'Liever geen dan slechte hulp'

Ontwikkelingshulp ligt onder vuur en niet alleen in de landen die het geven. Ook in Rwanda, dat zelf juist veel hulp ontvangt, klinkt luide kritiek. Hoe zit dat? Gesprek met de 'ijzeren dame van financiën' in Kigali.

'Vaak doet hulp meer kwaad dan goed', zegt de Rwandese topambtenaar Pichette Kampeta Sayinzoga: 'zulke hulp weigeren we.'


Rwanda heeft een naam als onafhankelijke en kritische stem over ontwikkelingshulp en de afhankelijkheid die erbij hoort. Toch dekt hulp de helft van de begroting van Rwanda. 'We willen er het liefst helemaal vanaf, maar zolang we nog hulp nodig hebben, aanvaarden we die alleen op onze voorwaarden. Wij bepalen zelf welke hulp we nodig hebben.'


Kampeta (31) neemt op aan het eind van een drukke werkweek op het ministerie van Financiën in de hoofdstad Kigali een uur de tijd voor een vraaggesprek in het grotendeels verlaten ministerie. Een eerdere afspraak in werktijd moest ze laten verzetten omdat president Paul Kagame haar voor spoedoverleg had opgetrommeld.


Dat het vrijdagmiddag laat is, maakt niets uit. Haar pleidooi voor het Rwandese ontwikkelingsmodel van hard werken, moderne technologie en het stimuleren van het vrije ondernemerschap, klinkt onverminderd energiek. 'Wij maken het internationale investeerders zoveel gemakkelijker hier zaken te doen dan in alle landen om ons heen.'


Als donoren geld in de Rwandese plannen willen stoppen, dan is het prima, zegt ze. 'En anders lenen we geld op de internationale kapitaalmarkt. Nee, niet van het IMF, dat is ons veel te duur.'


Dat IMF komt wel vaak over de vloer en stelt rapporten op, die de laatste jaren onverminderd positief zijn. 'Dat is belangrijk voor onze status en kredietwaardigheid.' Uit alles laat Kampeta blijken veel liever met zakenlieden en bankiers te maken wil hebben dan met diplomaten of economen van Wereldbank en IMF. Daaraan dankt ze haar bijnaam 'de ijzeren dame van Financiën'.


Maar het is nu eenmaal haar taak de hulp in goede banen te leiden. Hoe krijgt ze het voor elkaar: de onafhankelijkheid bewaken en toch zoveel hulp binnenhalen? Kampeta, met een innemende glimlach: 'Het is paradoxaal, maar ik heb de indruk dat de donoren het juist prettig vinden dat ze weinig te zeggen krijgen.'


Een voorbeeld is haar botte weigering om evaluatierapporten voor de afzonderlijke donorlanden en instellingen te leveren. 'Ik leg over alles verantwoording af in ons parlement. Alle donoren krijgen een afschrift van de verantwoording over de besteding van de hulpgelden. En niets anders.'


In veel hulpafhankelijke landen is het schrijven van honderden evaluatierapporten het voornaamste werk van hele ministeries geworden, een ziekteverschijnsel dat hoort bij de diagnose 'hulpjunkie'. Zo'n hulpverslaafd land wil Rwanda nooit worden, zegt Kampeta.


Wat de donoren aanspreekt aan het Rwandese model van de 'ontwikkelingsstaat' kan Kampeta wel raden.'We zijn heel ambitieus en houden vast aan onze koers, dat heeft waarschijnlijk een psychologische effect. Zelfvertrouwen is het sleutelwoord en we winnen er vertrouwen van anderen mee. We laten ons adviseren door elder statesmen als Tony Blair. We kijken om eens heen, naar Singapore bijvoorbeeld. We proberen uit wat werkt en wat niet werkt. De staat heeft een grote rol; die maakt ook nog steeds 30 procent van onze economie uit. Maar wij veranderen de rol van de staat van een systeem dat zichzelf in stand houdt, tot een katalysator van economische groei, de staat trekt zichzelf dan in toenemende mate terug.'


De Rwandese regering neemt een assertieve houding aan tegenover hulpgevers. 'Slechte hulp is erger dan geen hulp. Wij weten waar we hulp voor willen gebruiken. Dat zijn soms zaken die niet populair zijn bij donoren. Wij wilden hulp voor een microziekteverzekering op het platteland. Maar de Wereldbank wilde er niet aan: die zei we hebben het al uitgeprobeerd in Ghana en Senegal en het werkte niet. Wij hebben toen ons eigen beetje geld gebruikt voor een proefproject. Met succes en nu is 90 procent van de bevolking verzekerd, het hoogste percentage in Afrika.'


'Een ander voorbeeld: decentralisatie. Aanvankelijk wilde niemand daar geld in steken. Donoren zeiden: dat geld wordt opgegeten door de districten. We vonden ergens kapitaal om het beleid te beginnen en nu wil iedereen meedoen.'


Donoren hadden ook kritiek omdat in naam van de decentralisatie in Kigali bedachte maatregelen door plaatselijke bestuurders moesten worden doorgedrukt; zo moesten boerengezinnen van hun magere inkomens hun strodaken vervangen door golfplaten of dakpannen omdat dat hygiënischer zou zijn.


Kampeta is resoluut in haar repliek: 'Soms moet je als overheid dingen doordrukken, daar draaien we niet omheen. Donoren komen dan altijd aanzetten met mensenrechten en vrijheid, maar dan bedoelen ze eigenlijk het recht om te sterven. Wij zeggen: nee. Ons doel is dat boeren geld verdienen door handelsgewassen te produceren en dan belasting kunnen betalen. Boeren morren dan wel, maar zodra ze inderdaad geld in hun hand hebben, zijn ze tevreden. Zo gaat dat. Trouwens als er terechte kritiek is en ons plan blijkt niet te werken, dan stoppen er ook accuut mee.'


'We zijn duidelijk: wij willen bijvoorbeeld niet dat buitenlandse regeringen buiten ons om met Rwandese clubs werken. We willen weten wat er gebeurt, want het moet passen in ons beleid. Wij staan ook afwijzend tegenover humanitaire hulp, die maakt ontvangers onnodig afhankelijk en lijdzaam. We willen liever inspanningen dan uitdelingen. We hebben ook liever investeringen van Microsoft dan hulp van Oxfam. Hulp is onvoorspelbaar en we moeten er zo snel mogelijk vanaf. Volgens onze planning moet dat in 2020 mogelijk zijn.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden