Liefde in meervoud

Monogamie valt nog niet mee: vreemdgaan, scheiden, verliefd worden op een ander. Nergens voor nodig, zeggen de voorstanders van polyamorie....

Twee, drie paar handen grijpen in elkaar en strelen elkaar. Rechts zit een man, naast hem zijn vrouw, en daarnaast óók weer zijn vrouw. Tijdens het Valentijnssymposium Grenzeloos Liefhebben worden de rode pluchen stoeltjes van theater ’t Hof in Arnhem bezet door een onalledaags publiek van ongeveer honderd bezoekers. Op de vraag van socioloog en liefdesonderzoeker Iteke Weeda ‘wie is monogaam?’ gaan drie vingers omhoog. Bij de volgende vraag, ‘wie heeft liefde in meervoud?’, steken veel meer mensen hun hand op. Op polyamorie rust een groot taboe, zeggen de mensen die erover willen praten – strikt anoniem. Alleen relatiecoach Leonie Linssen (45) en econoom Ageeth Veenemans (43) maken geen geheim van hun levensstijl. Veenemans, getrouwd en moeder van drie kinderen, heeft zelfs haar baan opgezegd om zich fulltime als ambassadeur in te zetten voor polyamorie. Dat is hard nodig, vindt ze, omdat zoveel mensen ongelukkig worden van monogamie. En dat is geen wonder ook. Want monogamie is geen keuze vanuit hart en gevoel, maar een gecreëerde overtuiging die stoelt op economische en sociale belangen, zo schrijft ze in haar boek Ik hou van twee mannen.

De liefdespraktijk laat zien dat monogamie niet vanzelf gaat. Twintigers van tegenwoordig hebben meer vaste relaties na elkaar dan dezelfde leeftijdsgroep enkele decennia geleden. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Een kwart van de mensen met een relatie gaat vreemd. Van de samenwoners breekt de helft de relatie op, van de gehuwden eenderde. Het scheidingsverdriet treft niet alleen beide (ex)geliefden, maar ook nogal wat kinderen. Bij tweederde van de echtscheidingen zijn minderjarigen betrokken, 36 duizend per jaar. Een hoop ellende waarbij je volgens Veenemans ‘een heleboel weggooit wat je samen met iemand hebt opgebouwd’, om daarna volgens dezelfde formule weer opnieuw te beginnen. Jammer en onnodig, vindt ze. En een beetje onbegrijpelijk ook: we wéten toch dat monogamie niet werkt? Want zelfs de mensen die erin slagen drang en drift in toom te houden, worden weleens verliefd. Ze ‘doen er niks mee’, heet het dan, maar waarom eigenlijk niet? ‘Liefde moet je niet beknotten, maar uitdelen’, zegt Veenemans. ‘Poly amorie is een manier van leven waarbij je uitbreidt wat je met een of meer liefdespartners hebt opgebouwd.’

Het is precies wat Michaël en Karin doen. Ze zijn allebei midden dertig en al samen sinds hun puberteit. ‘Wij waren in seksueel opzicht voor elkaar allebei de eerste’, zegt Michaël. ‘Daarom werden we nieuwsgierig naar wat daarbuiten was.’ Een jaar of vijf geleden hebben ze elkaar ‘vrijgelaten’. Zijn vrouw heeft een vriend, Michaël heeft er twee vaste relaties bij. ‘Als deze vrouwen vanaf het begin de vrije keuze hadden gehad, hadden ze me als enige willen hebben. Maar dan was ik niet gelukkig geweest.’ Hun relatie samen vormt de basis van hun polyamoreuze leven: ‘Wij houden heel veel van elkaar, we willen niet zonder elkaar’, zegt Michaël. ‘Het hoogste doel in onze relatie is elkaar gelukkig zien.’ Ze hebben samen afgesproken dat als een van de twee het zo niet meer wil, ze ermee stoppen. ‘Dat geeft veiligheid.’ Het maakt de situatie wel ongelijkwaardig, vindt hij. ‘Ik heb een heel lieve vrouw naast me, een veilige thuishaven, iemand op wie ik kan terugvallen, wat er ook gebeurt. Zo iemand hebben zij niet. Ik stimuleer ze daarom om nóg een vriend of vriendin te zoeken. Ik hou van ze, en daarom gun ik ze hetzelfde geluk als ik heb.’ Zijn twee vrouwen kosten hem ongeveer twintig uur in de week, denkt Karin. ‘Het komt weleens voor dat ik bij de een slaap, bij de ander de ochtend doorbreng en bij de derde de middag’, zegt Michaël. ‘Dan moet je emotioneel kunnen schakelen, maar dat lukt me wel. Ik ben iemand die in het hier en nu leeft, met mijn gevoelens en gedachten bij degene bij wie ik op dat moment ben. En de kwaliteit van die momenten is extreem hoog.’

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Geen jaloezie, geen angst, en een rotsvast vertrouwen in de toekomst met elkaar. Michaël en Karin lijken een polyamoreus model-stel, en dat is ook wel een beetje zo, zegt trainer en relatiecoach Leonie Linssen. Bij veel mensen gaat het polyamoreuze leven niet van een leien dakje en zijn wederzijdse verwachtingen en wensen niet in evenwicht. ‘De mensen die bij mij komen, veelal hoogopgeleide veertigers, willen elkaar niet kwijt en hun gezin niet ontwrichten’, zegt ze. ‘Maar ze zijn na hun huwelijk in bepaalde patronen gerold, zeker als ze kinderen hebben. Dan ben je al snel een vader en een moeder en raakt je partner als geliefde uit beeld. Wordt vervolgens een van de twee verliefd op een ander, dan maakt dat bij de eerste geliefde vaak gevoelens van jaloezie en onzekerheid los.’ Bovendien: ‘Als je met elkaar trouwt, heb je de intentie je hele leven bij elkaar te blijven. Die zekerheid raak je door een derde kwijt.’

Neem de veertigers Ellen, Rob en Jack. Rob, de man van Ellen, was niet blij toen ze vertelde dat ze Jack had ontmoet en een ‘enorme klik’ met hem voelde. ‘Ik had daarvóór al gezegd dat ik weer behoefte had aan passie in mijn leven. Ik ben met Rob getrouwd omdat ik een betrouwbare man zocht om kinderen mee te krijgen.’ De vriendjes die ze vóór hem had, waren dat vaak niet. ‘Geen potentiële vaders met wie ik een basis kon opbouwen. Met Rob kon ik dat wel.’ Ze kregen drie kinderen, die inmiddels op de basisschool zitten. ‘Toen de jongste 2 jaar was, had ik behoefte aan nieuwe doelen. Ik wilde me weer ontwikkelen. In mijn werk, en als vrouw.’ Ze was midden veertig en had wat losse contacten naast Rob, ‘goed voor onze relatie, die bloeide weer op’. Maar met Jack was het anders. ‘Rob was meteen gealarmeerd. Hij zei: ‘Ik zou willen dat je daarmee stopt.’ Ik zei: ‘Dat vind ik heel lastig. Dit zou veel voor mijn ontwikkeling kunnen betekenen. Ik voel me ontzettend vrouw bij hem. Dat is voor mij belangrijk.’’ Jack, twee dagen eerder: ‘Haar ‘zijn’ greep me, daar wilde ik wat mee. Ik dacht: die laat ik niet zomaar uit mijn leven weglopen. En ik begreep ook dat daar ruimte voor was. Haar echtgenoot wist wat er aan de hand was; er werd in alle openheid gecommuniceerd.’ Een jaar zijn Jack en Ellen inmiddels samen, ze zien elkaar twee keer per week. ‘Ik kan haar af en toe wel schieten als ze weer naar haar gezin gaat’, zegt Jack. ‘De keuteldingetjes ontbreken, de kleine gewoonten die je samen hebt. Af en toe denk ik: je hoort bij mij. Maar de kinderen staan voorop, voor ons alle drie, die moeten lekker opgroeien.’ Hij vindt het ‘zwaar balen’ dat er zoveel agenda’s op elkaar afgestemd moeten worden. ‘Dat is echt zoeken, en soms gaat het mis. Maar dat is het allemaal waard. Ellen is zó’n mooi wijf, zó integer. Zeldzaam. En ik weet ook niet of ik gelukkiger zou zijn als ik haar wél helemaal had. Je houdt op deze manier wel makkelijker de spanning erin.’ Rob heeft het er nog steeds moeilijk mee, zegt Ellen. ‘Maar wij zijn broer en zus geworden. Ik zie dat vriendinnen die hetzelfde is overkomen, verbitterd raken. Dat wil ik niet. Ik wil het voelen stromen. En in deze situatie blijft de seksualiteit heel levend. Ik vraag me weleens af of dat zou veranderen als ik altijd bij Jack zou zijn. Het is moeilijk om seksualiteit in een relatie op de lange duur levend te houden.’

Relatiecoach Leonie Linssen begrijpt de gevoelens van mensen als Rob. ‘Jaloerse gevoelens zijn ook heel lastig. Die moet je erkennen, en dan moet je onderzoeken welke behoeften eronder zitten. Ben je bang om de ander te verliezen? Om buitengesloten te worden? Ben je bang dat je niet goed genoeg meer bent? Ben je bang je exclusiviteit te verliezen? Als je dat allemaal uitspreekt, kom je een stuk verder.’ Dat is dan ook meteen het grote verschil tussen de polyamoreuze relaties van nu en de ‘open huwelijken’ van vroeger, legt ze uit. ‘Toen lag er een taboe op jaloezie. Alles moest kunnen, en je hoefde ook nergens afspraken over te maken. De vrije seksuele moraal werd opgedrongen. Maar polyamorie gaat om respect, rekening houden met elkaar, goed communiceren.’ Voor Linssen is het geweldig dat ze zich niet meer hoeft te verloochenen, zegt ze. ‘Ik ben biseksueel, maar door de waarden en normen waarmee ik ben opgevoed, deed ik daar niks mee. Totdat ik mijn huidige vriend tegenkwam. Hij spoorde me aan dat juist wél te doen. Hij is niet bang dat hij me kwijtraakt, hij is juist blij voor me.’ Linssen vindt het fijn als hij een leuke avond heeft met zijn vriendin. ‘Dan heb ik het jalief-gevoel: het tegenovergestelde van jaloers, dat je gelukkig bent omdat je ziet dat de ander dat is.’ Zo’n evenwicht bereik je niet zomaar, dat kost tijd en inspanning. ‘Je moet samen zoeken naar een vorm die voor iedereen geschikt is. Lukt dat niet, dan is het misschien geen goede optie. Natuurlijk zijn er mensen voor wie het niet werkt. Polyamorie vraagt nogal wat van je.’

Dat polyamorie je niet in je kouwe kleren gaat zitten, daar weet Carla alles van. Ze vindt het moeilijk, vertelt ze thuis op de bank. Carla is midden veertig, twintig jaar getrouwd en heeft twee kinderen. Sinds haar man een vriendin heeft, staat haar emotionele leven op zijn kop. ‘Door mijn eigen angsten en onzekerheden. De intimiteit en de seks die zij samen hebben, daarvan sla ik op hol. Ik heb verlatingsangst, ik ben bang voor het oordeel van vrienden en familie. Ik kan tekeergaan als een lelijke heks, verschrikkelijk huilen als een klein kind. Na zulke momenten stroomt er veel energie door me. Ik huil de angst eruit, ik geef woorden aan mijn pijn. Daarna voel ik dat ik zielsveel van mijn man hou en dat ik hem niet kwijt wil. Dan voel ik zo’n diepe liefde en verbondenheid. We hebben daarna intense vrijpartijen. Seksueel is het een steekvlam.’

Carla heeft besloten de emotionele blokkades waarmee ze wordt geconfronteerd, op te ruimen. Pas dan kan ze werkelijk vrij zijn, zegt ze: ‘Vrij van angst, vrij van iemands goedkeuring, vrij van oordelen. Mijn oude verdriet en pijn worden door deze situatie wakker geschud en dat geeft me de kans ermee af te rekenen.’ Aura reading, workshops spirituele groei en massage helpen daarbij. En ook: ‘Ik ben naar iemand toe gegaan die getrouwd is maar ook nog acht vriendjes en minnaars heeft. De manier waarop zij daarover spreekt, is zo gewoon, zo zonder oordeel. Dan zie ik hoe verkrampt ik ermee omga. Daarom probeer ik hier doorheen te gaan. Want op de momenten dat me dat wél lukt, voel ik mijn kracht. En die persoonlijke groei smaakt naar meer.’ Het kost veel energie, zegt ze. Daarom is ze opgehouden met werken. Maar het is allemaal de moeite waard: ‘Ik ben mezelf aan het zoeken, en ik vind steeds meer stukjes terug. Uiteindelijk kom ik er krachtiger en zelfverzekerder uit. Als ik mezelf in de toekomst zie, zie ik een stralende vrouw.’

‘Accepteer dat je onvolmaakt bent. Dan kun je leren van datgene wat je pijn doet’, zegt Iteke Weeda in Arnhem. ‘Liefdespijn is levenspijn, en waar je pijn zit, zit je drang om te evolueren.’

Veenemans benadrukt dat een tweede relatie nooit succesvol wordt als de eerste niet goed is. Op een slecht fundament kun je niet bouwen. En wat maakt een fundament stevig? Eigenliefde. ‘Liefde begint in jezelf’, zegt Veenemans. ‘Aandacht, acceptatie, respect, waardering, vrijheid om jezelf te zijn. Als je eenmaal zo ver bent, kun je dat ook allemaal aan je partner gunnen, en elkaar de vrijheid geven om te zijn wie je bent. Pas dán kun je beginnen aan die tweede relatie.’ Het is precies wat Karin en Michaël hebben gedaan. Ze hebben bovendien de praktische omstandigheden naar hun hand gezet. Beiden werken als zelfstandige, waardoor ze hun eigen tijd kunnen indelen. Ook het huis heeft een handige indeling, met een slaapverdieping in het souterrain en eentje op de tweede verdieping. ‘Ik zie het als iets heel bijzonders dat ik dit mag meemaken’, zegt Michaël. ‘Dankzij de flexibiliteit van de drie vrouwen kan ik dit leven leiden. Zij hebben er veel voor over om dit een plekje te geven. Dat is niet vanzelfsprekend of gemakkelijk. Maar het is gelukt en dat vind ik geweldig. Ik kan zo genieten van die vrouwen, ik lééf gewoon voor ze. Dat gaat vanzelf, ze zijn het duizend procent waard. ‘En wat ook fijn is: elke vrouw ziet dat het in ieders belang is dat de andere twee relaties goed zijn, en investeert daarin. Er ontstaat zo hoe langer hoe meer een dynamisch evenwicht, zowel in emotionele als in praktische zin.’

Ageeth Veenemans heeft inmiddels afscheid moeten nemen van haar vriend. Diens vrouw kon er toch niet tegen en hij wilde haar niet kwijt. ‘Ik besloot van liefdevol loslaten mijn uitdaging te maken’, schrijft ze op haar website. Dat is de volgende stap in de polyamoreuze liefde, voorspelt Iteke Weeda ter afsluiting van haar lezing in Arnhem: ‘Over honderd jaar is het heel gewoon om mensen liefdevol los te laten en je eigen weg te gaan. We gaan steeds vaker mensen in ons hart meenemen, en dat is heel waardevol voor je eigen ontwikkeling.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden