Lezen is een werkwoord

Boekenweek

Voor de nieuwe Günter Grass moet je even gaan zitten. Maar die moeite wordt beloond in de tweede helft, stelt Arjan Peters, waar een magistraal slotwoord wacht.

Beeld Harshagen & Hrastar

Lekker zitten is anders, hoorde Gerrit Rietveld (1888-1964) wel van lui die in zo'n rood-blauw onding van hem hadden plaatsgenomen. Op dat gemekker had de Utrechtse meubelontwerper dit terug: als je zin hebt om te slapen, ga je maar naar bed. Zitten is een actieve bezigheid, mensen.

Daar moet vertaler Jan Gielkens aan denken als hij de lezer in het nawoord bijpraat over De woorden van Grimm (Meulenhoff; euro 29,95), de laatste roman van Günter Grass, met lange zinnen vol verwijzingen en taalspelletjes. Lekker weglezen is er niet bij, op de vierhonderd pagina's van deze mengeling van memoires, een historische roman over de gebroeders die behalve ontelbare sprookjes ook de eerste letters van het woordenboek van de Duitse taal te boek stelden, én de fictie van een ontmoeting tussen de negentiende-eeuwse broers en de schrijver in Berlijn. Lezen is namelijk een werkwoord.

Een bejaarde schrijver die zijn liefde voor de taal gaat bezingen, zoiets kan ontaarden in gebbetjes die aan cabaretiers doen denken. En omdat Jan Gielkens ons tot oplettendheid heeft gemaand, kunnen we er moeilijk naast kijken wanneer Grass opzichtig gaat dollen als wijlen Gaaikema.

Het derde hoofdstuk gaat over de letter die u al raadt. 'En samen met de chemie censureerde hij alle chemicaliën, hij gaf de chemische industrie geen kans om zich, vreemde woorden uitbroedend, in zijn kolommen te ontwikkelen, hoewel dat niet verhinderde dat ze verre en nabije markten met steeds nieuw gedraaide pillen voerde tot ze, als in concerns verenigde economische grootmacht, zo alomvattend heerste dat artsen, apothekers en politici corrupt werden en naar haar pijpen dansten.'

Tot er in de tweede helft van het boek een dramatische scène volgt; het is 1862, een van de broeders Grimm is al dood, de nog levende Jacob is pas bij de letter F in het woordenboek, hij weet al dat het bij leven nooit gaat afkomen. Dan valt hij, bij de inrichting van zijn bibliotheek, achterover van een ladder. Grass: 'Ik zie hem vallen. Hij schuift weg, grijpt al vallend een boekenkast beet, zoekt houvast aan boeken, die samen met hem vallen (...). Hij stoot zijn hoofd, ligt op de grond, blijft liggen. Bloed kleurt zijn zilvergrijze haar. Om hem heen de met hem gevallen boeken, dikke zijn erbij, folianten.'

Magistraal slotwoord. Want waar waren we gebleven? O ja, bij de F.

Ineens wordt de uit de hand gelopen hobby een heroïsche roeping. Want zonder woorden bestaan we niet. Het zegt ook veel dat de broeders tijdens hun klus sneefden.

Nu Grass de balans opmaakt, merkt hij toch nieuwsgierig te blijven 'naar de asperge- en de aardbeientijd'. Dat is een liefdesverklaring; zo lang je naar de a uitkijkt, houd je het einde op afstand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.