Lexicografisch instituut werkt aan nieuwe Groene Boekje 'Spelling is voor veel mensen emotie'

Sinds vorig jaar is het Instituut voor Nederlandse Lexicografie bezig met de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal. Het zogeheten Groene Boekje zal naar verwachting in de loop van 1997 van kracht worden....

Van onze verslaggeefster

Ellen van den Boomgaard

LEIDEN

'Ik wil een Groen Boekje maken waar geen discussie over is', zegt P. van Sterkenburg, directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicografie (INL). Zijn instituut is sinds vorig jaar bezig met de samenstelling van de nieuwe Woordenlijst van de Nederlandse Taal, het zogenoemde Groene Boekje.

Aanvaarding van een nieuwe woordenlijst zonder commentaar is uitgesloten, weet Van Sterkenburg . 'Het is namelijk nooit goed, omdat iedereen er een mening over heeft. Je kunt er meewarig over doen, maar spelling is voor veel mensen emotie. Als je echter iedere verandering ziet als een aanval of aantasting van je instrument, ben je niet geschikt voor dit werk.

'Voor mij is spelling emotieloos. Of het nu sjampanje of champagne wordt, dat maakt mij niet uit. Als historisch taalkundige heb ik alle denkbare schrijfwijzen van een woord wel gezien. Ik ben niet meer verrast door een bepaalde manier van spellen.' Zolang de spelling wordt opgebouwd vanuit een consistent systeem, kan Van Sterkenburg zich erin vinden.

Dat was ook het geval bij het voorstel van de commissie-Geerts begin vorig jaar, maar de ministers van Taalunie vonden dit te ingrijpend en stemden uiteindelijk in met een beperkte spellingwijziging. Kern van die veranderingen is dat de huidige voorkeurspelling, met een beperkt aantal wijzigingen, de enig toelaatbare spelling wordt.

Met die opdracht stelt het INL de woordenlijst samen, die begin juni klaar moet zijn. Probleemgevallen worden gesignaleerd en voorgelegd aan de Taaladviescommissie van de Taalunie, die uiteindelijk beslist over de 'juiste' spelling van het woord.

Onlangs werd bekend dat het nieuwe Groene Boekje aanzienlijk uitgebreider zal zijn dan de huidige lijst, die dateert van 1954: zo'n 125 duizend woorden, tegenover 67 duizend uit de editie van 1954. Het selecteren van de woorden is het grootste probleem, legt Van Sterkenburg uit. 'We hebben besloten dat slechts die woorden worden opgenomen die behoren tot het Nederlands van de hedendaagse maatschappij.' Voor het gemak is gekozen voor het Nederlands van na de Tweede Wereldoorlog.

Het INL put voor de lijst uit de taaldatabank van het Nederlands, die miljoenen woorden omvat. De databank bevat taalgegevens over het Nederlands van de twaalfde tot en met de 21ste eeuw. Het instituut maakt vervolgens een selectie van woorden waarmee de doorsnee-gebruiker uit de voeten kan en hanteert daarbij drie criteria: frequentie, spreiding en actualiteitswaarde.

Van Sterkenburg: 'Frequentie alleen is niet voldoende. Als we bijvoorbeeld aan de databank het dagboek van de opzichter van de kinderboerderij toevoegen, kan dat woorden opleveren die ergens anders nauwelijks voorkomen, zoals hangbuikzwijnwijfje.' Een mooi woord voor de databank, maar niet voor het Groene Boekje, want de enige bron is het dagboek van de opzichter. Een woord moet dus in twee of meer verschillende bronnen voorkomen.

Het begrip actualiteitswaarde wordt ruim gehanteerd. 'Allerlei eendagsvliegen van het type Vietnamerikaantje wijzen we af, maar als we vermoeden dat het woord vaker voorkomt, dan nemen we het op.' Tempobeurs en schnabbel-prof zijn mooie voorbeelden, volgens Van Sterkenburg.

De taaldatabank bevat ook ruim zesduizend Vlaamse woorden. Het Groene Boekje zal er daarvan zo'n vijftienhonderd - 'hoogstens tweeduizend' - opnemen. Het zijn woorden die in Vlaanderen algemeen aanvaard zijn en die in Nederland niet voorkomen (rijkswacht voor marechaussee, brugpensioen voor vut). Volgens Van Sterkenburg is er geen enkele reden dergelijke woorden niet gelijkwaardig te behandelen met hun Nederlandse equivalenten. 'Het Vlaams zit niet meer in het verdomhoekje, het is geaccepteerd als volwassen taal met onderscheidende woorden.' Hij sluit het niet uit dat er in de toekomst ook Nederlandse woorden in het Groene Boekje zullen worden opgenomen, die uitsluitend in Surinaamse context worden gebruikt. 'Boslandonderwijzer en examenbureau, bijvoorbeeld.'

Het aantal inconsequenties in de nieuwe lijst ('ik heb het liever over uitzonderingen op de regel') wordt tot een minimum beperkt. 'Maar je moet wel van hele goeden huize komen om het sterk ingeburgerde oktober (tegenover octaaf) weer te schrijven als october.' Of het nu bureau of buro wordt, mag en wil hij niet zeggen.

Niet alleen Van Sterkenburg houdt de lippen op elkaar; iedereen die maar iets met de nieuwe woordenlijst te maken heeft, hult zich in een diep zwijgen. Pas in de loop van het jaar komt hieraan een eind. Begin juni levert het INL de nieuwe woordenlijst in. De Taalunie zal de lijst vervolgens tegelijkertijd aanbieden aan alle uitgevers, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. De spellingwijziging moet in 1997 officieel ingaan, als het onderwijs en uitgevers de gelegenheid hebben gekregen hun materiaal aan te passen.

Van Sterkenburg verwacht geen applaus als het nieuwe Groene Boekje verschijnt. Wel veel commentaar. 'Maar ik heb eelt op mijn ziel. In deze job moet je kunnen incasseren.' Voor hem is het Groene Boekje 'geslaagd' als 'het grote publiek de norm die in het boekje staat, als een redelijke norm beschouwt'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.