Liefhebber van het debat legt zichzelf het zwijgen op

Strafrechtgeleerde Ybo Buruma had zomaar minister kunnen worden, stelt Thom de Graaf, burgemeester in Nijmegen. Hij leerde Buruma kennen in de staf van de commissie-Van Traa, die onderzoek deed naar de opsporing van georganiseerde criminaliteit. 'Hij is een uitstekend communicator en ik had het niet raar gevonden als Ybo de weg van de politiek had gekozen.'


Maar Buruma, nu nog hoogleraar strafrecht in Nijmegen, geeft de voorkeur aan zijn juridische loopbaan. Deze week stemde de Tweede Kamer in met zijn benoeming als lid van de Hoge Raad. De PVV stemde blanco, omdat hij een 'linkse activist' zou zijn.


Buruma is zeer maatschappelijk betrokken, idealistisch zelfs, maar niet gemakkelijk in een hokje te duwen, zeggen mensen in zijn omgeving. Tijdens zijn studententijd, eerst criminologie in Leiden, daarna rechten in Utrecht, ja, toen was hij links. 'Maar in die tijd was iedereen links', zegt Toine Berbers, directeur van de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea en een vriend uit die tijd.


In 2006 werd Buruma, toen rechter-plaatsvervanger, lid van de PvdA. Hij schreef mee aan de justitieparagraaf van het verkiezingsprogramma en aan een advies over softdrugs. Maar een partijtijger bleek hij niet. 'Hij was het oneens met veel dingen binnen de PvdA', zegt Berbers. 'Als hij had vergaderd over dat verkiezingsprogramma, kwam hij daarna vaak langs om stoom af te blazen.'


Ophef over dit politieke uitstapje was niet wat Buruma verwachtte toen Geert Corstens, president van de Hoge Raad en zijn voorganger in Nijmegen, tijdens een lunch informeerde of hij belangstelling had voor een plekje op 'de lijst'. Die lijst bevat de namen van aankomende leden van de Hoge Raad.


Buruma was gevleid. 'Een zekere ijdelheid is hem niet vreemd', zegt Corjo Jansen, collega-hoogleraar in Nijmegen. Maar hij aarzelde ook: het hoogste juridische ambt kenmerkt zich door onvrijheid om uit te komen voor een privé-mening en veel juridische fijnslijperij, met als hoogtepunt eens per week raadkameren. Raadsheer bij de Hoge Raad is niet iets voor even. De meesten blijven tot ze met pensioen gaan, in de rechterlijke macht officieel pas met 70 jaar. Buruma is nu 55.


Zijn omgeving twijfelt of de professor die zo graag buiten speelt, opgewassen is tegen een jarenlang conclaaf in de studeerkamer. Maar Buruma wilde na vijftien jaar hoogleraarschap iets nieuws. 'Hij heeft daar goed over nagedacht, zoals hij over alles goed nadenkt', zegt vriend Eric Daalder, advocaat in Den Haag.


Voortaan staat hij niet meer aan de zijlijn, maar werkt hij zelf aan het behoud van de rechtsstaat. Privéredenen - zijn geliefde woont in Amsterdam, dichter bij Den Haag dan Nijmegen - maken de functie mogelijk aantrekkelijker, al zegt hij zelf dat dit geen rol van betekenis speelt.


Tijdens zijn eerste publieke functie, als jurist in de staf van de commissie-Van Traa, viel de toen 40-jarige Buruma op als een uitstekend jurist, met een brede belangstelling. 'Een zeer heldere geest', zegt De Graaf. Niet iemand die zich blindstaart op de letter van de wet. Buruma zoekt naar creatieve oplossingen. Soms maakt hij uitstapjes naar de criminologie, zijn oorspronkelijke vak.


'Ybo is typisch iemand van enerzijds - anderzijds', zegt Daalder. In de media sprak hij begrip uit voor het besluit om mensenhandelaar Saban B. verlof te geven, maar ook voor winkelpersoneel dat een dief mishandelt. Hij heeft oog voor de belangen van verdachten - gewone burgers realiseren zich volgens hem te weinig dat ook zij in het strafbankje kunnen komen te staan - maar in de commissie-Van Traa keek hij evengoed naar het belang van de politie.


Handelsmerk van Buruma is de welbespraakte wijze waarop hij zijn juridische visie vervolgens verkoopt. 'Ingewikkelde zaken kan hij heel helder uitleggen', zegt Erwin Muller, hoogleraar in Leiden, die hem kent uit de commissie-Van Traa en later van een commissie die de AIVD onderzocht.


Dat uitleggen deed Buruma niet alleen voor vakgenoten, maar ook tijdens congressen en in de pers. 'Het is niet zoals met de gemeentesecretaris van Juinen in Van Kooten en de Bie, dat hij per se zijn verhaal kwijt moet', zegt rechtspsycholoog Hans Crombag, die contact met hem hield nadat ze samen een cursus hadden gegeven. 'Maar hij heeft een opinie die ertoe doet, en is bereid die te zeggen.'


Wilders en de PVV moesten het vaak ontgelden. Berucht is zijn redactionele commentaar in het Nederlands Juristenblad, waarin hij het voorstel van Wilders om de Koran te verbieden betitelt als 'een aanval op de pluralistische democratie zelf' en vervolgens een parallel trekt met het gedachtengoed van Mussolini.


Maar ook iets huishoudelijks als het laten screenen van bezoekers van PVV-bijeenkomsten door terrorismebestrijder NCTb nam Buruma op de hak. 'Ybo houdt van provoceren', zegt De Graaf. 'Maar hij houdt vooral van deelname aan het publieke debat.'


Buruma begrijpt dat de PVV niet zat te wachten op zijn benoeming. Maar hij schrok van de aanvallen op zijn persoon. Op zijn huisadres ontving hij een brief met wat hij zelf 'vijandige taal' noemt. Over bedreigingen praat hij liever niet. Naar buiten toe is hij er laconiek over. In de media stelde hij altijd dat niet alles wat maatschappelijk vervelend is, meteen een strafzaak moet worden. 'Ik vind dat ik nu consequent moet zijn', zegt hij.


Naar buiten toe mag Buruma scherp zijn, maar hij kent zijn grenzen. 'Zijn kritiek is niet destructief', zegt Crombag. 'Onder strafrechtjuristen behoort hij tot de meer gezagsgetrouwen. Als de hoge bazen van het ministerie in Den Haag iemand nodig hebben om een onderzoek te doen, komen ze al snel bij hem uit. Gezagsdragers zien hem als one of us.'


Dat leverde Buruma mooie posten op, de laatste jaren in de commissie die zich bezighoudt met afgesloten strafzaken en de commissie die onderzoek deed naar het functioneren van de AIVD. Projecten met een hoog afbreukrisico, die hoge eisen stelden aan zijn integriteit. Een inkijkje bij de geheime dienst, dat vond hij interessant, blijkt uit een lezing die hij later weer verzorgde op uitnodiging van diezelfde AIVD, want ook daar zagen ze hem wel zitten.


Voor de Hoge Raad is de associatief redenerende Buruma desondanks een gewaagde keuze. Niet vanwege zijn politieke opvattingen, maar vanwege zijn eigenzinnige optreden en juridische denkbeelden. Zo vindt hij dat dubieuze strafzaken sneller dan nu moeten worden heropend. Voor sommige zittende raadsheren is dat een gevoelig punt.


Zijn benoeming past binnen de opstelling van president Corstens om meer openheid te betrachten over de koers van de Hoge Raad. 'Ze weten wat ze met hem in huis halen', zegt Jansen. 'Buruma wil laten zien dat de Hoge Raad met zijn jurisprudentie aan rechtspolitiek doet. Hij wil iets meer toe naar de opstelling van het Bundesverfassungsgericht in Duitsland en het Amerikaanse Supreme Court, waar rechters voor hun mening uitkomen.'


Maar voordat Buruma bij de Hoge Raad de ramen open kan gooien, zal hij een flinke stap terug moeten doen. Zijn weblog, waarop hij vorig jaar nog schreef over legalisering van wietteelt, moet hij beëindigen. Interviews of scherpe columns zijn er niet meer bij.


'Het zal wennen zijn', zegt Muller. 'Maar Buruma is niet iemand die vijftien jaar lang stilletjes in een kamertje arresten gaat schrijven. De eerste jaren, dan zal hij wel moeten. Daarna kan hij zich weer meer gaan uitspreken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden