Lidwoorden

Er is een sluipmoord gaande, op grote schaal. De slachtoffertjes krijgen geen staatsbegrafenis, er is geen nationale rouw, er zijn geen bloemen, geen teddyberen....

De slachtoffers geven geen kik. Ze zijn ook maar gemaakt van taal. Het zijn de lidwoorden die het loodje leggen. Nederige, onooglijke woordjes: ‘de’, ‘het’ en ‘een’. Geniepige hinderpalen. Want deze woordjes markeren genadeloos dat iemand, hoe lang ook in Nederland, hoe groot en feilloos zijn woordenschat, geen Nederlandse moedertaalspreker is: ‘de laatste jaar’, ‘een prettige weekend’.

Dus moeten ze maar weg. Eerst werden ze nog vervangen door het aanwijzend voornaamwoord ‘die’. Het werd ‘die hondje’ en ‘die merk’. Het kan ook wel zonder. Nu hoor ik in het taallaboratorium onder mijn raam: ‘Ik heb proefwerk’, ‘Straks bel ik leraar’ en ‘Ga mee naar Kruidvat?’

Lidwoordloze taalgebruikers zijn in goed gezelschap. Veel talen ontberen lidwoorden, en niet de minste: het Chinees, het Russisch, het Turks, het Farsi. Doventaal. Babytaal. Een 1-jarige heeft aan ‘Bal!’ genoeg, omdat meteen wel duidelijk is welke bal. Het Arabisch kent geen onbepaald lidwoord, het Engels maar één bepaald lidwoord. Dat verklaart misschien mede de roemloze aftocht van ‘het’.

Volwassen meisjes doen het ook. Die noemen hun levensgezel ‘man’. ‘Mijn man’ klinkt zo bezitterig en echtgenootachtig, ‘de man’ te categorisch. ‘Mijn partner’ doet aan kantoor denken, of aan bridge. Bij ‘mijn vriend’ lijkt het alsof je over je buurjongen praat – raar als je kinderen met iemand hebt. Dus: ‘Man kookt vanavond.’ ‘Kind gaat naar crèche.’

Moedertaalsprekers nemen het ‘Wereldnederlands’, zoals taalkundige Nicoline van der Sijs het zo mooi noemt, moeiteloos over. Mijn kinderen zeggen doodleuk: ‘Ik zie je na werk’, en ‘Ik heb schoolfeest’. Bezittelijk voornaamwoorden gaan er ook geheid aan; kinderen op alle schoolniveaus hebben het over ‘me moeder’. De glibberige woordjes ‘er’ en ‘zich’ zijn de volgende kandidaten: ‘Wat kan ik aan doen?’ ‘Hij bemoeit mee.’ Gehoord in de tram: ‘Ik hekel me aan dat.’

De teloorgang van lidwoorden en voornaamwoorden is onstuitbaar. Zolang grammaticafouten mensen stigmatiseren, is het zinvol om kinderen op school de standaardvormen te leren. Ambitieuze lidwoordstruikelaars willen het graag goed doen. Er is zelfs een Mini-Lidwoordenboek te koop, gemaakt door ondernemende studenten, waarin je snel de juiste vorm kunt opzoeken. Dat is nodig, in een tussentijdperk. Maar lang zal het niet meer duren voordat ‘het meisje’ net zo archaïsch klinkt als ‘den mensch’.

Vrouw tikt stukje op computer voor raam. Buiten schijnt zon. Zoon eet ei. Zinloos om aan dat te hekelen. Wen maar vast aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden