Lichte, valse trekjes

In Brazilië is capoeira de sport van de straat. In Nederland rukt deze vechtsport ook op, zij het in een meer lieflijke vorm....

tekst maud effting ; fotografie bastiaan heus

'U wilt voor de krant wat schrijven over capoeira?'

'Ja?'

'Dat gaat u geld kosten.'

'ellipse?'

'U wilt bij de workshop langskomen, foto's maken, met mensen praten. En u denkt dat dat gratis is? Terwijl wij iedereen hier hebben verzameld voor u?'

'Dat d cht ik wel, ja.'

'Dan komt u er niet in. De entree is 190 gulden. Voor de deelnemers, voor iedereen. Ook voor u. Tot ziens.'

Het was een geintje, horen we later. Een trucje, om te zien hoever ze konden gaan. Het viel tenslotte te proberen. Als het een beetje had meegezeten, hadden de organisatoren van de workshop misschien zo maar geld kunnen krijgen voor hun informatie over capoeira.

Typisch Braziliaans, zeggen de kenners. Sterker nog: het hoort bij capoeira. Capoeira spelen betekent doortrapt zijn. Het betekent dat je licht valse trekjes moet hebben - in het Portugees: malandragem - zoals het onverwacht onderuithalen van de tegenstander die even niet op staat te letten. Of een effectief klapje tegen het hoofd van de jongen die iets te veel van zichzelf houdt.

Capoeira (letterijk: struikgewas) is een Braziliaanse vechtsport die sinds een paar jaar oprukt in Nederland. Gekleed in witte broeken met wijde pijpen, soms met ontblote bovenlijven, maar ook met hippe topjes, veelkleurige trainingsbroeken, blote navels, gebreide mutsen en rastahaar voeren Nederlanders de acrobatische, dansachtige bewegingen uit die erbij horen. Capoeira mag dan een sport zijn, het is ook een stijl waarmee men wil zeggen: 'Ik ben underground.'

Eigenlijk mag capoeira geen vechtsport worden genoemd, vinden de beoefenaars. Het is ook een dans, een filosofie, een levenswijze, een cultuur, een manier van communiceren. Twee tegenstanders spelen, omgeven door een cirkel van mensen. De cirkel zingt liedjes, en maakt muziek op de berimbau, een eensnarig instrument op een stok, tamboerijn, bellen en drums. De spelers maken vechtbewegingen op het ritme van de muziek, maar raken elkaar vrijwel nooit. Tenzij het uit de hand loopt. En dat is niet helemaal ongebruikelijk.

Capoeira heeft iets macho-achtigs, vooral bij Braziliaanse spelers: om te laten zien wie de beste is, maken ze salto's, sprongen en onmogelijk lijkende bewegingen - achteloos en losjes, alsof het geen moeite kost. De bewegingen zijn zo spectaculair dat ze veelvuldig werden gekopieerd door breakdancers, en het zelfs tot een Nokia-reclame schopten. In computerspelletjes zoals Tekken 3 kun je spelen met capoeira-mannetjes en capoeira-vechtstijl.

In Brazilië is capoeira de sport van de straat - na voetbal het populairst - en heeft het een miljoen beoefenaars. Kinderen uit de sloppenwijken trekken zich eraan op; wie capoeira wil spelen, moet naar school, en heeft zo misschien geen tijd om lijm te snuiven.

Het spelletje is eeuwenoud en verweven met de Braziliaanse cultuur. Er zijn twee stijlen: Capoeira Regional en Capoeira Angola. De een richt zich meer op training en vechten, de ander meer op theater, speelsheid en rituelen. In het westen wordt vooral de vechtsportvariant beoefend. Al te strakke regels zijn er niet: capoeira staat open voor verandering en zelf bedachte trucs.

Over de precieze betekenis van capoeira zijn boeken volgeschreven, met barokke teksten over filosofie, wisdom of the body, cultuur en communicatie. Over de oorsprong van het spel twisten de capoeiris ta's, maar een theorie is dat het in Brazilië is ontstaan onder Afri kaanse slaven en hun afstammelingen. Om hun blanke meesters te misleiden, zouden de vechtbewegingen als dans zijn gepresenteerd. Anderen beweren dat dat een verromantiseerde versie van het verhaal is. Het zou juist in de steden zijn ontstaan, tijdens bijeenkomsten in stadshallen waar veel gokkers en prostituees kwamen.

Nadat de slavernij was afgeschaft in 1888, begonnen de capoeirista's in gewelddadige bendes te opereren. Het waren vrije slaven, matrozen en bohémiens die in hun armoede elkaar en de politie bevochten. Tot in het begin van de twintigste eeuw was capoeira dan ook verboden. De politie hield razzia's om beoefenaars op te pakken. Toch overleefde het, ondergronds. Uit die tijd stamt de schuil- of bijnaam die elke capoeirista krijgt, zoals Spin of IJzerbreker. Al zijn de namen in Nederland wel wat lieflijker: Muts, Wortel of Lollie.

Waar capoeira in Brazilië ook kwaadaardig kan zijn - sommige groepen bestrijden elkaar op leven en dood, en elk jaar valt er wel een dode - blijft het in Nederland vooralsnog een gemoedelijke cultuursport. De aantrekkingskracht ligt deels in de prachtige bewegingen, deels in het Braziliaanse cultuurtje dat eromheen hangt.

De dans- annex sportkunst heeft voor westerse begrippen zelfs bijna religieuze trekjes: elke speler wordt na enige tijd 'gedoopt' (bati sado) en krijgt dan zijn bijnaam. De liedjes met hun vele herhalingen klinken als mantra's. De muziek heeft wel iets weg van die van de Hare Krishna. Op de meeste capoeira-scholen is het dan ook geen 'sport' die met een uurtje per week te leren is. De beoefenaar moet zich verdiepen in de liedjes, leren spelen op de instrumenten en hoort van zijn mestre of leraar verhalen over de culturele betekenis.

Geen wonder dus dat een deel van de dertigduizend beoefenaars in Europa zo in capoeira opgaat, dat ze Portugees leert, maandenlang door Brazilië trekt of zelfs verzucht dat ze het liefst Braziliaan had willen zijn. Onder hen gaan protesten op tegen de 'vercommercialisering' van capoeira. Zo zijn er verzorgde capoeira-trips naar Brazilië te boeken bij reisbureaus, en willen sportscholen aerobics-varianten introduceren zonder al die culturele, Braziliaanse rompslomp. Of het zover komt met capoeirobics is onzeker. Voor lange, blozende Hollanders met poldermotoriek zijn de bewegingen niet zo maar te leren. Wie een lesje probeert met handstanden, salto's en andere acrobatische moves, eindigt vrijwel zeker net als alle andere beginners: plat op zijn rug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden