Liefde voor het echte verslaggeven

Prinses Diana was niet meer dan een kennis, zegt Tina Brown. ‘Ik kende haar een beetje.’ In 1997, kort voordat de Britse prinses verongelukte in Parijs, lunchten ze samen in New York....

Ze knikt: ‘Vandaar die lunch.’

Zoals de Britse journaliste praat over de ontmoeting, valt er weinig warmte in haar toon waar te nemen. ‘Gevoelens van waardering en vriendschap’ kwamen pas later, zegt Brown; toen ze begon te werken aan The Diana Chronicles (Nederlandse vertaling: De Dianalegende). Deze biografie is net verschenen, tien jaar na het fatale ongeluk op 31 augustus 1997 van Lady Diana Spencer en haar vriend, Dodi al Fayed.

Tijdens haar onderzoek, pratend met honderden bronnen, lezend, kijkend en denkend, ging Brown de prinses scherper zien. Een ‘bijzondere, complexe, sterke, lieve’ vrouw bleek Diana te zijn. Ze groeide in haar koninklijke rol, schrijft Brown: ‘Als de heldin in een sprookje werd ze de prinses.’ Niet alleen in naam, maar ook in haar wezen.

Het boek is in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten door de meeste recensenten met lof ontvangen en staat in beide landen al weken bovenaan de bestsellerlijsten. En toch moet de vraag worden gesteld, tijdens het interview in haar appartement in Manhattan, waar Brown woont met haar echtgenoot, de boekenuitgever en schrijver Harold Evans: Was er echt nóg een boek over Diana nodig?

‘Ik worstelde daar zelf ook mee. Er zijn stapels boeken over haar leven. Maar timing is alles. En tien jaar is een lange tijd. Het voelt als lang geleden, toch?

Daarbij komt dat ik een nogal geschikte rolodex had. Dat wil zeggen: ik kende veel mensen in de kringen waarin Diana zich begaf. Ik had de contacten en ik dacht dat ik haar verhaal op een nieuwe en originele manier zou kunnen vertellen. Volgens de recensenten is het redelijk gelukt.’

U zegt dat u aangenaam verrast bent door de positieve reacties.

Was u onzeker? ‘Extreem onzeker. Je wilt niet weten hoeveel gesprekken ik met mijn man had: ‘Denk je dat ik het voorschot nog terug kan geven?’ Ik wilde stoppen. Ik was bang dat ik niet zou voldoen aan mijn eigen, behoorlijk strenge maatstaven.

‘Er stond veel op het spel. Er zijn inderdaad al veel boeken over Diana. Ik moest nieuw materiaal boven water krijgen om de biografie waardevol te laten zijn. De aristocratie is een gesloten gemeenschap. Ik heb contacten, ja, maar om mensen on the record te krijgen... Later kwam het ordenen van het materiaal. Je moet er diep in duiken en er structuur in aanbrengen. Dat had ik nooit gedaan. Ik heb geworsteld. De eerst zes maanden waren een hel.'

Het is in zekere zin bemoedigend om te horen dat ook Tina Brown (53) worstelt met zulke angsten en problemen.

Een blik op haar cv doet vermoeden dat ze moeiteloos en succesvol door het leven zeilt.

Het begon in Engeland, waar ze in de jaren tachtig het zieltogende societyblad Tatler weer op poten hielp. Maar haar ambitie was groter dan dat. Ze vertrok naar New York.

In New York kwam Brown in 1984 aan het roer bij Vanity Fair. Haar eerste artikel voor de worstelende glossy was een profiel van Diana, getiteld ‘De muis die brulde’. Ook hier bloeide en groeide het blad onder haar bewind. Ze bleef ruim zeven jaar en maakte in 1992 de overstap naar The New Yorker. Het was een gewaagde stap, voor beide partijen. Ze was pas de vierde hoofdredacteur in zeventig jaar. De reputatie van het ‘instituut’ The New Yorker was weliswaar onaantastbaar, maar het schip was zinkende. Brown werd binnengehaald om de zaak vlot te trekken.

En dat deed ze. In bijna zeven jaar werd het blad weer populair en winstgevend. Toen vertrok ze opnieuw, ditmaal voor een groot avontuur: de lancering van het nieuwe maandblad Talk, gekoppeld aan een gelijknamige uitgeverij. Talk bestond iets meer dan twee jaar en ging eind 2001 ten onder.

Wat was het geheim van uw succes bij The New Yorker? ‘Het was een sleeping beauty. Er was talent. De vraag was: hoe haal je het talent boven en breng je nieuw talent binnen, zodat je een bloedtransfusie kunt bewerkstelligen?

De eerste twee jaar waren moeilijk. Ik wilde niet binnenkomen en iedereen wegsturen. Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met het DNA van een plek. Je moet snel ontdekken wie goed is. Dan degenen die niks doen eruit plukken – weg ermee. Sommige mensen zaten er vijftig jaar, en geen verhaal geschreven sinds het begin van de jaren zeventig! Bizar was dat.

Niemand vroeg om verhalen en ze kregen wel betaald. Dat waren alleen wel legendarische namen. Aan de andere kant vond ik mensen van wie ik vermoedde dat ze grote talenten waren. Mijn keuzen pakten goed uit. Het was in die zin een heerlijke tijd.’

Het gaat dus om de juiste mensen om je heen? ‘Ja. Maar fundamentele veranderingen zijn ook belangrijk. Er werd nooit fotografie gebruikt. Terwijl je daarmee de ramen van de tekst openzet. Kleur op de pagina’s! Actuele covers!

‘Het blad wilde tijdloos zijn. Natuurlijk is het belangrijk de lange, doorwrochte stukken te hebben, waar The New Yorker beroemd om is. Maar je moet ook actueel zijn. Het ergste wat mensen kunnen zeggen – en dat werd veel gezegd: ‘Ik hou van het blad maar de nummers stapelen zich op naast mijn bed.’ Dan heb je gefaald.

Je moet zorgen dat ze het openscheuren op weg naar het werk of als ze in bad gaan. Díé week. Nú. Anders kan het net zo goed een boek zijn.’

Was het moeilijk, als jonge Britse vrouw? ‘Nou ja, ik had zevenenhalf jaar bij Vanity Fair achter de rug. Dat was voor The New Yorker-mensen de antichrist. Ik had net een zwangere Demi Moore op de omslag gezet; die beroemde cover. Dus toen ik bij The New Yorker binnenkwam, was het: Oh my God, get her out of here!

En? ‘Het kon me niet schelen. Mijn visie was de juiste. Wat zij niet wisten: Vanity Fair was voor de celebrity-cultuur, maar had literaire kwaliteiten. Het was goed geschreven. Veel intellectuele diepgang met aan de oppervlakte filmsterren en glitter. ‘Een reden dat ik met getalenteerde mensen kan praten, is dat ik ze werkelijk waardeer. Ik ben veeleisend, maar talenten geef ik ruimte. Ik weet dat sommige schrijvers moeten worden aangemoedigd, andere gemotiveerd, gecharmeerd. Ik ben bereid de tijd te nemen – als ze goed zijn.’

Een zeldzame aanpak voor een hoofdredacteur. ‘Weet ik. Maar het werkt. Veel schrijvers waren dankbaar. Tegenwoordig geeft niemand om schrijvers en artiesten, of om hun teksten en schilderijen. Het gaat om marketing en winstmarges.’

Dus mensen reageerden positief, het ging goed. Toen ging u weg. ‘Ik ben te kort bij The New Yorker gebleven. Ik was betoverd door het dotcom-moment. Iedereen was bezig nieuwe dingen op te zetten; je vóélde het in New York. Harvey Weinstein van Miramax (Amerikaanse filmproductiemaatschappij, red.) zei: ‘Kom en begin iets waar je zelf een aandeel in hebt. Talk. Niet langer een werknemer met salaris.’ Dat sprak me aan.

‘Nu zeg ik: je moet alleen samenwerken met uitgeverijen die snappen wat uitgeven is. Voor iemand die niet in die wereld zit is het moeilijk te begrijpen hoe lang zoiets duurt en wat ervoor nodig is. Showbusiness is: vandaag beginnen en als mensen niet komen, de boel dichtgooien. Maar bij uitgeven gaat het om het proces, geleidelijk aan een publiek voor je winnen. Het is een veel trager vak. Mij was beloofd dat ik vijf jaar kreeg. Ik kreeg er twee. 11 september heeft niet geholpen. Twee jaar lang waren er nauwelijks advertentie- inkomsten. Een kleine onafhankelijke club heeft de middelen niet om een recessie te weerstaan.

U was niet gewend aan mislukkingen. Hoe was dat? ‘Vreselijk. Maar ja, what doesn’t kill you makes you stronger. Het waren zware jaren, maar zonder die mislukking zou ik mijn boek niet geschreven hebben, ik zou veel dingen niet hebben gedaan.’

En nu? ‘Nu heb ik een bestseller! Dus wil mijn uitgever dat ik nog een boek schrijf. En als ik het juiste onderwerp vind, doe ik dat. Ik hou van het echte verslaggeven. Ik was schrijver en verslaggever voordat ik hoofdredacteur werd.’

Het was eenzaam als vrouw, heeft u gezegd. Waarom zijn er nog steeds weinig vrouwen in de top van de mediawereld? ‘Het glazen plafond zit er nog stevig. Je krijgt de baan van hoofdredacteur, maar niet van bestuursvoorzitter. Zo is het gewoon. Soms denk ik dat het is omdat vrouwen niet bij de club horen. Dat hele cultuurtje van samen drinken, vissen, al dat gelul. Ik heb het goed gedaan, begrijp me niet verkeerd, ik heb een mooie plek bereikt.’

Heeft u zich naar binnen gedrongen? ‘Je hebt veel politieke trucs nodig. Ik heb altijd harder moeten werken en meer trucs moeten gebruiken dan mannen. Het gedrag van sommige mannen wordt van vrouwen niet aanvaard. Een vrouw aan de top moet veelzijdig zijn: de ene dag moeder, de volgende dag een klootzak-van-een-baas, daarna dokter. Terwijl een man gewoon kan zijn wie hij nu eenmaal is, en het schijnt niemand iets te kunnen schelen.’

Brown lijkt in de verte op Diana, even blond en mooi, met tevens iets koninklijks in haar stem en blik. Ze hoort wel vaker dat ze familie zouden kunnen zijn, zegt ze. Frappant was de gelijkenis in een tweeluik dat een Britse krant onlangs afdrukte: foto’s van de twee vrouwen, beiden in zwarte jurkjes met blote schouders, ongeveer even oud en even wijs. Diana zou zeker naar de VS zijn gekomen, zegt Brown. De cultuur van New York sprak haar aan. Ze leest de passage voor waarin staat wat Diana waardeerde aan de VS. Die gaat ook een beetje over wat zij er zelf heeft gevonden: ‘De klasseloosheid, frisheid en het vrij zijn van verstikkende traditie. En bovenal natuurlijk de bewondering voor haar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden