Lezen kan je een hoop reizen besparen

Bij Van Hasselt, Arijs en Larbaud leest Arjan Peters over de mooiste reizen die hij niet meer hoeft te maken.

Beeld Eva Roefs en Io Cooman

Lezen kan je een hoop reizen besparen. Met genoegen las ik de column die Frans van Hasselt, jarenlang Griekenland-correspondent, in 1995 schreef over zijn Atheense postbode. Het staat in De toekomst komt van achter (Black Olive Press; euro 12,50), en is een fraaie klaagzang over de humeurige bezorger met wie ze daar in de buurt nog wel even opgescheept zitten, 'want hij lijkt niet ouder dan vijftig', zoals Van Hasselt spijtig opmerkt.

Soms krijgt Frans een krant, soms dagen niks, en de kranten van vrijdag en zaterdag komen vaak wat later, 'want Spyros vond ze te dik (zelf is hij ook dik)'. O, de onmacht van die knarsetandende schamperheid. En toen moest de crisis nog komen, tijdens welke Van Hasselt zou overlijden.

Weer een plaats om door te krassen op de lijst met vakantiebestemmingen. Toen las ik De hoed van Federico van vertaler en reiziger Marijke Arijs, met aangename reportages over literair Spanje (Kleine Uil; euro 16,50). Aan het begin van de vorige eeuw is de familie van Federico García Lorca (1898-1936) verhuisd naar het plaatsje Valderrubio bij Granada, waar ze maar twee jaar woonden, maar later wel veel zomers doorbrachten. Alle meubels en spullen in de gezinswoning zijn van de familie geweest, hoort Arijs.

Ze noteert: 'In de slaapkamer hangt zijn hoed nog aan de kapstok.'

Later komt de twijfel: Lorca droeg toch nooit een hoed? Arijs doet navraag. Het blijkt de hoed van zijn vader te zijn, die ook Federico heette. Pelgrims opgelet; in Valderrubio hangt de hoed van Federico García Lorca aan de kapstok, en dat is bijna de hoed die je had gewild.

De mooiste reis die ik niet hoef te maken, kwam ik tegen in Barnabooth van Valery Larbaud, met twaalf gedichten in de vertaling van Paul Claes (Vleugels; euro 20,85). De dandy Larbaud verzon de rijke wereldreiziger Barnabooth en liet die in 1908 zwierige gedichten schrijven, waarvan er een begint met 'Un matin, à Rotterdam, sur le quai des Boompjes,/ (C'était le 18 septembre 1900, vers huit heures)'.

Voor een Nederlandse lezer is dat al sensationeel. Een ochtendscène, twee vriendinnen nemen kussend afscheid alvorens naar hun werk te gaan, een moment van roerloosheid terwijl de treinen, sleepboten en passanten om hen heen bewegen.

Viel Larbauds oog op die naam doordat Boompjes met beau begint? Ver vóór de bommen van mei 1940 heeft hij heroïsch reddingswerk verricht. Alleen in dit gedicht is le quai des Boompjes ongehavend gebleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden