Lief moedertje

Matilde Tans ontmoette haar eerste pleegkind, een 8-jarig jongetje uit Tibet, na een voettocht van twee weken...

Mathilde (Tilly) Tans, op 21 maart op 72-jarige leeftijd in Apeldoorn overleden, was lerares Frans en alpiniste. Ze beklom de Mont Blanc, de Matterhorn, de Kilimanjaro en de Ararat. Zij maakte zware trektochten door Peru, Pakistan en Afghanistan. Op haar 61ste liep ze als oudste vrouwelijke deelnemer de Marathon van Rotterdam. Maar de grootste vervulling van haar leven waren haar vijf Tibetaanse pleegkinderen. Op haar 50ste verjaardag, 23 maart 1983, werd haar vader gecremeerd en die avond schreef ze in haar dagboek : ‘We hebben geboft met zo’n vader. Een bofkont ben ik. Een kostbaar geschenk.’ Dat geschenk wilde zij doorgeven en besloot via SOS-Kinderdorpen een kind te adopteren. ‘Het liefst uit een bergland. Geen financiële adoptie, een persoonlijke band.’ En dat is gebeurd.

Snel kwam antwoord: een Tibetaans jongetje in het meest afgelegen en hoogste SOS-Kinderdorp ter wereld, in Ladakh Noord India, een uitloop van de westelijke Himalaya’s.

Die zomervakantie ontmoette zij haar pleegkind na ‘een enerverende voettocht van ruim twee weken door de bergen.’ Een verlegen jongetje op teenslippers, hij was 8 jaar, bleef onbewogen, zei geen woord, maar wuifde toen zij vertrok. Bijna ieder jaar zocht ze hem op, samen maakten ze lange tochten naar zijn ouders, arme boeren. Hij werd kunstschilder en maakt boeddhistische afbeeldingen in tempels. In de loop der jaren kwamen er vier kinderen bij, drie meisjes en een jongen. Til betaalde de opleidingen, controleerde de rapporten, steunde de families en werd ‘amala’, lief moedertje.

Zij werd in Den Haag geboren, haar vader was legerofficier, haar moeder, een Friezin, is 100 jaar. Ze was slim, sportief en ging naar het gymnasium. Ze zwierf een paar jaar door Europa voor ze in Leiden Frans ging studeren. Ze werd lerares aan het gymnasium in Apeldoorn en op vakanties ging zij met de Franse Alpinistenvereniging klimmen en ‘kletteren’, vastgelijnd aan touwen. Ze wilde Frankrijk leren kennen en plukte in de herfst druiven; iedere jaar in een ander wijngebied. Naarmate ze ouder werd reisde ze liever alleen, met haar rugzak, tentje en slaapzak. Ze was recht door zee, hield niet van vergaderen, was eigenwijs, regisseerde het schooltoneel en introduceerde leerlingenbegeleiding. Het contact met de leerlingen vond zij belangrijker dan de leerstof. Ze schreef leerboeken, geloofde in leesplezier, kon pinnig zijn en had een hekel aan luie kinderen. Onderwijzen was volgens haar: valse parels voor echte zwijnen. Bij haar afscheid van school in 1992 klom zij bungelend aan een touw vanaf het dak naar beneden. Zij maakte lange fietstochten, hield van trimmen en hardlopen: haar medicijn tegen stress en hoofdpijn, het bewijs dat je het kunt. ‘Een soort drug, een verslaving maar wel een gezonde.’

Ze was actief lid van de Soroptimisten, de vrouwenvereniging die in 1921 werd opgericht toen vrouwen geen lid van Rotary mochten worden. Ze was niet geïnteresseerd in kleren, dure hotels en restaurants. Ze was lid van de Vrekkenclub, maar genoot van een glas goede wijn. Ze hield veel lezingen, stuurde het geld naar Ladakh en verdiepte zich in het boeddhisme. Ze bezocht de Dalai Lama, mediteerde en voelde zich bij haar ‘familie op het dak van de wereld’ intens gelukkig. Zij geloofde niet in een hiernamaals, maar gaf – ‘je kunt nooit weten’ – haar memoires die vlak voor haar dood verschenen de titel Hemelse Goedheid (www.nabestaanboek.nl). ‘Op mijn crematie ga ik de boeken verkopen, dan kan niemand weigeren. De kinderen zullen dankbaar zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden