'LeWitt is afhankelijk van onze goede trouw'

Het ene rode vlak is het andere niet. Zoveel wijzer is de kunstwereld wel geworden na de restauratie van Who's afraid of Red, Yellow and Blue....

Van onze medewerkster

Wilma Sütö

AMSTERDAM

Het behoud van moderne kunst roept telkens nieuwe vragen op, en over de antwoorden zijn de deskundigen het niet altijd eens. Volgens het Haags Gemeentemuseum kunnen de vier wandschilderingen die onlangs sneuvelden, bij de renovatie van het gebouw, eenvoudig worden hersteld. Niele Toroni, Lawrence Weiner, Sol LeWitt en Günter Tuzina zijn immers 'concept-kunstenaars'. Zolang de plannen van hun werk bewaard worden, is onrust onnodig, stelt directeur Hans Locher.

De ervaring leert anders, weet Marianne Brouwer, hoofd van de Jan van Eyck Academie in Maastricht, en tot voor kort conservator bij Museum Kröller-Müller. In 1993 vroeg daar een vuile muurtekening van Sol LeWitt om restauratie. 'Ik dacht eerst: we doen het gewoon over', bekent Brouwer. 'Maar een vroege tekening, zoals deze uit 1972, kent weer een andere procedure dan later werk. LeWitt heeft diverse specialisten in dienst, die bij elke uitvoering zijn aanwijzingen opvolgen. Hij is nu 70. Je houdt je hart vast bij de gedachte dat hij straks weg is.'

Omdat andere musea ook kampten met zulke dilemma's, werd in 1995 de stichting Behoud Moderne Kunst opgericht. Die stelt handleidingen op voor conservering van kunst. Daarnaast belegt ze, met het Instituut Collectie Nederland, interviews met kunstenaars, om hun 'bij leven toegenomen wijsheid over het eigen oeuvre' te benutten, en kennis te vergaren over hun gebruik van materiaal en techniek.

Het eerste interview in 1995 was met LeWitt. Brouwer: 'Daar blijkt helder uit hoe nauw het luistert met reconstructies. Een LeWitt lééft op de muur. Dat is een verschil met Mondriaan, die nog zocht naar een eenheid door zijn doeken plat op de wand te hangen. Barnett Newman maakte zijn werk zo groot dat het je bijna omringt. Bij LeWitt gebeurt dat echt. Mondriaan, Newman en hij staan in dezelfde lijn. Alleen kun je een LeWitt niet zomaar verplaatsen, die is fragieler, afhankelijk van onze goede trouw.'

Verwarring over de term 'conceptkunst' mag buitenstaanders te vergeven zijn, Brouwer acht het kwalijk dat een conservator het woord nog uitlegt naar de letter. LeWitt heeft vroeger zelf verklaard dat zijn ideeën gemakkelijk gereproduceerd kunnen worden. Maar, voegt Brouwer toe, we weten nu dat ook de ontstaansgeschiedenis en de locatie van een werk essentieel zijn.

'In Den Haag zijn originelen vernietigd. Niele Toroni schildert zelf op de muur. Zijn handschrift is weg. Dat gaat aan de restauratie-ethiek voorbij. Berlage's architectuur kan nog zo mooi zijn, overeind blijft dat daarin gemeengoed is ondergebracht van internationale betekenis. De Sol LeWitt was één van de indrukwekkendste uit zijn oeuvre.'

Hoe ver reikt de macht van een museumdirecteur? Volgens Evert van Straaten, directeur van Museum Kröller-Müller en voorzitter van de stichting Behoud Moderne Kunst, druist het 'tegen de gedragsregels in om delen uit een publieke collectie te vernietigen zonder de ethische procedures te doorlopen'. Die prodecures behelzen naast overleg met de betrokken kunstenaars, ook de instemming van het bevoegd gezag - hier de gemeente Den Haag.

Zomin als de kunstenaars, wist de Haagse wethouder van cultuur Louise Engering dat de grondige museumrestauratie ten koste zou gaan van de wandschilderingen. 'Als zodanig is er niet over gedebatteerd, omdat onze deskundigen een andere mening aanhangen. Zij spreken niet van destructie. Hoe gevoelig dit ligt, blijkt uit de verontruste reacties achteraf', zegt zij.

Van Straaten erkent dat een museum argumenten kan aanvoeren om beelden uit de collectie te verwijderen. Zelf bewaart hij in Kröller-Müller, verstopt achter een valse muur, een enorm wandreliëf van Richard Long, door de kunstenaar eigenhandig uit klei gemaakt. 'Als ik die steeds laat zien, kan ik de zaal voor niks anders gebruiken.' Wat in Den Haag gebeurd is, vindt hij ethisch onverantwoord. 'Zo ga je niet met kunstwerken om.'

Brouwer en Van Straaten menen beiden dat in Berlage's traphallen 'een monumentale driehoeksverhouding' bestond tussen het werk van de kunstenaars, de architect en de gegeven collectie. Van Straaten, indertijd lid van de Haagse aankoopcommissie, herinnert zich dat het ging om 'een structurele versterking van de verzameling minimal en concept art', in het verlengde van de ruim vertegenwoordigde Mondriaan. Toroni ontleende het rood, geel en blauw waarmee hij de muren beschilderde direct aan Mondriaans Compositie uit 1921, in één van de zalen verderop.

Dat directeur Locher, met een beroep op Berlage's architectuur, witte traphallen wenst, wordt dubieus gevonden. Brouwer kan niet meegaan in de redenering dat 'het gebouw als kunstwerk de andere kunstwerken overtreft'. Van Straaten: 'Het is raar dat je daar als directeur zo sterk op inzet, dat je andere belangrijke overwegingen rücksichtlos wegwuift. De eigen tijd laat zich niet buiten sluiten. Ook deze renovatie kent vele compromissen. Locher kan zijn aanspraken op een pure architectuur nooit waarmaken, daarin jaagt hij een illusie na.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden