Libanese vechtjas had veel vijanden

Hij steunde Israël toen dat land Libanon binnenviel. Vervolgens koos hij een nieuwe bondgenoot: Syrië. Maar de laatste jaren van zijn leven was de christelijke Libanese militieleider Elie Hobeika (45) niemand meer tot nut....

EEN MOORDENAAR werd hij genoemd, een gangster, een rokkenjager. Hij had veel vijanden, zowel in Libanon als daarbuiten. Hij rook altijd en overal gevaar, omringde zich met tientallen lijfwachten en verdween op gefingeerde, of althans goed geheimgehouden buitenlandse reisjes. Zijn einde kwam met veel geweld, als in de dagen dat de rechtse christelijke leider tot over zijn oren betrokken was bij de bloedige Libanese burgeroorlog. Misschien wel de enige manier waarop een man als Elie Hobeika aan zijn eind kon komen.

Hobeika was nog maar net negentien toen hij zich in 1975, bij het uitbreken van de Libanese burgeroorlog, aansloot bij de christelijke milities. Volgens Robert Fisk, schrijver van het boek Pity the Nation over de burgeroorlog in Libanon, verloor Hobeika een aantal familieleden en een meisje waarmee hij verloofd was. Ze werden in 1976 in Beiroet vermoord door Palestijnse strijders van Yasser Arafats PLO. Sindsdien was hij op wraak uit.

Zijn militaire training kreeg Hobeika in Israël. Langzaam maar zeker werd hij een steeds belangrijker man in de 'Libanese Strijdkrachten', een militie die zich had afgescheiden van de rechtse Christelijke Falange. Hij verwierf zich een reputatie als een onverschrokken en meedogenloze commandant. Tegen zijn 24ste kwam hij aan het hoofd van de militaire inlichtingendienst van de 'Libanese Strijdkrachten'.

Hij steunde Israël als bondgenoot toen dat land in 1982 Libanon binnenviel, in een poging de PLO daar te verdrijven. Toen aankomend president Beshir Gemayel, van de Christelijke Falange, werd vermoord, gingen zijn aanhangers er voetstoots van uit dat de Palestijnen dat gedaan hadden. Hun wraakneming liet niet lang op zich wachten. De volgende dag, 15 september 1982, vielen tientallen strijders van de 'Libanese Strijdkrachten' de kampen Sabra en Shatila binnen en vermoordden er honderden Palestijnse vluchtelingen - meest vrouwen en kinderen.

De militiestrijders waren de kampen binnengedrongen onder de ogen van de Israëli's. De commissie-Kahan, die een onderzoek instelde naar deze massamoord, kwam in 1983 tot de conclusie dat Ariël Sharon indirect verantwoordelijk was. Sharon, die destijds minister van Defensie was, zal wellicht in België worden berecht voor oorlogsmisdaden. De commissie-Kahan rapporteerde verder dat 'de eenheid die de kampen zou zijn binnengedrongen een inlichtingenteam was, onder leiding van Elie Hobeika'.

Hobeika heeft altijd zijn onschuld betuigd, al zei hij ook dat hij alleen maar orders had opgevolgd. Vorig jaar zei de christelijke krijgsheer ineens dat hij zijn onschuld voor de rechter zou kunnen bewijzen - en dat hij informatie zou kunnen verstrekken die de Israëlische lezing van de toedracht onderuit zou halen.

Twee dagen geleden had hij een geheime ontmoeting met enkele Belgische senatoren, die meer wilden weten van het bloedbad van 1982. Hij vertelde hun dat hij nieuwe onthullingen zou kunnen doen en dat hij bereid was als getuige op te treden voor de Belgische rechter. Hij zei hun ook dat hij zich bedreigd voelde.

In 1985, anderhalf jaar na het bloedbad, liep hij ineens over naar de Syriërs. Hij steunde hen toen ze in 1990 een eind maakten aan de muiterij van een christelijke generaal in de christelijke enclave - hier en daar vormden Hobeika's militiestrijders zelfs de voorhoede. Maar dat nieuwe bondgenootschap bezorgde hem geen nieuwe vrienden. Veel Libanezen zagen het als verraad. In 1987 overleefde hij een moordaanslag. Dank zij zijn goede contacten met Syrië kon hij ook na afloop van de burgeroorlog een christelijk leider blijven, terwijl anderen werden verbannen of gevangengezet. De misdaden die hij had gepleegd vielen onder de algemene amnestie die in 1991 in Libanon werd afgekondigd voor misdaden gepleegd tijdens de burgeroorlog.

Geheel in lijn met de vele ongerijmdheden van na de burgeroorlog werd Hobeika successievelijk minister voor de Ontheemden, minister voor de Invaliden en minister voor de Stroomvoorziening in de door Syrië gesteunde regeringen van Libanon. De Libanezen merkten cynisch op dat hij nu mocht zorgen voor de mensen die hij zelf had verdreven en invalide gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden