Liever een Serra dan een Ferrari

De droom van zakenman-kunstliefhebber Joop van Caldenborgh is weer een stapje dichterbij nu Wassenaar akkoord gaat met zijn plan voor een museum. Hij geeft er al zijn kunst voor.

Hij is een vermogend man. Toen hij serieus begon met werken - eerder was hij straaljagerpiloot geweest en autoverkoper - dus toen hij een eigen bedrijf begon, het was 1970, hij was bijna 30, had hij niets. Nu heeft hij meer dan 200 miljoen zegt Quote. 72 is Joop van Caldenborgh.


Hij heeft zijn geld niet gestoken in Porsches of skyboxen. 'Liever een Serra dan een Ferrari', is een gevleugelde uitspraak van hem. Richard Serra is een Amerikaans beeldhouwer die tot de minimal art wordt gerekend. Van Caldenborgh bezit een object van de kunstenaar, Open Ended heet het, dat bestaat uit concentrisch gevormde, stalen platen, het meet 18 bij 7, het is vier meter hoog, het weegt meer dan 200 ton. Zet je niet zo maar weg in een hoek van je huiskamer.


Hij is de grootste particuliere verzamelaar van hedendaagse kunst van Nederland. Vorig jaar is Van Caldenborgh uitgeroepen tot de meest invloedrijke persoon in de Nederlandse beeldende kunst - het staat hier vermeld voor wat het waard is. Wat hij aan de dag legt, is meer dan toewijding, het is een manier van leven. Hij struint musea, galeries en beurzen af, overal ter wereld, hij leest veel, vooral internationale kunsttijdschriften, kijkt weinig teevee. Zo blijf je bij.


Hoeveel hij heeft, is niet bekend - schilderijen, tekeningen, foto's, video's, sculpturen, kunstenaarsboeken. Hij wil het niet zeggen of zegt het niet te weten. Zesduizend objecten lijkt een reële schatting. 'Uit zijn hele verzameling spreekt liefde en ambitie', schreef Rutger Pontzen in de Volkskrant. Van Caldenborgh heeft alles, hij heeft Mesdag, Rauschenberg, Sol LeWitt, Jeff Koons, Akkerman, Ad Dekkers, Damien Hirst, Kiefer, bedenk het, hij heeft het.


'Eclectisch' noemt hij zijn collectie. Als je dat onaardig wilt vertalen, staat er dat hij van alles wat heeft, een potpourri. Is er een lijn te ontdekken? Jawel, die is er. Het is zijn persoonlijke smaak, zijn persoonlijke keuze en het kan hem niet schelen als de puristen de wenkbrauwen fronsen. Uitsluitend hijzelf doet de aankopen. Hij koopt overvloedig. Wat hij zijn 'schroom- niveau' noemt, is in de loop der jaren alleen maar gedaald.


Dat aankopen gaat ongeveer zo. Of hij nu in Buenos Aires is of in New York, hij gunt zich weinig tijd, heeft weinig te vragen, wikt en weegt en zegt dan tegen de galeriehouder: doe mij deze maar, wanneer kan het bezorgd zijn?


Er is eerlijk gezegd nog een klein intermezzo tussen kiezen en inpakken. Het wordt het onderhandelen genoemd. Dan is de wijd en zijd gerespecteerde kunstverzamelaar heel even de gehaaide zakenman die op eigen kracht een imperium opbouwde in de chemische industrie. Hij was een paar jaar voorzitter van de Internationale Beelden Commissie van Rotterdam. De commissie doet wat het woord suggereert: beelden kopen van internationaal vermaarde kunstenaars om de stad mooier te maken. Medecommissielid Hans Abelman over de voorzitter: 'Bikkelharde onderhandelaar is die man.'


Bram Peper, voormalig burgemeester en al meer dan 25 jaar bevriend met Van Caldenborgh: 'Een formidabele koopman is hij, ook als hij kunst koopt. Ook al speelt geld geen rol, het blijft wel geld, begrijp je. Ik ben wel mee geweest en dan hoor je hem mompelen: 'Tachtig mille? Dat gaat Joop mooi niet doen."


Van Caldenborgh is behalve kunstliefhebber tot in zijn poriën ook ondernemer. Zijn bedrijf Caldic kent geen raad van bestuur. Besturen, dat doen de ambtenaren. Besturen ruikt naar stilstand. 'Een onderneming', aldus de oprichter en enig aandeelhouder van Caldic, 'moet niet bestuurd, maar ondernomen worden.' Zo verkoopt hij zijn chemische producten, zo koopt hij zijn kunst.


Macha Roesink was zijn eerste conservator, beheerder van de uitdijende collectie. Ze is nu directeur van de Paviljoens in Almere. Ze herinnert zich hoe Van Caldenborgh de zelfportretten van Philip Akkerman ontdekte op diens eerste overzichtsexpositie in Rotterdam en tegen hem zei: 'Ik wil van jou elk jaar werk aankopen.'


Roesink: 'Dat soort commitment is voor een privéverzamelaar heel bijzonder. Hij is de enige die op deze schaal en zo intensief verzamelt. Nee, hij doet het niet voor zijn ego, absoluut niet.'


Waarom verzamelt iemand kunst tot bijna voorbij het voorstellingsvermogen? Waarom koopt een joch kunst? Hij was 16 toen hij zijn eerste aankoop deed, een werk van Peter Struycken. Hij woonde thuis bij zijn ouders in Den Haag, hij had een jongenskamertje, hij knipte kunstplaatjes uit tijdschriften, misschien was het nog de Katholieke Illustratie. Hij dacht al wel: een echt plaatje is leuker.


Thuis hadden ze niks artistiekerigs. Zijn vader was ambtenaar, naar Den Haag verhuisd omdat hij als timmerman in Limburg, in Houthem- St. Gerlach geen werk meer had. Met zijn vriendjes sprak hij ook niet over zijn liefde voor de kunst. Het was niet dat hij zich schaamde, het viel gewoon buiten hun gezichtsveld.


Het verzamelen is hem min of meer overkomen. Hij is het pas later gaan beseffen dat hij een verzamelaar was. Hij koopt nog steeds, het wordt eerder meer dan minder.


Hij koopt uit begeerte, heeft hij gezegd, uit hebberigheid. Het is iets fysieks, althans in eerste instantie. 'Ik wil eraan kunnen zitten.' Daarachter schuilt een ander motief, zo lijkt het. Het lijkt alsof hij verzamelt om de rechtlijnigheid van de zakenman te bestrijden. Bram Peper: 'Dat is het, dat is absoluut het geval.'


Van Caldenborgh komt graag bij kunstenaars over de vloer. 'Een kunstenaar', zei hij, 'is redelijk echt, puurder dan de mensen gemiddeld zijn in de samenleving.' Met veel kunstenaars van wie hij werk aanschaft, is hij bevriend. 'Het brengt mij evenwicht en rust. Ik merk dat mijn rechtlijnigheid daardoor gecorrigeerd wordt - soms', zei hij in het kunstmagazine Tableau.


Hij is wars van psychologiseren. Kennelijk in een stemming van openhartigheid bespiegelde hij in een vraaggesprek met de Volkskrant de ervaring van het kijken naar zijn kunstwerken: 'Genieten is het. Verstild. In rust. Weg van de wereld. Verdoofd.'


Hij koopt al lang niet meer om iets boven de bank te hebben hangen, voor zover daarvan ooit sprake is geweest. Hij heeft altijd geweigerd na te denken over de vraag wat een mens moet met een verzameling die voor 95 procent bestemd lijkt voor de opslag. Cosmeticakoning Leonard Lauder heeft onlangs zijn in veertig jaar opgebouwde kunstcollectie aan het New Yorkse Metropolitan geschonken. Van Caldenborgh heeft wel gesprekken gevoerd met de gemeentebesturen van Rotterdam en Den Haag over een bestemming, maar concreet heeft het nooit tot iets geleid.


Hij heeft in de loop der jaren ruimhartig geschonken aan musea. Hij bezit een schitterende beeldentuin op zijn landgoed in Wassenaar; deze is beperkt toegankelijk. Er hangen schilderijen in de veertig internationale vestigingen van zijn bedrijf. Een enkele keer was er een tentoonstelling van werken uit zijn collectie, in 2002 in Boijmans Van Beuningen, in 2011 in de Kunsthal in Rotterdam. Veel is het niet.


Nu lijkt het er toch van te komen, van publieke openstelling van zijn bezit. In 2011 heeft Van Caldenborgh een tweede landgoed gekocht in Wassenaar, Voorlinden. Het ligt tegen de rand van de duinen, behalve duin kent het bos, waterpartijen en weide. Er staat een groot landhuis op, de omliggende tuin is aangelegd door landschapsarchitect Zocher.


Hier moet zijn museum komen, naar een ontwerp van Dirk Jan Postel. Het wordt een rechthoekig gebouw van 112 bij 50 meter, sober, deels bovengronds, deels ondergronds. Het museum zal, althans bovengronds, veel zicht bieden op de omliggende natuur. Twee weken geleden stemde de gemeenteraad van Wassenaar in met zijn plannen.


Het moet een perfect museum worden. Kosten noch moeite mogen worden gespaard. Als het er is, zal hij afstand doen van alles, van het landgoed Voorlinden, van het museum en van zijn hele collectie. Het gaat op in een stichting; hij maakt deel uit van bestuur, maar hij levert zijn aanspraken, zijn eigendomsrecht in.


Nog is de weg geplaveid met procedures en praktische bezwaren. Maar hij is er bijna. Opeens wordt duidelijk wie zijn voorbeeld is geweest. Twintig jaar geleden, in 1993 liet de Duitse verzamelaarster Ingvild Götz in de enorme tuin bij haar huis in de buurt van München een paviljoen bouwen, een museum, door het voorname Zwitserse architectenbureau Herzog & De Meuron. Het werd een lange houten doos, op een melkwitte band van glas, met de kunst deels boven, deels onder de grond. Een architectuur die dienstbaar was aan de functie. 'Prachtig, klein en sober', mijmerde Van Caldenborgh ruim tien jaar geleden in een interview met de Volkskrant. 'O, het is zo mooi', droomde hij. 'Wáánzinnig prachtig.' Hij is er bijna.


CV Joop van Caldenborgh


1940 geboren in Den Haag


1963 eerste baan, autoverkoper


1970 begin Caldic als handelsmaat-schappij


1974eerste overname door Caldic van productiebedrijf


1989-2005 bestuursvoorzitter Boijmans Van Beuningen Rotterdam


1996-2001 voorzitter Kamer van Koophandel Rotterdam


2000 voorzitter Internationale Beelden Commissie Rotterdam


2002 expositie Imagine you are stan-ding here in front of me, in Boij-mans van Beuningen, Rotterdam


2005 voorzitter raad van toezicht Gemeentemuseum Den Haag


2011 expositie I promise to love you, in Kunsthal, Rotterdam


2011 aankoop landgoed Voorlinden in Wassenaar


2013 gemeenteraad Wassenaar stemt in met plan voor nieuw museum


Joop van Caldenborgh is getrouwd en heeft zes kinderen, hij woont in Wassenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.