Liefde voor indiaan met panfluit is voorbij

Geërgerd kijken de terrasbezoekers op het Leidseplein naar het groepje Zuid-Amerikaanse indianen met panfluit en gitaar. 'Wedden dat ze El Condor Pasa spelen?', zegt een jongen tegen zijn vriendin....

Nederlanders zijn de indianenmuziek beu. Dat merken de muzikanten aan de afgenomen gulheid van toehoorders en de negatieve reacties van het publiek. 'Sommige mensen steken zelfs hun vingers in de oren als ze voorbijlopen', zegt Jeroen Windmeijer (32), die onlangs aan de Universiteit van Leiden promoveerde op de handel en wandel van deze indianen. 'Daarom zie je steeds minder van die muziekgroepjes. Bovendien is de regelgeving strenger geworden. Vroeger konden de indianen op een toeristenvisum drie maanden in Nederland blijven om vervolgens naar een ander EU-land te trekken. Nu geldt die periode van drie maanden voor de hele Europese Unie. Bovendien moeten ze minimaal 1500 dollar hebben om in hun onderhoud te voorzien. Daardoor verleggen veel indianen hun werkterrein naar Oost-Europa, IJsland, Groenland en Australië.'

Wie zijn de duizenden indianen met hun panfluitmuziek en zelfgemaakte truien en kleedjes, die sinds eind jaren tachtig opduiken in het straatbeeld van Amsterdam, Leiden, Utrecht, maar ook in Parijs en Barcelona? In tegenstelling tot hun muzikale repertoire komen ze niet uit Peru of Bolivia, ontdekte Windmeijer, maar uit Ecuador. En ook nog eens allemaal uit hetzelfde dorp: Otavalo, twaalfduizend zielen groot en tachtig kilometer ver van de Ecuadoraanse hoofdstad Quito.

Bovendien blijkt Nederland als een rode draad door hun ontwikkeling te lopen. Zo heeft de Nederlandse kunstenaar Jan Schreuder in de jaren vijftig de Otavalos hun populaire kleedjes met motieven van Escher leren weven. Ook gaf Schreuder hun kleuradviezen. 'De Otavalos gebruikten vaak felle kleuren die vloekten in westerse huiskamers. Schreuder liet ze zien dat aardse kleuren als bruin en zwart door westerlingen veel meer met indianen werden geassocieerd. Bovendien passen deze neutrale kleuren veel meer in westerse huiskamers. De Otavalos vonden het maar raar, maar hadden zoiets van: als jullie dat willen, dan maken wij dat.' Houden de Otavalos ons voor de gek? 'Nee', meent Windmeijer. 'Het is niet nep, ze dikken het alleen een beetje aan.'

Ook de reislust van de Otavalos is dankzij een Nederlandse maatregel gestimuleerd. De KLM besloot als eerste luchtvaartmaatschappij tickets op krediet te verkopen. Hierdoor konden Otavalos makkelijker met hun muziek en hun goederen naar het buitenland. 'Begin jaren negentig zaten naar schatting vijfduizend Otavalos in Europa, van wie de helft in Nederland. Met name in de Amsterdamse Bijlmer was de Otavalo-gemeenschap groot. Zo groot dat het de bijnaam Klein Otavalo heeft gekregen.'

Maar ook de handel in Ecuador zelf is dankzij Nederlandse hulp vergemakkelijkt. 'De Plaza de Ponchos, de belangrijkste markt in Otavalo, is in 1973 ontworpen door de Nederlandse studente bouwkunde Tony Zwollo. Bovendien is het marktplein mede dankzij Nederlands ontwikkelingsgeld aangelegd', aldus Windmeijer, die dertien maanden veldwerk deed in Otavalo.

Nog altijd zien de Otavalos het plein als een gift van Nederland aan de indianen. 'Daarom zijn veel van hen boos dat ze stageld moeten betalen voor hun kraampjes. Volgens de indianen zou Otavalo zonder de markt oninteressant zijn voor toeristen. Eens te meer het bewijs dat Otavalos achtergesteld worden.'

En daar hebben ze wel gelijk in, meent Windmeijer. ' Indianen worden nog altijd gediscrimineerd in Ecuador.' Volgens hem heeft de Ecuadoraanse regering de Otavalos juist de ruimte gegeven om een argument te hebben de andere indianenstammen achter te kunnen stellen. 'Daarbij moet wel gezegd worden dat de Otavalos er ook wat mee hebben gedaan. Bij de Salasaka-indianen in Zuid-Ecuador zijn ook kleedjes geïntroduceerd maar die zijn daar veel minder succesvol.'

Maar het succes van de Otavalos is betrekkelijk. 'Slechts 2 procent van de Otavalos heeft het extreem goed. Die hebben mooie huizen en auto's, en laten hun kinderen in Canada of Japan studeren. Zij zijn de succesvolle voorbeelden waaraan iedereen zich spiegelt. Het bewijs dat je met de handel in kleedjes en muziekmaken rijk kunt worden. Voor de meeste Otavalos is het echter sappelen.'

Op het Leidseplein lijken de zes muzikanten zijn woorden te bevestigen. Na tien minuten spelen laat Pancho met een beteuterd gezicht de buit zien: vijftien gulden. Hij is blij dat ze naar Polen gaan. 'Daar houden ze nog van ons.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden