laatste wat ik wil is dat mijn onwetendheid en mijn natuurlijke besef van vrijheid uw situatie verslechteren.

Misschien is het beter gevaar te lopen dan je mond te houden - ik ben benieuwd hoe u dat ervaart.

Niet lang geleden was ik in Noord-Korea, een land dat nauwelijks nog ademt, en daar rook ik de onvrijheid. Het was een geur. Het duurde een paar dagen voordat ik het begreep, want niemand in Noord-Korea leek angstig. De mensen daar waren zo vrolijk dat het me verwarde. Blijdschap kun je net als andere emoties acteren natuurlijk maar, dacht ik, niet je hele leven lang. Mij lijkt het onmogelijk je vrijheidsdrang voor altijd te verbergen.

Toine heijmans journalist en schrijver

Toine Heijmans (1969) is verslaggever en columnist voor de Volkskrant en romanschrijver. Zijn boek Op Zee is verfilmd en veel vertaald en kreeg in Frankrijk de Prix Médicis étranger. Zijn tweede roman, Pristina, gaat over een asielzoeker en een uitzettingsambtenaar en verschijnt vandaag in Frankrijk.

Het leek alsof de Noord-Koreanen geleerd hadden te leven met de gewelddadige clan die het land regeert en die het naar de afgrond brengt. Alsof ze zich vastklampten aan hun persoonlijke vrolijkheid.

Toen een van mijn reisbegeleiders doorkreeg dat ik journalist en schrijver was, naast me kwam zitten en me de opdracht gaf foto's te wissen uit mijn digitale camera, was ik eerst heel boos. Zijn woorden voelden als een aanslag, ze deden me pijn. Terwijl ik hem de foto's liet zien en hij 'delete, delete' zei, leek het alsof hij iets uit me sneed. En toen rook ik het: zijn angst. Het rook naar zweet en ik zag een druppeltje op zijn slaap ontstaan (terwijl het niet warm was). Hij was bang voor mij, niet andersom.

Angst voor de ander, dat is misschien de belangrijkste reden om mensen aan banden te leggen. Angst een fout te maken. Angst voor een systeem dat groter is dan jezelf.

Ik ging akkoord en wiste de foto's, niet omdat hij dat wilde, maar omdat ik me zorgen maakte over hem. Mijn weigering zou op deze man worden verhaald; mensen verdwijnen in werkkampen in Noord-Korea, of ze verdwijnen naar een plek die niemand kent. Als ik daar had vastgehouden aan mijn eigen vrijheid, had ik de zijne beknot.

Het voert te ver om Cuba met Noord-Korea te vergelijken. Of niet? Dat is een van de vragen die ik aan u heb.

Ángel Santiesteban-Prats bekroond schrijver

Ángel Santiesteban-Prats (1966) is een Cubaanse schrijver die prijzen won voor zijn romans en verhalen. Zijn steeds feller wordende kritiek op de overheid brengt hem in problemen als hij schrijft over de Cubaanse oorlog in Angola, maar vooral wanneer hij in 2008 een blog begint, De kinderen die niemand wilde, waarin hij onverbloemd zijn mening geeft over de Castro-clan. Tijdens een haastig proces zonder harde bewijsvoering wordt hij in 2012 veroordeeld tot 5 jaar cel wegens 'huiselijk geweld'. Hij verhuist van gevangenis naar gevangenis tot hij eind 2015 onverwacht voorwaardelijk vrijkomt. Hij werkt in Havana aan een roman, bij tijd en wijle lastiggevallen door de politieke politie, zegt zijn vriend Amir Valle. 'Wat fijn je in vrijheid te kunnen schrijven', begint hij zijn recentste e-mail. 'Niet helemaal, omdat ik van mening ben dat dit eiland een grote gevangenis is, we zijn hier allemaal gevangenen zolang de dictatuur heerst.'

Cuba wordt door veel Nederlanders gezien als een fotogenieke vakantiebestemming, met - ik citeer maar even uit een brochure van een grote reisorganisatie - 'zonovergoten stranden, een azuurblauwe zee, prachtige koraalriffen en uitgestrekte tabaksvelden'. Mensen die er op vakantie zijn geweest vertellen over oude Amerikaanse auto's in Havana, en over muziek en dansen tot heel diep in de nacht.

In die folder staat niets over schrijvers die in de gevangenis zitten.

Maar laat ik beginnen met het belangrijkste.

Hoe is het met u?

Waar verblijft u, en hoe zien uw dagen eruit?

Waar denkt u aan, als u niet kunt slapen? Of slaapt u juist uitstekend?

Heeft uw gevangenschap nut?

U ziet: ik heb te veel vragen. Laat u zich daardoor vooral niet overdonderen. Ik hoop werkelijk dat deze brief u bereikt, via welke weg dan ook, en dat u een mogelijkheid ziet een brief terug te sturen. Als dat lukt, is er in elk geval een kleine bres geslagen.

Beste groet uit Nederland, Toine Heijmans

Havana, 26 juni 2014

Beste vriend en collega Toine Heijmans,

In de eerste plaats ben ik opgetogen uw brief te ontvangen. Bovendien is internationale solidariteit ontzettend belangrijk, niet zozeer opdat de dictatuur me vrijlaat - dat zal niet om die reden gebeuren - maar om het onmenselijke van het totalitaire systeem aan de kaak te stellen dat ons al langer dan een halve eeuw regeert. Ik was een succesvolle en vrije schrijver in mijn land tot het moment dat ik besloot mijn blog De kinderen die niemand wilde te beginnen. Vanaf dat moment werd mijn leven tot een chaos gemaakt: ik werd in elkaar geslagen, achtervolgd, opgepakt, veroordeeld en gevangen gezet.

Ondanks alle ellende moet ik zeggen dat ik geen spijt heb van wat ik heb gedaan, want toen ik vond dat ik naast mijn literaire werk - altijd al kritisch op het systeem - mijn standpunt als burger moest toelichten, was dat een daad van oprechtheid en dus deed ik dat en zal ik dat blijven doen, al kost het me mijn leven.

De laatste maanden heeft de dictatuur mijn bewaking verscherpt en de terreur tegen mij opgevoerd, ze hebben extreme maatregelen genomen, maar ik blijf een intellectuele tegenstander die blij is met zijn positie tegenover de macht.

Correspondenties Nederlandse auteurs en vervolgde collega's

Deze brieven zijn een selectie uit de correspondentie tussen Toine Heijmans en de op Cuba gedetineerde schrijver Ángel Santiesteban-Prats. Ze zijn de gevangenis in en uit gesmokkeld (hoe moet uit veiligheidsoverwegingen geheim blijven) met hulp van de uit Cuba gevluchte schrijver Amir Valle, die in Berlijn woont. Irene van de Mheen vertaalde ze naar en uit het Spaans.

Schrijversvereniging PEN Nederland vroeg in 2014 vier auteurs te corresponderen met collega's die gevangen zitten of vervolgd worden vanwege hun werk. Renate Dorrestein, gekoppeld aan de Chinese Liu Di, beschrijft haar ervaringen in de longread Penvriendin in China - Hoe ik dacht een dissident te helpen (uitgeverij Fosfor.nl). Simone van Saarloos correspondeerde met een Bahreinse, Paulien Cornelissen met een Vietnamese schrijfster. Dat bleek niet eenvoudig: onveiligheid, angst, taalproblemen, onbegrip en cultuurverschillen lagen op de loer.

Donderdag vertellen Dorrestein en Heijmans in Den Haag over hun briefwisseling bij de opening van het internationale literatuurfestival Winternachten, dat in het teken staat van vrijheid van meningsuiting. Onder anderen spreekt daar de schrijfster Jung Chang, auteur van het in China verboden boek Wilde Zwanen. Meer informatie: writersunlimited.nl.

Denk niet dat ik ver van uw gewoonte af sta. In feite zit ik in de gevangenis omdat ik er ook aan gewend raakte te schrijven wat ik denk, met het gevolg dat ik nu vastzit; maar het is inmiddels een geliefde gewoonte waar ik niet buiten kan. Hier in Cuba bestonden op een zeker moment ook dat soort gebieden in steden en dorpen waar het toneelstukje van het gelukkige volk werd opgevoerd; maar de Cubanen zijn hun angst kwijtgeraakt. Ze praten en debatteren tegenwoordig en gaan in tegen de werkelijkheid en de regering; nog niet zo veel als nodig is, maar er is wat dat betreft vooruitgang.

Het is geen vergissing om het dictatoriale bewind van beide regeringen te vergelijken, want zowel daar in Korea als hier in Cuba is het een familie die het volk in een ijzeren greep heeft, door puur bloedvergieten en terreur. Op beide plekken worden tegenstanders opgepakt en uitgeschakeld (daar door ze dood te schieten en hier door vreemde ziekten, geheimzinnige ongelukken of door ze te laten sterven van uitputting en honger).

Zoals u juist opmerkt 'is het beter gevaar te lopen dan je mond te houden'. En ik verkies dat. Hopelijk kan ik u op een dag vertellen wat er allemaal gedaan moet worden om correspondentie te ontvangen, maar het lukt. Berichten ontvangen is van vitaal belang voor mij, het is wat me als gevangene in leven houdt.

Ik kan zeggen dat het goed met me gaat, aangezien ik elke ochtend met hernieuwde krachten begin, ik heb meer strijdlust dan voor ik in de gevangenis belandde. De nachten breng ik wakend door en tegen de ochtend val ik in slaap. 's Nachts schrijf of lees ik, gebruikmakend van het licht in de wc. Ik denk aan mijn kinderen, aan de dingen die ik zou willen schrijven. Als ik slaap, slaap ik goed, hoewel ze me vaak wakker maken voor inspectie en dan nemen ze boeken, kranten, tijdschriften, berichten en alles wat ik geschreven heb in beslag.

Ze hebben zelfs weleens brieven van mijn familie in beslag genomen, daarom verscheur ik deze brieven meestal nadat ik ze heb gelezen, voor het geval ze de naam van een vriend of iemand anders erin zien staan. Dan worden die mensen namelijk geïnspecteerd wegens contact met een 'vijand van de revolutie'.

U kunt me nog eens schrijven, voor mij is het een troost u te lezen en te kunnen antwoorden.

Met vriendelijke, hoopvolle groet,
Ángel Santiesteban-Prats

Amsterdam, 7 augustus 2014

Beste moedige Ángel,

Verrast door de snelheid ontving ik per kerende post uw brief, waarvan een aantal zinnen zich heeft vastgezet in mijn hoofd. Dat u 'schrijven wat u denkt' een 'geliefde gewoonte' noemt, is prachtig en treurig tegelijk. Dat u voorrang geeft aan een daad van oprechtheid boven een leven in vrijheid getuigt van bijzondere moed.

Maar nog voor ik mijn antwoord klaar had, kwamen sommige zinnen van uw brief tot leven. Op papier zien ze er al angstwekkend uit, maar dan is er altijd nog de mogelijkheid dat ze van papier blijven, en dat deden ze niet. Geschrokken las ik het S.O.S.-bericht dat u aan vrienden stuurde: de autoriteiten hadden aangekondigd u over te plaatsen naar een militaire gevangenis. Dat was op 20 juli. Daarna is er niets meer van u vernomen. Op 28 juli schreef een krant dat u werd vastgehouden op een politiebureau in Havana, en wordt beschuldigd van een vluchtpoging. En dat net terwijl uw nieuwe roman, De zomer dat God sliep, werd gepresenteerd in New York.

Daarna bleef het stil.

Bent u nog in staat mijn brief te ontvangen en te lezen?

Er zijn veel zorgen over u, ook bij mij. Laat alstublieft weten hoe het met u gaat. Laat alstublieft weten of ik iets kan doen.

Onzekerheid lijkt mij een van de effectiefste martelmethoden.

Ik weet inmiddels ongeveer wat de ingewikkelde en gevaarlijke route is die een brief moet afleggen tussen uw cel in Cuba en mijn huis in Amsterdam, een bijzondere vorm van duivenpost. Ik bindt een nieuwe brief vast aan de poot van de duif, en hoop dat hij tussen de tralies van de gevangenis door naar binnen vliegt. En dat hij een antwoord meekrijgt en terugvliegt naar Amsterdam.

Hier in Nederland wordt nog elke dag gesproken over de tijd dat de Nederlanders vijf jaar lang leefden onder de terreur en dictatuur van de nazi's. Veel mensen kozen toen voor lijfsbehoud. Sommigen - meer dan we willen toegeven - werkten gretig mee aan het systeem. Stel dat het weer gebeurt, zei mijn vriendin, stel dat de onredelijkheid wint, dan gaan we onmiddellijk ergens anders wonen en in verzet.

Zou ik vluchten? Zou ik meewerken aan het systeem? Zou ik blijven schrijven 'al kost het me mijn leven', zoals u doet?

Ik weet het niet. Ik vrees dat de meeste mensen, ikzelf niet uitgezonderd, uiteindelijk toch voor zichzelf kiezen. Of halfslachtig proberen er wat van te maken.

Met bezorgde groet,

Toine Heijmans

Jaimanitas, 15 oktober 2014

Beste vriend en collega Toine,

Zoals je ziet heeft je brief er lang over gedaan. Na twee maanden wachten heb ik hem eindelijk vandaag ontvangen en ik was er weer net zo door geraakt, misschien meer zelfs.

Uiteindelijk brachten ze me naar deze militaire basis van het grensbewakingkorps, met tralies tot aan het plafond van de patio en 24 uur versterkte bewaking; maar zelfs dat is niet genoeg om mijn streven om in een vrij land te leven op te geven, iets wat ik ondanks mijn 48 jaar nooit heb gekend.

Het is waar, je hebt volkomen gelijk als je zegt: 'Ik kan me voorstellen dat strijdlust groeit, in de gevangenis', aangezien er geen betere plek is om de onrechtvaardigheden van een dictatuur te ondervinden. Maar je hebt geen gelijk als je meent dat 'er weinig van de strijdlust overblijft wanneer de dreiging werkelijkheid wordt', dat is niet zo, integendeel.

Ze brachten me over naar gevangenis 15-80, waar ze mijn handen en voeten vastbonden om me te dwingen iets stinkends te drinken; ik meen, of zij meenden, dat het voedsel was. Sindsdien is de kracht toegenomen, veranderd in lange adem om vol te houden, in geur van strijd, en het bloed stroomt krachtiger, als een wild en ontembaar paard dat door je aders galoppeert.

Dan zijn zij het die bang worden, onze blik mijden, een confrontatie met ons uit de weg gaan, omdat de waarheid die op ons gezicht te lezen is meer effect heeft dan hun stompen. Het is een grote vraag die ze niet kunnen beantwoorden als ze zien dat onze kracht toeneemt.

Een innige omhelzing, nu met meer reden en strijdlust, Ángel

Gevangenis van Guardafronteras (grensbewakingkorps) in Jaimanitas

Amsterdam, 18 december 2014

Beste Ángel,

De postduiven hebben hun werk gedaan - ik moet zeggen dat het een paar benauwde weken waren. Het leek erop dat niemand meer wist waar je was. Het zal toch niks met onze correspondentie te maken hebben, vroeg ik me af. Het stemt me blij en opgelucht te horen dat je in goede gezondheid bent, en in staat opnieuw een brief te sturen.

Mijn krant opende vandaag met drie pagina's over Cuba. Alles ademde opluchting en optimisme. Amerika geeft het handelsembargo op. Onze correspondent, Marjolein van de Water, ging naar Havana en schreef: 'Hoop waait als een zachte lentebries de huizen binnen.'

Ik hoop dat jij profijt hebt van die ontwikkeling. Maar ik weet dat niet zeker.

Het is trouwens niet alleen mijn krant die opgewekt Cuba op de voorpagina zette. Ik lees het overal. The New York Times, The Wall Street Journal: een halve eeuw koude oorlog is voorbij. Cuba kan weer ademhalen. Het is niet de eerste keer dat nieuwe economische mogelijkheden de opmaat zijn voor culturele vrijheid. Cuba laat 53 gevangenen vrij, lees ik. Ben jij een van hen? En wat is het eerste wat je zou doen, als je wordt vrijgelaten?

Kortgeleden was ik in de Chinese stad Xi'an, die net als veel andere Chinese steden een onvoorstelbare economische ontwikkeling tentoonspreidt. Ik was verbluft door de wolkenkrabbers, de neonlichten, de etalages: Louis Vuitton, Versace, Prada: hier zijn veel mensen heel erg rijk geworden.

Maar schrijvers mogen er nog steeds niet schrijven wat ze willen. Het opgeven van de economische dictatuur heeft nog niet geleid tot het opheffen van de culturele. Schrijven wat je wilt is kennelijk nog steeds gevaarlijker dan het kapitalisme.

Het is misschien een clichématige constatering, maar ik vrees dat de meeste mensen uiteindelijk meer hechten aan hun economische voorspoed dan aan hun vrijheid van meningsuiting. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.

Met hoopvolle groet,
Toine

Havana, 19 december 2015

Beste Toine,

De duiven blijven geweldig werk doen, ondanks het feit dat mij bezoeken hun duur komt te staan. De zaken zijn hier zoals de dictatuur ze voorschrijft of ze keren zich simpelweg tegen hen die zich niet aan de voorschriften van de dictatuur houden.

Mijn verdwijning heeft absoluut niets met onze briefwisseling te maken, maar als dat wel zo was, dan is dat ook prima. Jij bent belangrijker dan mijn fysieke welzijn, want het geestelijke geeft me kracht en dat is wat jouw brieven doen. Ik ben er heel blij mee en waardeer ze zeer.

In werkelijkheid ben ik tijdens mijn overplaatsing ontsnapt, ik heb vijf dagen in Havana rondgelopen, ging naar plekken die ik miste, zoals het theater, de bioscoop en de boulevard El Malecón. Het was vreselijk voor mijn vrienden en bekenden omdat hun huizen in de gaten werden gehouden voor het geval ik zou opduiken.

Wat goed dat jouw krant met drie pagina's over Cuba opent, toch kan ik niet optimistisch zijn of opgelucht ademhalen, aangezien ik me nu somberder en pessimistischer dan ooit voel: ogenschijnlijk is het opheffen van het 'embargo' een opluchting voor het Cubaanse volk, maar daarvoor moeten we een te hoge prijs betalen, namelijk de continuering van de dictatuur die nu over haar zonen beschikt als voortzetters van het totalitarisme. Het betekent dat ons land zoals China of Vietnam wordt en we democratie en het naleven van de mensenrechten wel kunnen vergeten. Het opheffen van het embargo is het ergste wat het Cubaanse volk kan overkomen, echt waar.

Of mijn situatie als gevangene zal veranderen weet ik niet, dat is niet belangrijk; belangrijk is de definitieve vrijheid van Cuba, en de gebroeders Castro aan Cuba het welzijn laten teruggeven dat ze van ons afpakten. De Cubanen hopen op beter voedsel, werk en een beter salaris, want ze hebben in diepe misère geleefd en elke verandering is per definitie een verbetering, want de sociale omstandigheden kunnen niet erger, maar ze vergeten elke vorm van vrijheid.

Het is treurig, maar zo is het nu eenmaal, want de meeste Cubanen hunkeren naar openheid zodat ze naar het noorden kunnen emigreren om de dictatuur en de honger te vergeten, problemen waar ze hun leven lang mee te maken hebben gehad, ze kunnen niet wachten te vertrekken zonder achterom te kijken. De enige manier om te denken dat Cuba nooit meer hetzelfde zal zijn, is beseffen dat de dictatuur niet zal verdwijnen.

Wat mij als schrijver zo bedreigend maakt, is in principe mijn werk - dat altijd kritisch op het systeem is en zal zijn, maatschappelijk betrokken en nietsontziend, en dat is wat hen stoort; wat zij van officiële schrijvers verwachten is jubelend werk dat de autoriteiten ophemelt. In 1992 won ik bijvoorbeeld de Casa de las Américas, de belangrijkste prijs in Cuba, maar enkele uren voor de uitreiking pakte de overheid de prijs van mij af omdat het boek over de Cubaanse oorlog in Angola handelde, maar dan de andere kant van de oorlog, vanuit de mensen gezien, in plaats van een rechtvaardiging, een heroïsche versie.

Toen ik in 2008 mijn blog begon, was dat meer dan ze konden verdragen, zeker van een intellectueel. In 56 jaar dictatuur was er nog nooit een intellectueel geweest die de leider in een open brief een dictator noemde. Van iemand anders zou hij het misschien niet zo erg hebben gevonden, zolang hij zich tenminste niet op het eiland bevond; maar dat het van binnenuit kwam en ook nog van een intellectueel, schiep een voorbeeld dat ze niet konden dulden. Ik betaal gewoon de rekening voor die brutaliteit.

Om in te gaan op wat de kranten schrijven over 'het einde van een halve eeuw Koude Oorlog': het is precies andersom, we leven nog dankzij het toezicht van buitenaf van andere landen en de veroordeling van de regering door de Europese Gemeenschap, en het opheffen van de EU-sancties en het embargo is niet de manier om ons te helpen onze vrijheid terug te krijgen. Het zal er alleen maar voor zorgen dat de dictator langer aan de macht blijft, zijn Zwitserse bankrekening kan spekken en de mensen terroriseren die zich voor onze bevrijding inzetten. De dictatuur probeert tijd en geld te winnen om angst te zaaien en die te intensiveren, maar helaas zien veel mensen dat niet, of ze begrijpen het niet, of ze zijn erbij gebaat het niet te zien.

Het is niet voor mijn vrijheid dat ik vecht en gevangen zit, zelf doe ik er niet toe en indien nodig offer ik mijn leven op. Wat ik verlang is een vrij Cuba, de definitieve democratisering van het land. De huidige situatie in Cuba in stand houden betekent voor mij en andere schrijvers voortdurend met censuur te maken hebben: dat wil zeggen het hoofd buigen, vlaggetjes verschuiven als dat wordt gevraagd en alles slikken wat je wordt opgelegd. Dat verandert ze in 'staatsschrijvers' en het kwalijke is dat je er in een vertrouwelijk gesprek, wanneer er niemand luistert, achter komt dat ze nog grotere tegenstanders zijn dan jijzelf en de Castro's en hun dictatuur haten; evengoed zie je ze de volgende dag weer op de televisie het systeem verdedigen, en dat alles om in aanmerking te komen voor een officiële afvaardiging naar het buitenland of een paar schoenen en stukken zeep te kunnen kopen. Dat is onze werkelijkheid. Net zoals in China, en dat is nou juist wat ik zo beangstigend vind.

Het is waar dat Fidel eigenlijk dood is en zijn broer bijna, maar dan hebben we nog Alejandro Castro, de kroonprins die misschien nog obscuurder is dan zijn vader en zijn oom.

Ik hoop dat we elkaar eens kunnen zien. In april heb ik recht op de 'Condicional', dat betekent dat je vrijkomt na het uitzitten van de helft van je straf, en me dat ontzeggen zou nog meer ophef veroorzaken en dat kunnen ze nu niet gebruiken.

Ángel

Gevangenis Unidad de Guardafronteras

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Vrij

Ángel werd een paar brieven later onverwacht inderdaad voorwaardelijk vrijgelaten. Hij laat zich sindsdien bij de meningsvorming op internet en in Cubaanse media niet onbetuigd, ook al kan hij elk moment opnieuw worden vastgezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden