Liberalisering diensten is riskant

Mag Nederland na de GATS-onderhandelingen nog zelf bepalen of onderwijs een publieke dienst mag blijven? Nee, denken Hiske Arts en Gerald Schut....

Eind deze maand maakt de EU bij de Wereld Handelsorganisatie (WTO) bekend welke diensten zij bereid is te liberaliseren in ruil voor liberalisering van diensten in andere landen. In dit kader beweert staatssecretaris Joop Wijn (Forum, 13 maart) dat de demonstrerende andersglobalisten voor zijn ministerie tegen windmolens vochten, want 'Nederland bepaalt wat publiek is, niet de WTO. Zo hoort het, zo is het en zo blijft het.'

De stelligheid, waarmee hij zorgen van NGO's, vakbonden en publieke instellingen van tafel veegt, berust op drijfzand. Wijn gaat totaal voorbij aan het definitieve karakter van handelsverdragen. Eens gegeven blijft gegeven. Daarom eisten de demonstranten een moratorium van een jaar op de onderhandelingen.

Sinds het opstellen van het GATS (General Agreement on Trade in Services) in 1995 is een storm van kritiek losgebarsten op de dreigende liberalisering van publieke diensten. Alleen de militaire en luchtvaartsector zijn expliciet uitgezonderd van liberalisering. Over andere publieke diensten, zoals onderwijs, gezondheidszorg en drinkwatervoorziening, die traditioneel als onverhandelbare mensenrechten worden gezien, kan worden onderhandeld. Dit gebeurt volgens een proces van voortschrijdende liberalisering, hetgeen een einddoel van totale liberalisering impliceert. Iedere toezegging van een land is een point of no return. Vanwege dit definitieve karakter van de onderhandelingen bepleiten NGO's een politiek van 'bezint eer ge begint.' Een moratorium van een jaar moet worden gebruikt om te onderzoeken waar we aan beginnen en te zien hoe wij essentiële publieke diensten kunnen beschermen die nu alleen voor leger en luchtvaart geldt.

Bescherming van essentiële publieke diensten is cruciaal,omdat een bedrijfsmatig doel als winstmaximalisatie volkomen los staat van publieke doelen als toegankelijkheid en kwaliteit. Wijn gaat hier met zijn rooskleurige beeld van liberalisering volledig aan voorbij. De veelgehoorde retoriek over corrupte overheden en efficiënte bedrijven is door de beursschandalen achterhaald. Democratische legitimiteit blijft een belangrijk verschil tussen bedrijven en overheden.

Deze democratische legitimatie is op belangrijke terreinen al verloren gegaan, hoe geruststellend Wijns verzekering ook klinkt dat deze keer niet verder over onderwijs en water zal worden onderhandeld. De stelligheid, waarmee Wijn onze nationale autonomie verdedigt, negeert de harde juridische realiteit van het GATS waarin onder andere het Europese Hoger Onderwijs al sinds 1995 opgenomen is. Hierin slaat het begrip publiek op een dienst, die 'niet op commerciële basis wordt aangeboden, en niet in concurrentie met andere aanbieders.'

In geval van onenigheid bepaalt vervolgens de WTO geschillencommissie de uitkomst. Welnu, is het Nederlands Hoger Onderwijs nog wel publiek?

Ten eerste wordt het niet geheel door de overheid gefinancierd: studenten betalen een eigen bijdrage, universiteiten gaan samenwerkingsverbanden aan met private partijen (bijvoorbeeld UvA en Nijenrode), en buitenlandse studenten betalen zelfs de volledige marktwaarde van onderwijs. Ten tweede wordt het aangeboden in concurrentie met private aanbieders zoals het LOI en Nijenrode. 'De grens tussen publiek en privaat wordt steeds vager. Zakenlui willen hier niet erg duidelijk over zijn,' zegt Kurt Larsen van de bepaald niet globofobe OESO. De plannen van staatssecretaris Nijs om het Hoger Onderwijs een privaatrechtelijke status te geven en meer marktwerking te introduceren, kan deze grens nog verder doen vervagen. De conclusie is eenvoudig: de WTO geschillencommissie zou heel goed kunnen besluiten dat het Nederlands Hoger Onderwijs niet publiek is. En dan staat zelfs Wijn buitenspel.

Een blik op eerdere uitspraken van deze commissie zou Wijn leren, dat zij weinig belang hecht aan sociale of milieu-overwegingen. Een verbod op de Europese regulering van hormoonvlees ligt nog vers in het geheugen. Onze bezorgdheid om een publiek belang als de volksgezondheid werd van tafel geveegd ten faveure van Amerikaanse handelsbelangen, waarna Franse boeren door harde handelssancties werden getroffen.

Het optimisme waarmee Wijn liberalisering bekijkt, is wishful thinking. Liberalisering van de onderwijsmarkt zou bijvoorbeeld eerder leiden tot een situatie als in het Europese voetbal: Nederlandse topspelers vertrekken naar Spanje en Groot-Brittannië, terwijl wij mindere goden halen uit Polen en Roemenië. Evenzo zullen de VS hun onderwijs exporteren naar Nederland, terwijl wij in de Derde Wereld onderwijzen. Willen wij onze nationale autonomie verliezen om op economisch gebied de tweede viool te kunnen spelen? Als de liberalisering van een nationale onderwijsmarkt zo ongevaarlijk is, waarom beschermen de VS dan angstvallig hun Hoger Onderwijs? De WTO beslist nu al deels wat publiek is. Zo hoort het niet, zo is het wel en blijft het zo of wordt het erger?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden