Reportage Poolse Daklozen

Liever dakloos in Nederland dan thuis in Polen

Anna Bartmann en dakloze Szymon bellen op het Centraal Station in Rotterdam naar een uitzendbureau. Beeld Rebecca Fertinel

In Nederland leven zo’n 2.000 Poolse daklozen. Het is een kwetsbare groep: ze hebben geen recht op nachtopvang en zijn vaak slecht verzekerd. Stichting Barka helpt ze terug de samenleving in. ‘Het hoofddoel is terugkeer naar Polen.’

Szymon (35) staat voor Rotterdam Centraal met een plastic tas van Jumbo. Daarin zit alles wat hij heeft. Hij is Pools, dakloos en heeft net negentien dagen in de gevangenis gezeten voor winkeldiefstal. Hij heeft een afspraak met ervaringsdeskundige Leszek Kita en maatschappelijk werker Anna Bartmann van de stichting Barka, die zich inzet voor Poolse daklozen. Die worden niet met fluwelen handschoentjes aangepakt. Als Szymon de diefstal bagatelliseert – ‘ik heb alleen maar iets te drinken gestolen’ – zegt Kita streng: ‘Nee, je hebt alcohol gejat omdat je een alcoholist bent.’

Het gesprek vindt plaats aan een van de koude, stenen tafeltjes in de grote stationshal. Om van de straat te raken, is Szymon op zoek naar werk. Kita en Bartmann helpen met telefoontjes en kopen een treinkaartje. Hij belt een uitzendbureau: hij moet zich morgen melden in Boskoop. Wat gaat hij doen? ‘Iets met kaas.’

Nu komt het moeilijke deel. Zijn moeder in Polen maakt zich zorgen om hem. Szymon ziet er duidelijk tegenop haar te bellen, maar Kita geeft hem een standje. ‘Het is je moeder, ze weent om je!’ Uiteindelijk belt Szymon: ‘Spokojna mama’, zegt hij met dichtgeknepen stem, ‘rustig maar.’

Kwetsbaar

Volgens cijfers van stichting Barka zijn er in Nederland tussen de 2.500 en de 3.000 daklozen die afkomstig zijn uit Midden- en Oost-Europa, van wie 70 procent uit Polen. Het gaat over het algemeen om laaggeschoolde werkkrachten. Het CBS heeft geen cijfers voor specifieke nationaliteiten, maar telt 4.100 daklozen zonder Nederlandse nationaliteit met een westerse achtergrond. In 2009 waren dat er nog 1.700. Het CBS meldde afgelopen zomer dat het aantal daklozen in Nederland in de afgelopen tien jaar is verdubbeld.

Polen vormen een extra kwetsbare groep onder de daklozen in Nederland. Ze hebben geen recht op nachtopvang, net als andere niet-Nederlanders – ook als zij uit de EU komen. Ze hebben vaak ook geen verzekering en daardoor zeer beperkt toegang tot verslavingszorg, en spreken doorgaans slecht of geen Nederlands. 

Op straat werkt de van oorsprong Poolse stichting Barka in teams van twee. Kita, 60 jaar oud, is de ervaringsdeskundige. Hij komt ’s ochtends met stevige pas aangelopen, licht voorovergebogen. Hij komt net van de dokter, voor zijn longen. Gelukkig is alles in orde. ‘Ik had al bijna een pak gekocht voor in m’n kist.’

Kita komt uit de buurt van Wrocław, waar hij achttien jaar dakloos was. Hij was verslaafd aan alcohol en drugs, heeft in de gevangenis en op een psychiatrische afdeling gezeten. Daar gaf een vriend hem het nummer van stichting Barka in Polen, waarna hij terechtkwam in een van hun woon-werkgemeenschappen voor daklozen. Vervolgens werd hij naar Nederland gestuurd als ‘leader’, een ervaringsdeskundige. ‘We zijn gelijken, broers; ik ben een vriend. Je gaat anders naar een vriend toe dan naar iemand die bij de gemeente werkt.’

Maatschappelijk werker Bartmann, die Kita bijstaat, spreekt Nederlands, Engels en Pools en is zo een brug tussen de stichting, de instanties en de doelgroep. ‘Het hoofddoel is terugkeer naar Polen en re-integratie in de samenleving’, zegt Bartmann. ‘Het liefst bij familie. Als dat geen reële optie is, kunnen ze ook terecht in een van onze community’s. Maandelijks gaan er vier à vijf daklozen terug.’

Szymon praat met Leszek, ervaringsdeskundige bij stichting Barka. Beeld Rebecca Fertinel

Bij de bestaande voorzieningen in Nederland vallen Polen buiten de boot. Hebben zij dan geen recht op bed, bad en brood? ‘Bad en brood lukt over het algemeen wel’, vertelt Bartmann. ‘Een bed is het probleem.’ De gemeente biedt hulp bij uitzonderingen, ‘maar nachtopvang is geen recht’.

Daklozen uit andere EU-landen moeten voor recht op nachtopvang staan ingeschreven bij de gemeente waar ze dakloos zijn, een langdurige verblijfsstatus hebben (of hebben aangevraagd) en zijn verzekerd. Ook het Leger des Heils volgt deze richtlijn, maar maakt als humanitaire instelling weleens uitzonderingen.

Poolse daklozen voldoen bijna nooit aan de criteria. Idealiter gaan ze terug. ‘Rotterdam hanteert de lijn dat we niet-rechthebbende EU-migranten die niet in eigen onderhoud kunnen voorzien helpen terug te keren naar het land van herkomst’, zegt een woordvoerder van de gemeente.

Dat heeft wel wat voeten in de aarde. Bartmann: ‘Er is veel schaamte. Of een verslaving. Soms ben je maanden bezig iemand te overtuigen.’ Want terugkeer is altijd vrijwillig. ‘Ze zijn hier legaal en ze zijn volwassen. Dus ze mogen doen wat ze willen.’  

Polen als verdienmodel

Een van de plekken waar Kita en Bartmann de Poolse daklozen tegenkomen, is de Pauluskerk. Hier is elke dag een maaltijd, een douche, medische ondersteuning en hulpverlening verkrijgbaar. Vandaag is er ook een kapper. ‘In de Pauluskerk is iedereen welkom’, zegt dominee Dick Couvée. Een oplossing voor de Polen is hard nodig. ‘Ik zie de groep Poolse daklozen en hun problemen toenemen.’

Een van de Polen in de Pauluskerk vandaag is Mariusz (48). Hij heeft werk gevonden ‘bij de kippen’, in een slachterij. Mariusz spreekt goed Nederlands. ‘Ik werkte in Aalsmeer voor drie maanden. Toen was er geen werk meer. En dus ook geen huis. Mijn kinderen wonen bij mijn ex-vrouw in Schiedam. Ik ben naar Rotterdam gekomen om dicht bij hen te zijn.’

Mariusz’ verhaal is tekenend. Bij Poolse arbeidskrachten is hun werk vaak gekoppeld aan hun huisvesting. Zo kan het verlies van een baan leiden tot dakloosheid: ‘Werk klaar, huis ook klaar.’

Magdalena Chwarścianek, directeur van Barka Nederland, ziet twee groepen die hun baan verliezen en zo dakloos raken. De eerste groep wordt ontslagen door alcohol- of drugsmisbruik of een slechte werkhouding. Een tweede, groter wordende groep wordt eerst aangenomen zonder dat er werk voor ze is. ‘Om de huizen te vullen. Want de woningen zijn ook een verdienmodel’, zegt Chwarścianek. Werknemers worden vervolgens niet ontslagen – ze krijgen gewoon geen of weinig uren. ‘Totdat ze het punt bereiken dat ze geen geld meer hebben. Vervolgens worden ze het huis uit gezet, of ze vertrekken uit eigen beweging.’

De inspectie van het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet al langer onderzoek naar deze misstanden. In een rapport uit 2017 staat: ‘Er zijn signalen dat enkele verdachte grotere uitzendbureaus of daaraan gelieerde bedrijven vastgoed aankopen of huren met als (enige) doel dat tegen een (te) hoge prijs te verhuren aan tijdelijke buitenlandse werknemers.’ Een oplossing lijkt nog niet in zicht: in haar meerjarenplan 2019-2022 vestigt de inspectie hier nogmaals de aandacht op.

Bij de Sisters of Charity op de Gravendijksewal is er ’s middags een warme hap voor de Rotterdamse daklozen. Na het Onzevader, een paar Weesgegroetjes en een passage uit het evangelie van Lucas komt het eten op tafel. Er wordt gehaast gegeten, sommigen nemen het mee. In minder dan een kwartier is de eetruimte zo goed als leeg.

Stoppen met drinken

Aan tafel zit Miłosz (33). Tijdens het gebed pinkt hij een paar tranen weg. Het leven op straat eist zijn tol. Het gaat steeds slechter, vertelt hij. Kita schiet naar hem toe. Om hem een hart onder de riem te steken, maar hij ziet ook een kans om Miłosz te overtuigen terug te gaan naar Polen. Met een stevige hand op de schouder praat hij op hem in. Hij ziet in hem een ‘leader’, zegt hij. Maar hij moet terug naar Polen, daar worden opgevangen en stoppen met drinken. Miłosz knikt en doet zijn best om zich groot te houden.

Hij is zeven maanden in Nederland en ongeveer drie maanden dakloos in Rotterdam. Hij heeft nog steeds hoop om een nieuwe baan te vinden. ‘Ik ben nooit eerder dakloos geweest.’ Gebrek aan huisvesting is het probleem. ‘Ik kan niet vanuit de bosjes naar een sollicitatiegesprek.’ En hij drinkt. ‘Je gaat drinken om je zorgen te vergeten, en om warm te blijven.’ Of hij terug wil naar Polen? Hij denkt even na. ‘Liever niet.’

‘Dakloosheid is een verslaving,’ zegt Kita. ‘Je went eraan, je ontwikkelt een routine: daar kan ik eten krijgen, daar kan ik kleren halen, enzovoort. Het wordt normaal. En je gaat geloven dat je vrij bent. Maar dat is natuurlijk onzin.’ Over de toekomst van Miłosz en anderen is hij stellig: ‘Voor de jongens liggen de kansen niet hier, maar in Polen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden