Liever bestaande genoegens bewaren dan in het wilde weg veranderen

Non-fictie Een op de Verlichting gebaseerde egalitaire samenleving is in conservatieve ogen tiranniek. Door Chris Rutenfrans...

Lange tijd was de journalist J.L. Heldring de enige uitgesproken conservatief die Nederland herbergde. Later, in de jaren negentig, voegde de liberaal Frits Bolkestein zich daarbij. Bolkestein verklaarde dat voor een goed functioneren van de samenleving niet alleen een vrije markt nodig was, maar dat die markt moest zijn ingebed in een bezielend verband. Het kwam hem ruim tien jaar geleden te staan op onbegrip van een VVD-congres. Dat was heel dom van dat congres, omdat iedere echte liberaal had kunnen weten dat de destijds alom aanbeden liberale econoom Friedrich von Hayek er precies zo over dacht als Bolkestein.

Von Hayek was er weliswaar van overtuigd dat wij zonder vrije markt uiteindelijk in de slavernij zullen belanden, maar wist ook dat die vrije markt slechts mogelijk is dankzij een bredere cultuur waaruit zij voortkomt, en dat binnen die cultuur religie bijzonder belangrijk is, omdat zij morele waarden met zich meebrengt die dienstbaar zijn aan een goede werking van de vrije markt.

Pas sinds het begin van deze eeuw heeft het conservatisme in Nederland werkelijk opgang gemaakt en is het woord 'conservatief' zijn negatieve klank aan het kwijtraken. Dat is vooral te danken geweest aan de filosoof Andreas Kinneging en de historicus Bart Jan Spruyt die in december 2000 de Edmund Burkestichting oprichtten, genoemd naar de 18de-eeuwse Britse parlementariër die zich verzette tegen de Verlichting en de Franse Revolutie en als grondlegger van het hedendaagse conservatisme wordt beschouwd.

Mede door het vormende werk van deze Burkestichting hebben jonge Nederlandse wetenschappers aangevuld met de Britten Roger Scruton en Theodore Dalrymple, een bundel samengesteld, waarin twintig conservatieve denkers uit de 20ste eeuw, onder wie ook Von Hayek, worden behandeld.

Wat conservatisme nu eigenlijk inhoudt, wordt het meest handzaam uitgelegd door Theodore Dalrymple in zijn essay over Michael Oakeshott. Dat begint met de vraag of het al dan niet toegestaan moet zijn dat verenigingen alleen manlijke leden toelaten. Daarbij moeten wij natuurlijk meteen denken aan de recente uitspraak van de Hoge Raad dat de overheid zich moet inspannen om de SGP ertoe te bewegen passief kiesrecht toe te staan aan vrouwen. Dalrymple zegt dat deze vraag gewoonlijk benaderd wordt als een conflict tussen het klassiek-liberale grondrecht van vereniging en vergadering en het sociale grondrecht dat discriminatie verbiedt. Aangezien dit conflict onoplosbaar is, kan het alleen worden opgelost door dwang. Die wordt in een beschaafde samenleving als de onze uitgeoefend door zoveel mogelijk steun bij elkaar te krijgen en zodoende druk uit te oefenen op de wetgever of de rechter. Als Dalrymple dan schrijft dat ‘een klein groepje monomanen, geobsedeerd door een bepaald standpunt, enorm veel kan bereiken’, kost het grote moeite niet te denken aan de ijverige Kathalijne Buitenweg die met haar Clara Wichmannproefprocessenfonds de rechter inderdaad heeft weten te bewegen tot bovengenoemde uitspraak.

Een conservatief als Oakeshott ziet deze kwestie echter heel anders dan als een conflict tussen grondrechten. Hij zou de bestaande situatie tot uitgangspunt nemen, in ons geval een Nederlandse politieke partij waar vrouwen het passieve kiesrecht niet bezitten. Vervolgens zou hij willen weten of aan deze bestaande situatie genoegen wordt beleefd. Als dat zo is, dan is dat een zelfstandig argument voor behoud. Dat ziet er dus goed uit voor de SGP, want man, man, man, wat beleven de SGP-mannen en –vrouwen een plezier aan de bestaande situatie. Oakeshott houdt nog wel een slag om de arm voor gevallen waar duidelijk sprake is van misbruik, zoals bij slavernij, maar daarvan is in het SGP-geval geen sprake.

Verbetering door verandering, zegt Oakeshott, is in veel gevallen veel minder zeker dan het verlies van de bestaande genoegens. Ook dat geldt voor de SGP. Stel dat de overheid de uitspraak van de Hoge Raad zou volgen en de SGP zou dwingen de lijst open te stellen voor vrouwen, zou dat dan een verbetering zijn? Het zou de SGP hoogstens dwingen tot hypocrisie. Wat als geen vrouwen zich melden en, als ze dat wel doen, dat er niet op hen gestemd wordt? En dat alles, omdat een stelletje monomane progressieven het niet kan uitstaan dat er mensen zijn die anders denken dan zij.

De neiging van progressieven andere denkwijzen dan de hunne te verbieden, komt terug bij de Duits-Amerikaanse conservatief Leo Strauss, over wie de Nederlandse filosoof Yoram Stein een bijzonder verhelderend essay heeft bijgedragen aan de bundel. Strauss heeft het afgelopen decennium ook bij de krantenlezer een zekere bekendheid verworven, doordat hij, dertig jaar na zijn dood in 1973, werd gezien als de inspirator van de neoconservatieven rond Bush, in het bijzonder van de Amerikaanse inval in Irak met het doel daar een democratie te vestigen. Stein trekt die rol in twijfel door te laten zien dat Strauss de universalistische aspiraties van het moderne project juist problematisch vond: ‘De typisch westerse hoop dat de wetenschap ons ooit zal laten verkeren in de ‘homogene universele wereldstaat’ waarin geen oorlog en geen armoede meer bestaat, wordt door Strauss zelfs afgeschilderd als een nachtmerrie. De mensen hebben daar namelijk verloren wat hen menselijk maakt: het streven om zichzelf en de wereld te verbeteren.’

Zo’n op de Verlichting gebaseerde vrije en egalitaire samenleving is een tirannie, volgens Strauss, waarin iedereen die vindt dat er wel degelijk politiek relevante verschillen tussen mensen bestaan – bijvoorbeeld de SGP – wordt vervolgd – bijvoorbeeld door het Clara Wichmanproefprocessenfonds – als de reactionaire vijand van de progressieve loop der geschiedenis.

Deze bundel biedt enthousiasmerende beschouwingen over een keur aan interessante denkers. Omdat het conservatisme geen ideologie is – het keert zich juist tegen ideologieën – maar eerder een geesteshouding die ook kan voorkomen bij liberalen en sociaal-democraten, kan de betiteling van denkers als conservatief soms worden betwist. Von Hayek was misschien wel meer een liberaal dan een conservatief. Maar het gaat mij wat ver om, zoals J.L. Heldring onlangs deed, ook iemand als Job Cohen bij de conservatieven in te delen, alleen maar vanwege diens intentie ‘de boel bij elkaar te houden’. Waar de boel, niet-moslims en moslims in Nederland, niet bij elkaar is, lijkt het mij een onaanvaardbare verhulling van de waarheid te suggereren dat dat wel zo is. Een conservatief, die oog heeft voor verschil en ongelijkheid, zal zo’n fout minder gemakkelijk maken dan een sociaal-democraat, die er meer op uit is iedereen gelijk te maken en graag op die ideale gelijkheidstoestand vooruitloopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden