Liever een Atheense schaal

De handel in aardewerk in het oude Griekenland was lang niet zo primitief als vaak is aangenomen, betoogt een Amsterdamse promovendus....

PRODUCTIE, verspreiding en verkoop van versierd aardewerk gebeurde in het oude Griekenland op een zeer primitieve manier, onvergelijkbaar met de moderne economieën, zo is lang gedacht. Maar volgens drs. Vladimir Stissi, archeoloog aan de Universiteit van Amsterdam, klopt dat beeld niet. Er bestonden zelfs internationale modetrends in aardewerk.

Stissi betoogt dat in zijn proefschrift Pottery to the people, waarop hij komende dinsdag promoveert. De 32-jarige promovendus onderzocht het gebruik van Grieks aardewerk in de periode 650-480 voor Christus. Het was een tijdvak waarin aardewerken potten, kannen, kruiken en flessen bijzonder populair waren in het Middellandse-Zeegebied - niet alleen in het huishouden, maar ook als giften aan de goden in tempels en aan de doden in graven. Het beschilderen van het aardewerk bereikte in deze tijd een hoge vlucht.

Vooral het beschilderde werk van Griekse pottenbakkers sloeg goed aan. Maar in het midden van de 6de eeuw vond een merkwaardige verschuiving in populariteit plaats, las Stissi al tijdens zijn studie archeologie: de uiterst gewilde gele olieflesjes uit Korinthe maakten overal in het Middellandse-Zeegebied binnen korte tijd plaats voor oranje drinkschalen uit Athene. De oorzaak daarvan was onbekend.

Aan veranderingen in politieke, sociale of religieuze omstandigheden bleek het niet te liggen. Maar waaraan dan wel? 'Het probleem was', zegt Stissi, 'dat het antwoord alleen gevonden kan worden als je meer weet over de brede sociaal-economische context.' En deze kennis van de wijze van productie, verspreiding en verkoop was nooit samengevoegd tot één geheel, en ontbrak ook gedeeltelijk.

Het komt doordat de archeologie van het Griekse aardewerk in de 20ste eeuw vooral een kunsthistorische kwestie was, stelt Stissi. Onderzoekers waren geïnteresseerd in ontwikkelingen in de schilderkunst, niet in de afmeting van pottenbakkerijen of het precieze aantal kruiken dat in een heiligdom werd gevonden.

Er bestond wel een theorie over economieën in de Klassieke Oudheid, die in de jaren zeventig door overwegend marxisten was ontworpen, maar die was nooit deugdelijk onderzocht. De marxisten stelden dat het oude Griekenland economisch zeer primitief en statisch was ingericht. Er was nauwelijks marktwerking, geld werd bijna niet gebruikt, mensen deden vooral aan ruilhandel en velen zorgden alleen voor hun eigen huishouden en namen geen deel aan de economie.

Dat blijkt niet te kloppen, concluderen recente studies. Stissi: 'In het oude model was er nauwelijks ruimte voor grootschalig transport van bijvoorbeeld voedsel. Maar wijn blijkt op grote schaal verhandeld te zijn.' Min of meer hetzelfde geldt voor de export van aardewerk, concludeert Stissi nu in zijn proefschrift.

Dat wil niet zeggen dat de aardewerk-economie modern was, benadrukt de promovendus. Hij bestudeerde opgravingen, studies over stijlverschillen en afbeeldingen van pottenbakkers op aardewerk. Daaruit concludeert hij dat het pottenbakken vooral in kleine werkplaatsen plaatsvond. Tegelijkertijd bestonden er waarschijnlijk heel veel van zulke zaakjes. 'Kleine stadjes blijken al tien, vijftien werkplaatsen te hebben gehad. In Athene was waarschijnlijk een groot pottenbakkersdistrict.'

Die pottenbakkers produceerden vooral zwart aardewerk voor de gewone huishoudens. Dat werd in de regio verkocht. Maar sommige pottenbakkers beschilderden een deel van hun aardewerk, voor gebruik als 'zondagsgoed' of gift aan de goden. Dat werd deels geëxporteerd, door handelaren die met een kleine lading, vaak samen met collega's, op een schip rondvoeren. Van die handelaren zijn aantekeningen gevonden over prijzen en hoeveelheden op aardewerk. Vaak reisden ze rond met allemaal kleine stuks aardewerk in een grote pot verpakt.

Het ging allemaal heel gefragmenteerd, zegt Stissi, zonder aandeelhouders, grote leenbanken of investeerders die veel schepen bezaten, zoals in de Gouden Eeuw. Maar niettemin werden wel grote hoeveelheden aardewerk rond de hele Middellandse Zee verspreid.

Stissi: 'Bij Frankrijk is een scheepswrak ontdekt met 2400 stuks aardewerk. En dat was waarschijnlijk een klein scheepje. Het zegt iets over de schaal van de handel. We hebben daar nog nauwelijks zicht op, maar de vermoedelijke omvang is wel in overeenstemming met de grote hoeveelheden die in bijvoorbeeld heiligdommen worden gevonden: soms wel honderdduizend stuks. Voor die aantallen was tot voor kort nauwelijks aandacht.'

Er bestond dus een levendige handel in aardewerk rond de Middellandse Zee, en daarmee ook de mogelijkheid voor kopers om snel op de hoogte te komen van de laatste trends. Dat verklaart de snelle overgang van Korinthisch naar Atheens aardewerk, aldus Stissi: de mode. 'Mensen waren gewoon uitgekeken op aardewerk uit Korinthe. Het is speculatie, want er is geen direct bewijs, maar ik kan geen andere oorzaak vinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden