Liedjes van altijd

Al 25 jaar trekken Gerard van Maasakkers en zijn Vaste Mannen in zuidelijk Nederland volle zalen. Met zijn jongste cd, Vol dagen, kreeg de zanger/tekstschrijver ook in het noorden een voet tussen de deur....

Singer-songwriter, zoek daar maar eens een goed Nederlands woord voor. Dat is er gewoon niet. Liedermacher, dat spreekt hem wel aan. Jammer alleen dat in Nederland dat rare onderscheid tussen lied en liedje bestaat. Nee, folk is het allang niet meer. En volksliedjes zijn het ook niet, al hoopt hij dat ze dat wel ooit worden. Hee, gaode mee en Cis Verdonk, die zijn na 25 jaar volksliedjes geworden. Maar vaak weten de mensen niet dat hij ze geschreven heeft.

Brabantse chansons, die typering komt er nog het dichtst bij. Maar eigenlijk kun je geen etiket plakken op Gerard van Maasakkers (54, Nuenen). Ook na een kwart eeuw nog niet. Het is heel simpel zijn ding en het waaiert vele kanten uit. En het enige waarvoor hij waakt, is dat het bij hem past, dat het thuis hoort in zijn belevingswereld, dat het zijn woordkeus is, zijn dictie heeft.

Zijn ding ja. Schrijven en zingen over het leven en de dood, over de mens en de natuur, over verdriet en plezier, over de boer die failliet gaat, over ouderdom en Mariken, over de zon en het land van zand, over de Maas, of Jopie Jansen die ons zal leren dansen, over een brugwachter in Manhattan, over Vincent van Gogh (per slot uit dezelfde Nuenense straat als hijzelf), over zingen met zijn moeder en de bedevaart naar Handel, liedjes van altijd voor altijd.

Een groot deel van zijn repertoire is in het melodieuze Oost-Brabants van zijn geboortedorp. Dat ging destijds in feite onbewust omdat het zo lekker klonk. Hee, gaode mee klonk veel lekkerder dan Neem mijn hand en kom mee naar buiten. Want zo heette zijn eerste liedje dat hij in 1977 schreef en dat maar niet in de goeie plooi wilde vallen. Het lag daar maar en hij wist er geen raad mee en hij vond het eigenlijk maar niks. Tot hij als aankomend landschapsarchitect bomen moest tellen in het Nuenens Broek, En ineens wist hij hoe dat liedje moest worden. Hee, gaode mee, dan gaon we ' n eindje lope.

Het lag voor de hand dat hij het tuincentrum van zijn ouders zou overnemen. Maar zijn hart lag elders. Al in het kerkkoor. Al bij The Spruce Valley Boys op kostschool Sparrendaal. Echte helden had hij niet. Elvis, daar had hij helemaal niks mee. Hij was eerlijk gezegd toch meer van As tears go by. Nou vooruit, als er toch een naam moet vallen: Willem Vermandere. Maar die stond natuurlijk wel een paar trapjes hoger.

Op zijn zeventiende kreeg hij zijn eerste gitaar. Het was de tijd van The house of the rising sun en Streets of London. Regelmatig zong hij bij een Helmonds folkbandje, Volkoren. Optredens in jongerencentra. Met eigen teksten. In het Nederlands en in het Engels, omdat hij dacht dat het zo hoorde.

Er was geen ontkomen aan. Jammer voor het ouderlijk bedrijf, maar in 1980 hakte hij de knoop door. Gerard van Maasakkers werd beroepsartiest. Maar jongen, wa gaode toch doen, zei z'n moeder. Da kan toch nie blijven duren. Ze zou het nog vaak herhalen. Of: ' t zal toch eens anders worden. En dan hij: dat zien we dán wel weer.

Nu hangt zijn moeder ieder jaar de tourneelijst op in de huiskamer. Zijn vader: kan ze mooi kijken waar ge uithangt!

Zijn eerste lp was in 1980 al twee jaar oud. Komt er mer in. Erg veel kan hij zich van de opnamen niet meer herinneren. Hard werken was het, ja, maar dat is het altijd. En superspannend was het uiteraard. Maar hij beleefde het als een soort roes. Wat hem wel nog wel voor de geest staat, was de opwinding in de studio. Zo van: we gaan iets bijzonders maken. Diezelfde opwinding was er ook tijdens de opnamen voor de laatste cd, Vol dagen.

Meer dan 15 duizend werden er van die lp verkocht. Zijn platenbaas Munich hield het zelfs op 25 duizend. Hij stond er niet eens van te kijken. Zo gaat dat nou eenmaal, dacht hij. Als je een plaat maakt, wordt die ook verkocht. Het overkwam hem gewoon. En hij had de wind in de rug. Omroep Brabant was net in de lucht en wilde een eigen geluid laten horen. Dus zwaaiden de omroepdeuren open voor iedereen die met de Brabantse taal in de weer was.

Hij voelde het: met dat Brabants had hij iets bijzonders. Alles daarvoor was alleen maar warm draaien geweest. Nu had hij het punt bereikt waarop alles samenviel. Maar ja, hoe gaat dat? Na nog twee platen in dialect dreigde gevaar. Hij werd in een nostalgische hoek geduwd. Tot zijn eigen verbazing, want met nostalgie had en heeft hij niks. Hoogstens waren sommige onderwerpen in zijn teksten tijdloos, maar hij wilde er absoluut niet mee zeggen dat vroeger alles beter was. Integendeel. Dus dacht hij: ik moet er een moderner sausje over gooien. Dat betekende een band, en ook een andere platenmaatschappij, die van Johnny Hoes, toen met Doe Maar en Toontje Lager the place to be.

Spiegelen heette in 1985 de (vierde) lp en de ontvangst was matig. Zijn fans vonden het geen Brabantse plaat meer omdat hij elektrisch was. Er stonden ook jazzy nummers op. Dat was helemaal uit den boze. Men wilde die jongen met z'n gitaar en men wilde geen jazzbandje.

Het was een uitstapje waarvan hij veel leerde. Zoals hij van al zijn uitstappen leerde. Van zijn theatertournee met een pianist door Nederland en België, van een eigen kunstprogramma bij Omroep Brabant, van een Brel-project in Eindhoven, van een culturele talkshow in die stad, van zijn optredens als acteur. Niets van wat voorbij kwam, liet hij met rust want het maakte hem uiteindelijk tot wat hij nu is, vier lp's en zeven cd's rijker en live op het podium onweerstaanbaarder dan ooit.

De Vaste Mannen heet de begeleidingsgroep die hem vanaf 1991 als een schaduw volgt. Eerst twee, later drie muzikanten, tegenwoordig vier: Bart de Win, Harry Hendriks, Rinus Raaijmakers en Ron van Stratum. Met hen maakte hij vorig jaar de cd Vol dagen die eindelijk ook weerklank vond in noordelijk Nederland. Robert Long, Jacques Klöters, Mart Smeets, ze draaiden hem op de radio en het VARA-programma Uitgelicht prees hem zowat de hemel in. Niet verwonderlijk dus dat zijn komende theatertournee Vol dagen ook Amsterdam aandoet. Zijn voet zit tussen de deur en hij is voorlopig niet van plan die terug te trekken.

En dan te bedenken dat de cd's 20 jaar liedjes (live, 1997) en Pas op de plaats (2000) ook al lekker liepen. Beneden de rivieren althans. Met Vol dagen verbreedde zich echter de horizon. Vermoedelijk omdat het muzikaal zo'n rijke cd is geworden. Vroeger hield hij zijn muzikanten nogal strak. Zó wil ik het hebben, zó moet het. En nu zei hij: jongens, ik heb dit melodielijntje, deze tekst, laat eens kijken wat we daarmee kunnen. Dat bleek zoveel méér op te leveren, voor hemzelf, maar zeker voor de muzikanten die nu echt tot hun recht komen. Het klopt nu aan alle kanten.

Stom ja, dat hij dat niet eerder heeft gedaan. Misschien omdat hij altijd - hij bekent het met enige schroom - iets had van: nou ja, het zijn maar liedjes van hier. Maar aan de andere kant, bullshit, er komt zoveel slechts voorbij op de radio. . . Lef, dát zit er in deze cd. Dat maakt het verschil. Verder is er niet veel veranderd. Hij schrijft nog steeds over dezelfde soort dingen. Universele dingen, ook al kunnen ze heel particulier zijn. Zoals het lied over Jehan die bugel speelt in de fanfare. Een tekst die hij uit het leven greep, want Jehan is zijn vader.

Of dat lied over zijn moeder en hijzelf in de kerkbank, en hij herinnert zich het zingen vroeger en het slot van het lied is dat hij weer voluit met haar meezingt, grijze moeder mee ' ne grote vent. Het idee kwam tijdens de begrafenis van een geliefde pastoor in Eindhoven, en heel de kerk zong uit volle borst. Dat was op zich al een wonder. Waar vind je dat nog? In zo'n sfeer smelt hij helemaal weg. Dan houdt hij het niet meer. En ineens realiseerde hij zich dat hij meezong, met zijn moeder die hij al zo lang niet meer had horen zingen. De ontroering gaf hij vorm in een lied en als ze dat nostalgie noemen, heeft hij daar vrede mee.

En nou zitten we samen in de bank, ' t orgel begint en ' t dameskoor zet in, en ons moeder zingt ' n liedje mee, van dank en ik heur die stem, die ook al vur me zong, die oer-vertrouwde stem, as ik nie slaope kon.

Ik durf nie opzij te kijken, ik durf ' t nie te laoten blijken, mer ik zing mee, en ik koester dit moment; grijze moeder mee ' n grote vent.

Hoe vaak hoort hij niet de verhalen van mensen in de zaal die met hun tranen worstelen. Hij gebruikt zijn taal zonder opsmuk, en misschien dat hij daarom iets makkelijker bij ze binnenkomt. Salve regina, over de bedevaart naar Handel, ook zoiets. Ieder jaar gaat hij kijken, met een soort gretigheid, om zich te laten ontroeren. Maar toen het lied klaar was, durfde hij het bijna niet aan de Vaste Mannen te laten horen. Wat zullen ze zeggen: waar komde nou toch mee aan? Kan ik die ontroering wel laten horen?

Hij liet het toch horen. Hij zou wel gek zijn geweest als hij het niet had gedaan. Want eenmaal de drempel over durfde hij vaker emotie aan te boren, zonder in een smartlap te vervallen. Door dicht bij zichzelf te blijven, komt hij het best over, dat hebben de jaren hem geleerd. Hoe meer je durft te laten zien, hoe meer mensen denken: hé, dat heeft hij ook.

Van schrijven kwam dit jaar niet veel. Het waren volle dagen, te vol om over de hei te lopen en nieuwe teksten te laten opwellen. Lopen ja, hij moet de ruimte hebben, de leegte. Hij kan op de hei nog precies de plekken aanwijzen waar welke zin naar boven borrelde. Enorm dierbare momenten zijn dat als je nog weet: daar heb ik dit geschreven, hier kreeg ik die inval.

Iedere keer weer fascineert hem het moment waarop alles op zijn plaats valt. In je hoofd is het lied er al, maar vang het dan maar eens in een tekst, in muziek. Het universele pakken in iets kleins, daar komt het op neer. Dan ga je schrappen, afschillen, met de tekst pielen. Net zo lang tot je zegt: dát is het. En al heb je nog geen idee wat het bij de mensen kan teweeg brengen, je weet het voor jezelf: zó moet het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden