Levi Roboam knipt ook vogeltongen

Eén keer verdwaalt Charles de Coster op zijn tocht door Holland, als hij van Den Haag naar Scheveningen wil wandelen....

ADRIAAN DE BOER

Het is 1877, tien jaar eerder heeft de Franstalige Brusselaar Charles Théodore Henri De Coster een boek geschreven dat hem beroemd maakte, Tijl Uilenspiegel. In opdracht van een tijdschrift Le Tour du Monde bezoekt hij Amsterdam, vanwaaruit hij tochten onderneemt door Noord-en Zuid-Holland. Hij bezoekt Zaandam, Broek in Waterland, Monnickendam, Volendam, Hoorn en Scheveningen, en maakt de oversteek naar de eilanden Marken en Urk. Hij is een scherp waarnemer en heeft zich uitstekend op zijn reportagereis voorbereid, hij knoopt overal gesprekken aan en is in alles geïnteresseerd. Ook toont hij zich bescheiden en mild - bijna nergens valt in zijn aantekeningen een onvertogen woord over Holland en zijn bewoners.

Na zijn terugkeer in Brussel werd hij ziek. De deels uitgewerkte notities werden pas gepubliceerd na zijn overlijden in mei 1879. Uitgeverij Wereldbibliotheek geeft zijn verslag opnieuw uit: Zijn vrouw zet bloedzuigers (¿ 24,50). De zinsnede is afkomstig van een uithangbord in de Amsterdamse jodenbuurt, waarop te lezen valt wat ene Levi Roboam, koopman in sigaren, lekkertjes, zuurtjes en kwaad ijzer, nog meer te bieden heeft. Tevens is hij boodschaploper voor de geburen, hij knipt vogeltongen en 'snijt honds en katte worm; zijne vrouw houd kinder-school, zet bloedzuigers en maakt schriftlektuer voor ongeleerden'.

De Coster prijst het liberale klimaat in de hoofdstad en ook de politie komt er goed van af. In een casino ('theaters van de zevende of achtste rang') woont hij een voorstelling bij, 'waar het Hollandse volk vertrouwd wordt gemaakt met alle liederen, van welk gehalte ook, waarmee zich een deel van de bevolking van Parijs amuseert. (. . .) Als men zelf in de zaal heeft gezeten, beseft men dat men hier in een werkelijk vrij land is. De overheid, vertegenwoordigd door de politie, grijpt alleen in om te applaudisseren (. . .), en het uniform van de agenten is zeer elegant.'

Naar Broek in Waterland reist hij per trekschuit, voortgesleept door een paard waarop een kind zit dat meestal zeer levenslustig is. Bij mooi weer nemen de mannen plaats boven op de kajuit, 'de imperiaal van deze waterdiligence'. De trekschuit heeft als voordeel dat je niet heen en weer geschud wordt, zoals in de zware rijtuigen waarvan de wielen schreeuwen als het bergop gaat en kreunen als hij bergafwaarts rijdt. Daarbij vergeleken is dit zweven, 'als in een droom'. Het zijn de enige passages die hij aan het vervoermiddel wijdt; de ondertitel Een reis per trekschuit door Holland is misleidend. Broek valt tegen: alles is er bouwvallig.

Zijn notities over Marken houden abrupt op en uit wat flarden tekst valt op te maken dat De Coster Urk aandeed vanuit Kampen, waarvoor hij een grote omweg moest maken, 'bijna door heel Nederland'. Een postboot is er niet, hij vaart mee met twee vissers, grote kerels van zes voet lang. Voor tien gulden en wat sigaren mag hij op en neer. Terug in Kampen valt een kille regen en glimmen de straatlantaarns roodachtig in de nevel.

Adriaan de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden