Lieve Louisa, o meisje!

Ik heb je verteld dat ik een poosje in retraite ga en je stelt me daar vragen over die niet makkelijk te beantwoorden zijn....

Al bijna twee weken lang zie ik af van alle maatschappelijke en sociale verplichtingen en wat deed ik in plaats daarvan? Niets, helemaal niets! Dat ging twee weken goed, maar nu, ik kan me nauwelijks tot roken zetten! Zelfs mijn boeken boeien mij niet langer. Ejaculeren zegt mij ook niets meer, hoe monsterachtig ook mijn fantasieën zijn over jou - de verveling is te intens om er een bepaalde begeerte op na te houden. Mijn hart is vervuld van een grote leegte. Niet die gewone leegte, niet die banale verveling die het gevolg is van lamlendigheid of van ziekte, maar die moderne verveling die aan je nieren en lever knaagt en die van een redelijk wezen een wandelende schim maakt, een denkend fantoom. Vreemd, een week geleden voelde ik mij nog opperbest.

Ik weet niet waardoor het komt. De sfeer, het weer? Nee, dat is te makkelijk. Alhoewel, die verdomde regen weet ook niet van ophouden. En dan dat gezeur van Gerrit erbij. Het gaat op den duur aan je vreten. Ik krijg er steeds meer de pest over in dat mijn vader gekozen heeft voor een land waar je evenveel zon ziet aan de hemel als parels aan het achtereind van een zwijn. Ik stel me wel eens voor dat al die Berbers niet naar het noorden waren vertrokken, maar naar streken waar welvaart & zon hand in hand gaan. Niet Italië of Spanje - dat zijn fascistoïde naties -, ook niet Saoedi-Arabië of Koeweit - daar wonen Arabieren -, maar bijvoorbeeld Australië; die ruimte, die anonimiteit, die natuurlijke harmonie, die ontspannenheid. Integratie & welzijn was een stuk natuurlijker verlopen, zo'n crisisvent als Van Boxtel had niemand hoeven bedenken. Maar ach, mijn vader...

Ik geloof dat het de wind is die mij hierheen heeft geblazen, naar dit modderige land waar zelfs de koeien gek worden. Soms lig ik hier op de bank, en overtuig ik mijzelf dat ik in de wieg was gelegd om koning te worden van Perzië, om pijpen te roken van tweeënhalve el lang, om tweeduizend Abessijnse slavinnen en honderd kamerknechten te bezitten, en kromzwaarden om de koppen van mensen, wier gezicht mij niet aanstaat af te hakken, om de navels te likken van danseressen alvorens ik er een diamantje in stop, Syrische hengsten en marmeren badhuizen.

Maar ik bezit niets, behalve onstilbare verlangens, een gruwelijke verveling en aanhoudende gaapaanvallen. En verder een kapotte broodrooster en te droge pindakaas. En Gerrit. Maar laat ik ophouden met dit nostalgisch geweeklaag, ik ben gezond en ik adem als een briesend paard. Bovendien, hoewel de levenspoëzie mij van verveling de rug heeft toegekeerd, voel ik, maar op een verwarde manier, dat er zich iets in mij roert, dat ik op het ogenblik in een overgangsperiode zit, in de rui ben, geestelijk dan - ben benieuwd wat eruit zal voortkomen, hoe ik eruit ga zien. Zal ik nog grijzer worden of erg begeerlijk? Ik ben er niet gerust op. Maar ik heb jou. Enkel deze gedachte houdt mij op de been.

Mijn lief engeltje, het is thans ver na middernacht, mijn oogleden protesteren, mijn bed schreeuwt, morgen ga ik verder, droom zoet.

De volgende morgen, 10:13 uur. Vervloekte nacht! Ik droomde dat ik een brahmaan was geworden, of liever gezegd: behoorlijk getikt! Ik zeulde halfnaakt en blootsvoets door de straten, een houten stok in de hand, een enorme lijkwitte toga om mij heen geslagen. Mijn sik reikte tot aan de stoeprand en m'n witte haren waren in een geweldige knot vastgebonden. Onderwijl sloeg ik een bizar brabbeltaaltje uit en stonden alle passanten mij uit te lachen. Jongelui kwamen van heinde en verre om aan mijn toga te trekken, ik krijste en krijste en sloeg als een woesteling om mij heen, maar ik werd uiteindelijk de sloot in geslingerd.

Hemellief, wat was ik blij toen ik wakker schrok en besefte dat dit alles een droom was! Ik veerde onmiddellijk overeind, smeet de ramen open, nam zingend een douche en zette luid neuriënd koffie. Ja, de natuur is mooi, de liefde prachtig, er zijn weer bladeren aan de bomen, de regen is opgehouden, de vogels zingen, de seringen bloeien en ik kan niet wachten je dit te laten weten: ik heb nachtmerries nodig om muziek te horen!

Louisa, mijn eeuwige Louisa, duizend kussen op je ogen! Ik ga hem meteen posten. Je Mohammed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden