Liberale voorganger Rutte was heel wat socialer

Elke week op VKGeschiedenis.nl: een actuele column over het verleden. Vandaag: Willem de Bruin over de wortels van de liberalen.

Slaagt VVD-leider Mark Rutte erin uit de puzzel die de jongste verkiezingen heeft opgeleverd een coalitie te vormen, dan zal Nederland voor het eerst in bijna honderd jaar weer een regering hebben die wordt geleid door een liberale minister-president. Goedbeschouwd is het merkwaardig dat de politieke stroming die aan de basis stond van de parlementaire democratie zo lang gedwongen is geweest de tweede viool te spelen. Of Rutte zich zal willen spiegelen aan zijn voorganger, premier Pieter Cort van der Linden, moet overigens worden betwijfeld, ook al geldt de liberale staatsman die Nederland door de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog loodste als een van de beste regeringsleiders ooit.

Cort van der Linden was een liberaal, maar geen lid van een politieke partij. Dat is altijd een belangrijk kenmerk van de Nederlandse liberalen geweest: hun zwakke organisatie, die er mede debet aan was dat hun politieke invloed in de eerste decennia van de vorige eeuw gestaag afnam ten gunste van met name de confessionele partijen.

Belgische Opstand

Meer dan een halve eeuw lang, van 1848 tot 1918, domineerden liberalen de Nederlandse politiek. Zij konden in zekere zin worden beschouwd als de politieke erfgenamen van de patriotten uit de achttiende eeuw. Na de terugkeer van de Oranjes leek hun rol uitgespeeld, maar de Belgische Opstand in 1830 deed ook in Nederland de roep om politieke hervormingen weer luider klinken. De grondwetswijziging van 1848 zou het politieke primaat voortaan bij de ministers (het kabinet) en de volksvertegenwoordiging leggen. Achtereenvolgende liberale regeringen zouden het nieuwe stelsel verder uitwerken. Hun natuurlijke tegenpolen waren de conservatieven, die aanvankelijk weinig moesten hebben van deze politieke nieuwlichterij. Toen koning Willem III zijn pogingen de verhoudingen van voor 1848 te herstellen ten slotte had opgegeven, was de rol van de conservatieven zo goed als uitgespeeld.

Het betekende niet dat de liberalen vanaf dat moment geen tegenspel meer kregen. De oppositionele rol van de conservatieven werd al spoedig overgenomen door de confessionelen, die ook in ideologisch opzicht veel denkbeelden van hen overnamen. Ter linkerzijde kregen de liberalen concurrentie van de opkomende socialistische beweging. Beide stromingen investeerden veel in een goede organisatie, kenmerkend voor emancipatiebewegingen. Voor de liberalen was de macht tot dan toe een bijna vanzelfsprekend bezit geweest.

Sociaal-liberaal

Van een liberale partij of fractie zoals we die nu kennen was in de eerste decennia na 1848 overigens nog geen sprake. Politieke activiteiten werden in de eerste plaats op persoonlijke titel ontplooid. Pas gaandeweg begon men zich rond gemeenschappelijke programma’s te organiseren. De liberalen liepen daarbij niet voorop. Werd de Antirevolutionaire Partij al in 1878 opgericht, pas een kleine tien jaar later sloten de liberalen zich aaneen in de Liberale Unie. Het tij was toen echter al aan het verlopen. De verzuiling zou de liberalen, die juist niet in een zuil wilden worden opgesloten, als politieke stroming steeds meer buitenspel zetten. Op het moment dat men zich ging organiseren, traden bovendien ook meningsverschillen aan het licht tussen conservatief-liberalen en sociaal-liberalen. De laatsten kenden een actieve rol toe aan de overheid bij de aanpak van de sociale problemen en veel belangrijke wetgeving op dit gebied kwam dan ook tot stand onder liberale kabinetten.

De VVD en D66 zijn daarom loten aan dezelfde stam. Wilders staat eerder in de traditie van het populisme en is een geval apart, al refereert de naam PVV aan een vroegere conservatief-liberale partij. De VVD is in 1948 ontstaan uit een samengaan van de conservatief-liberale Partij van de Vrijheid en de groep-Oud, afkomstig uit de Vrijzinnig Democratische Bond. De sociaal-liberale VDB ging met de SDAP op in de Partij van de Arbeid. Als partij die oude scheidslijnen moest doorbreken, is de PvdA nooit een succes geworden. Met de oprichting van D66 werd de VDB in feite nieuw leven ingeblazen. Mark Rutte weet dan ook wel beter als hij weigert een onderscheid te maken tussen sociaal-liberalen (’liberalen zijn per definitie sociaal’) en rechts-liberalen.

Actieve overheid

Als uitgesproken voorstander van een actieve overheid en overtuigd van de noodzaak een tegenwicht te bieden aan de krachten van de vrije markt, zou Cort van der Linden zich vermoedelijk niet herkennen in het huidige, onversneden rechts-liberale programma van de VVD. De leider van het laatste liberale kabinet, dat overigens niet op een parlementaire meerderheid kon rekenen, is de geschiedenis in gegaan als de man die Nederland buiten de Eerste Wereldoorlog wist te houden. Maar hij beslechtte ook de schoolstrijd en voerde het algemeen kiesrecht in.

De ironie van de geschiedenis wil dat die laatste hervorming meteen een einde maakte aan de prominente rol van de liberalen. Bij de verkiezingen van 1918 werd de liberale coalitie weggevaagd door de confessionelen en de sociaal-democraten. In dat opzicht zal de overwinning van de VVD op het CDA zoet smaken.

Rutte verlaat paleis Noordeinde. (ANP) Beeld
Rutte verlaat paleis Noordeinde. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden