Liefde voor het beloofde land

Wekelijks schrijven vier Volkskrantredacteuren beurtelings een column over de relatie met het verleden. Vandaag: Sander van Walsum over zijn liefde voor Israël.

Beneden, aan de ontbijttafel, werd het mij pas duidelijk dat de oorlog die mijn vader zo hevig emotioneerde niet in onze eigen straat gaande was, en zelfs niet aan de andere kant van de IJssel – die voor mij toen nog de grens markeerde tussen mijn wereld en die van de andere mensen.

Nee, de bron van alle opwinding – die ook de nieuwslezer van het ANP in haar greep had – lag een paar duizend kilometer oostwaarts, in Israël. Of in de grensgebieden buiten Israël. Maar dat ontging mij toen nog. Want in de perceptie van mijn vader werd Israël door zijn snode buren overrompeld. De Egyptische president Nasser, die had gedreigd de overlevenden van de holocaust in zee te drijven, gold in mijn ouderlijk huis als een zielsverwant van Adolf Hitler. Zo verleidelijk eenvoudig was het wereldbeeld van een negenjarige.

Verdedigbare grenzen

Al gauw – ik neem aan reeds op de eerste dag van de oorlog – sloeg de vertwijfeling over het lot van de staat Israël om in een euforie die ik ook had ervaren bij de verovering van de eerste Europese schaatstitel door Ard Schenk, ruim een jaar eerder.

De Egyptische luchtmacht werd vernietigd voor ze in actie had kunnen komen. En Israël verwierf ‘verdedigbare grenzen’ ten koste van zijn onverbeterlijke buren. De zegetocht van de good guys werd gecompleteerd met wat mijn vader de ‘hereniging van Jeruzalem’ noemde.

De ode van de Israëlische zangeres Rika Zaraï aan de ‘stad van goud’ schalde door ons huis. Voor mij was de wereld weer zo gaaf als voor 5 juni 1967.

Zes jaar later legde ik tijdens de Yom Kippoer-oorlog dezelfde eenzijdige betrokkenheid bij het conflict in het Midden-Oosten aan de dag. Met de hele familie gingen we in de Amsterdamse Koopmaansbeurs voor het bestaansrecht van de staat Israël betogen – waar ik mij hevig stoorde aan het feit dat een kleine tegendemonstratie van PLO-sympathisanten niet uiteen werd geslagen.

Bezettingspolitiek

’s Avonds volgden we met het bord op schoot – een constellatie die in vredestijd van een heel slechte smaak getuigde – het tegenoffensief van het Israëlische leger. En weer liep het goed af. Zij het dat de status quo ante ditmaal niet in haar volle glorie werd hersteld. Er werd ook voorzichtige kritiek op de bezettingspolitiek van Israël geuit. En, wat hinderlijker was, de Arabische wereld was niet tot deemoed geneigd. Integendeel: ze strafte de vrienden van Israël, waar Nederland goddank toe werd gerekend, met een olieboycot.

Hoewel Israël het zijn vrienden sinsdien niet makkelijk heeft gemaakt, ben ik mijn positieve vooringenomenheid tegenover het land nooit helemáál kwijtgeraakt. Het meest ontnuchterend was een bezoek dat ik in 1993 – rijkelijk laat voor een die hard Israëlfan – aan het land bracht. Toen stelde ik vast dat het kibboetssysteem, dat door mijn ouders nog als het ‘enige geslaagde socialistische experiment’ werd aangemerkt, niet meer functioneerde en dat de samenleving door orthodoxe joden werd gegijzeld.

Schaars water

Toch werd tijdens dezelfde reis ook mijn woede gewekt door Palestijnse kinderen die een Israëlische vlag verscheurden, en was ik onverkort gevoelig voor het cliché dat de boomgaarden aan de Israëlische kant van de grens met elk buurland bloeiden terwijl ze aan gene zijde verkommerden. Met de mogelijkheid dat dit ook iets met de distributie van het schaarse water te maken had, hield ik nog geen rekening.

Je raakt de opvattingen uit de jaren waarin je het felst hebt geleefd nooit meer helemaal kwijt. En vaak mis je ook de onwankelbare zekerheden van toen. Ten aanzien van Israël is het residu van de vroegere liefde echter vooral een bron van aanhoudende frustratie over alle gemiste vredeskansen. Ik behoor dan ook tot de enigen die Israël nog kan teleurstellen: zijn meest toegewijde vrienden.

Sander van Walsum is redacteur van de Volkskrant

Israëlische soldaten na terugkeer uit Libanon in 2006 (Reuters) Beeld REUTERS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.