InterviewMatthew Hongoltz-Hetling

Libertariërs ­vergeten graag dat ­bij vrijheid ook plichten horen

De inwoners van Tent City weigerden hun etensresten goed op te bergen, waardoor beren op het het kamp afkwamen.  Beeld Getty Images
De inwoners van Tent City weigerden hun etensresten goed op te bergen, waardoor beren op het het kamp afkwamen.Beeld Getty Images

Om te ontsnappen aan de klauwen van de staat bezette het libertarische Free Town Project een dorpje in New Hampshire. Het liep uit op een fiasco dat de doodsteek kreeg van een groep aanvallende beren. Matthew Hongoltz-Hetling schreef over deze wonderlijke conservatieven.

Ze hadden de ultieme vrijheid gezocht, de anarchokapitalisten, Ayn Rand-aficionado’s en andere overheidshatende libertariërs in de joerten, scheepscontainers en geodetische koepeltenten van Tent City. Diep in de bossen van Grafton, New Hampshire hoopten deze libertariërs veilig te zijn voor de grijpgrage klauwen van vadertje staat, met zijn bestemmingsplannen, afvalwetten en belastingen.

De libertarische invasie van Grafton was het gevolg van een in 2004 gelanceerd experiment, waarbij een slordige tweehonderd utopisten de macht grepen in de wilde heuvels en valleien van het 1.340 zielen tellende stadje. ‘Free Town Project’ heette het, en schrijver Matthew Hongoltz-Hetling (47) kwam het stomtoevallig op het spoor, zoals hij beschrijft in zijn net verschenen boek A Libertarian Walks Into a Bear. De lokale krant waarvoor hij werkte wilde eigenlijk dat hij een verhaal schreef over een Vietnamveteraan, maar toen hij ontdekte dat het stadje leed onder een invasie van kattenetende zwarte beren die weer samen bleek te hangen met een invasie van belastingschuwe revolutionairen, gooide Hongoltz-Hetling het over een andere boeg.

Het resulterende boek, dat extra pikant is nu anti-overheidssentimenten dankzij lockdowns en avondklokken steeds hoger opspelen, leest als het libertarische zusje van de geruchtmakende Netflix-documentaire Wild Wild Country, over de annexatie van een Oregons gehucht door volgelingen van Bhagwan. Alleen predikte het ‘Free Town Project’ geen verlichting en vrije seks, maar de zegeningen van de vrije markt. Zoals daar zijn: de vrijheid om in organen te handelen, te duelleren tot de dood of om daklozen bij wijze van kijksport geld te bieden om met elkaar op de vuist te gaan, zoals grondlegger Larry Pendarvis had geschreven.

De utopisten die in Tent City neerstreken of een van de talrijke goedkope optrekjes in Grafton opsnoepten dachten als bevrijders te worden onthaald. De belastingmoraal was in Grafton namelijk zo laag dat naburige brandweerkorpsen het stadje dikwijls letterlijk uit de brand moesten helpen omdat het bestuur weigerde brandkranen te bekostigen. Maar net als in het geval van de Bhagwanvolgelingen in Oregon zaten de oorspronkelijke inwoners niet op de indringers te wachten. Bovendien konden de libertarische plannen – alle straatverlichting uit, geen subsidie voor de school, een publieke veroordeling van Het Communistisch Manifest – op weinig bijval rekenen.

Een ander probleem was dat de libertariërs op hun vlucht voor de overheid recht in de klauwen waren gelopen van een niet minder geduchte vijand: beren. En deze zwarte beren konden niet alleen autodeuren dubbelvouwen, zeven keer beter ruiken dan bloedhonden en sneller sprinten dan Usain Bolt, ze waren ook griezelig ondernemend. Op industriële schaal maakten ze kippen, schapen en katten soldaat, drongen ze voortuinen en veranda’s binnen op zoek naar eten en trotseerden moeiteloos de cayennepeper, schrikdraad, rotjes, koebellen, bewegingssensoren en boobytraps die hen moesten verjagen.

Tot overmaat van ramp zwoeren de libertariërs van Grafton niet alleen bij laisser faire, maar ook bij, nou ja, ‘laisser bear’, beschrijft Hongoltz-Hetling. In plaats van hun afval te deponeren in speciale berenbestendige vuilnisbakken lieten ze hun etensresten, tegen de regels in, rondslingeren. Bovendien zagen de libertariërs het als hun recht om beren te voeren, ook al was dit streng verboden in New Hampshire. Nu kampt het bovengemiddeld libertarische New Hampshire toch al met twee keer zoveel klachten over beren als het Democratische bolwerk Vermont van senator Bernie Sanders, terwijl de buurstaat ongeveer evenveel beren telt. Maar door de losse aanpak van het Free Town Project begonnen de berenproblemen Grafton boven het hoofd te groeien.

De vrijbuiters van Tent City hadden het ministerie van Vis en Wild om hulp kunnen vragen in de strijd tegen de beren, maar dat was hun eer te na. In plaats daarvan deden ze wat president Trump langs de grens met Mexico voor ogen had: ze bouwden een ‘big, beautiful wall’. Alleen bestond hun muur uit een palissade van vlonders en harmonicagaas, met bovenop frisdrankblikjes vol luchtbukskogels. Het geratel daarvan moest de Tent City-bewoners waarschuwen als beren ’s nachts door de barricade braken.

Het quasi-gevangenenkamp was een ironische metafoor voor het Free Town Project, dat inmiddels een stille dood is gestorven, zegt Hongoltz-Hetling. ‘De bewoners van Tent City wilden groots en vrij leven, maar aan het eind was hun leefwereld piepklein. Zonder overheidsbemoeienis moesten ze zichzelf letterlijk inmuren voor hun veiligheid.’

Het boek van Hongoltz-Hetling is extra relevant tijdens de coronapandemie, waarin de samenleving dikwijls gespleten lijkt tussen ‘lockdowners versus libertariërs’, zoals The Guardian onlangs schreef. Dat is wat kort door de bocht, al was het maar omdat lang niet alle libertariërs in het ‘covid-19 is een hoax-kamp’ zitten. En een belangrijk, zij het iets minder populair uitgangspunt van libertarisme is dat bij vrijheid verantwoordelijkheid hoort. Om die reden zijn sommige libertariërs bijvoorbeeld warm pleitbezorger van mondkapjes dragen, maar dan uit vrije wil, zoals de staat haar burgers ook geen tandenpoetsplicht hoeft op te leggen.

Tegelijkertijd is het met libertariërs en coronasceptici een beetje zoals in de grap van filosoof John Stuart Mill (1806-1873) over conservatieven: ‘Conservatieven zijn niet allemaal dom, maar de meeste domme mensen zijn conservatief’. Niet alle libertariërs beweren dat corona een onschuldig griepje is, maar de meeste mensen die beweren dat corona een onschuldig griepje is, zijn libertarisch angehaucht.

. Beeld .
.Beeld .

In de Verenigde Staten, waar libertarisme minstens sinds Barry Goldwater (presidentskandidaat in 1964) een krachtige Republikeinse onderstroom vormt, komen veel anti-lockdownbetogers uit de hoek van de economisch libertaire, maar sociaal conservatieve Tea Party. In het Verenigd Koninkrijk katte libertariër Nigel Farage zijn Brexit Party onlangs om tot anti-lockdownpartij. En in Nederland voelen veel libertariërs zich aangetrokken tot de met Viruswaarheid flirtende Thierry Baudet, al zijn diens nationalisme en coronacomplot-imago sommige libertariërs juist een gruwel.

Kijk naar het tragische lot van Dick Hinch (1949-2020), de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in New Hampshire, zegt Hongoltz-Hetling, een tot journalist en Pulitzerprijs-finalist omgeturnde ex-taxichauffeur, -pokerprof en -promojongen in supermarkt Sam’s Club. ‘Veel afgevaardigden van de libertarische vleugel van de partij weigerden trots om mondkapjes te dragen en afstand te houden. Na een bijeenkomst van de Republikeinen raakte een aantal afgevaardigden besmet met corona. Hinch bezweek aan de ziekte, een week nadat hij tot voorzitter van het Huis was beëdigd.’

Toont dit voorbeeld ook niet hoe onmachtig overheden tegenover anti-overheidsdenkers staan?

‘De overheid leunt wel erg op voorlichtingscampagnes, en als dingen dan fout lopen, denken functionarissen: wij hebben de juiste informatie gegeven, men had beter moeten weten. Het probleem is niet alleen dat mensen niet goed luisteren, maar dat ze überhaupt niet willen luisteren naar de overheid. Daar hebben overheden nog geen overtuigend antwoord op gevonden.’

Hoe dacht u over libertarisme voordat u aan uw boek begon?

‘Ik zag ze simpelweg als Republikeinen, maar dan conservatiever. In sommige opzichten klopt dat ook wel, hoewel veel libertariërs tegelijkertijd progressieve opvattingen omarmen, zoals het recht op abortus of het legaliseren van drugs.’

Je zult de Republikeinse Senaatsleider Mitch McConnell niet snel horen pleiten voor het recht op duelleren of ‘vrijwillig kannibalisme’, zoals sommige Free Towners.

‘Nee, ik denk ook niet dat elke libertariër zich prettig voelt bij het eten van mensenvlees. Wat libertariërs kenmerkt is dat ze nog nooit zijn belast met leiderschap. Er zijn 195 landen in de wereld, geen daarvan is libertarisch. Omdat ze nooit ergens de leiding over hebben gehad, hebben ze zeer idealistische principes kunnen ontwikkelen. Terwijl Republikeinen echt moesten besturen en dus begrepen dat je af en toe compromissen moet sluiten en dat mooie theorieën in praktijk soms minder mooi uitpakken. Dat was ook het idee achter het Free Town Project: het moest een lichtend voorbeeld zijn van het vermogen van libertariërs om het land te leiden en de samenleving te kneden naar hun opvattingen.’

Libertariërs zijn voor een ‘nachtwakersstaat’, waarin de overheid alleen het ‘non-agressieprincipe’ handhaaft, bijvoorbeeld door mensen tegen geweld en diefstal te beschermen. Waarom vertikken libertariërs het dan om de overheid om hulp te vragen tegen gewelddadige en roofzuchtige beren? Dat lijkt niet strijdig met hun filosofie.

‘Libertariërs menen dat achter elke belastingdollar een impliciete geweldsdreiging door de staat schuilt. Ze zien belasting als bloedgeld. En in die logica zijn ook de met belastinggeld betaalde ambtenaren van het ministerie van Vis en Wild medeplichtig aan geweld.’ ‘Een ander libertair uitgangspunt is dat iedereen in staat moet zijn zichzelf te verdedigen. Het is geen toeval dat het zeer libertarische New Hampshire ook de meeste machinegeweren per hoofd van de bevolking telt. Je geliefden en bezittingen beschermen tegen beren speelt in op een soort giftige mannelijke fantasie. Ik denk dat veel libertariërs in Grafton, van wie de overgrote meerderheid man was, ervan genoten om zich macho te gedragen.’

De libertarische berenaanpak eindigde grimmig. In 2012 viel een op de geur van stoofschotel afgekomen beer een vrouw uit Grafton aan. De kok kwam er vanaf met 25 hechtingen in haar armen, maar het was voor New Hampshire wel voor het eerst in een eeuw dat een beer een mens aanviel. Niet lang daarna volgde aanval twee en drie. Een groep libertariërs vormde een doodseskader. In een even geheime als illegale slachtpartij schoten ze dertien winterslapende beren dood in hun holen, ontdekte Hongoltz-Hetling.

Zou het libertarische experiment zonder beren wel zijn geslaagd? Ik vraag dit ook voor libertariërs in Nederland, dat relatief weinig beren telt.

‘Nee. Zelfs als je beren buiten beschouwing laat is het Free Town Project in vrijwel elk opzicht mislukt. Zo ongeveer alles ging fout wat fout kon gaan.’

Het stadje had sinds mensenheugenis geen moord meegemaakt, tot de 24-jarige Robert LaCombe jr. in 2011 negentien kogels door zijn twee huisgenoten joeg. Het aantal geregistreerde zedendelinquenten in het stadje verdrievoudigde bijna. Alles bij elkaar kreeg de politie na de komst van de libertariërs bijna tweehonderd telefoontjes per jaar erbij.

Terwijl de politie bijvoorbeeld druk was met het ontmantelen van Graftons eerste crystalmethlab, bezuinigden libertariërs het politiebudget weg. Net zo lang tot politiebaas Merle Kenyon tijdens een stadsvergadering klaagde dat de enige politiewagen van Grafton van de weg moest omdat het budget ontbrak voor een reparatie.

En terwijl er geen geld was voor kerstverlichting of vuurwerk tijdens Fourth of July en de staat New Hampshire waarschuwde dat twee bruggen op instorten stonden, vertienvoudigden de juridische kosten voor het stadsbestuur. De libertariërs maakten er namelijk een sport van om de overheid voor de rechter te slepen – over hondenpenningen, verkeersboetes, cannabisverboden of de dictatoriale eis dat automobilisten een rijbewijs moeten hebben.

‘Ze snappen niet dat er verantwoordelijkheid aan libertarisme verbonden is’, verzucht libertariër Rosalie Babiarz op zeker moment in het boek. Haar echtgenoot en brandweerman John, die het Free Town Project nota bene zelf naar Grafton had gehaald, is dan inmiddels tot paria uitgegroeid onder libertaire scherpslijpers omdat hij enkele hotdog-roosteraars had verboden om met hun kampvuur een natuurbrand te riskeren.

‘Libertariërs lijken veel minder geïnteresseerd in het genieten van hun vrijheden dan in het vechten voor vrijheden die ze nog niet hebben’, zegt Hongoltz-Hetling. ‘Ze hebben liever de vrijheidsstrijd dan de vrijheid zelf.’

Libertarisme kan nuttig zijn als matigende invloed op de overheid, denkt Hongoltz-Hetling. Tegelijkertijd is hij dankzij zijn boek tot de conclusie gekomen dat libertariërs ‘een stuk meer eer verdienen voor hoe gevaarlijk ze zijn’. ‘Libertarisme kan een handig gereedschap zijn, zoals de tuinslang ook erg nuttig is om de tuin te sproeien of – als ik in een ambitieuze bui ben – m’n auto te wassen. Maar ik gebruik de tuinslang niet om mezelf een glaasje water in te schenken. Zo is het ook met libertariërs: ik vind hun stem in het politieke debat waardevol, maar ik zie ze liever niet de scepter zwaaien over mijn onderwijs of gezondheidszorg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden