Levensverzekeringen al snel meest winstgevende tak van verzekeringsbedrijf

DE NEGENTIENDE eeuw was de eeuw van de industriële revolutie. Logisch zou zijn de dienstenrevolutie in de twintigste eeuw te plaatsen: eerst eten en daarna pas bankieren en verzekeren....

Terwijl de grote industriële concerns en detailhandelbedrijven (Philips, Albert Heijn, Koninklijke Olie, Vroom & Dreesmann) soms met hangen en wurgen onlangs het eeuwfeest konden vieren, zijn de financiële instellingen bezig gezond en wel hun 150-, 200- of 250-jarig bestaan luister bij te zetten. Verzekeraars leven blijkbaar langer. Het enige probleem is dat de oorspronkelijke naam veelal verloren is gegaan in de fusiegolven van de jaren zestig en negentig. Banken en verzekeraars zijn uitgegroeid tot grote internationale financiële conglomeraten met zouteloze namen als Fortis, Delta Lloyd, ING Groep, Aegon en ABN Amro.

Misschien zijn de verzekeraars daardoor wel in een identiteitscrisis geraakt. In de afgelopen jaren zijn ze naarstig op zoek gegaan naar hun historie. In 1986 werd in Werken aan zekerheid de twee eeuwen verzekeringsgeschiedenis van Aegon vastgelegd. Vier jaar later volgde Van oude naar nieuwe Hoofdpoort - De geschiedenis van het Assurantieconcern Stad Rotterdam anno 1720. En nu is in een tijdsbestek van amper een jaar de historie van achtereenvolgens Delta Lloyd, Amev en Nationale-Nederlanden beschreven.

Het gedenkboek Op weg naar Delta Lloyd- 'Een boek over mensen', geschreven door oud-bestuursvoorzitter P. Adriaanse van de Amsterdamse verzekeraars, biedt de meest gedetailleerde geschiedschrijving. Adriaanse heeft zich beperkt tot een periode van 75 jaar, waarvoor hij kon putten uit de dagboeken van een van de rechtsvoorgangers van Delta Lloyd, de Hollandse Sociëteit. De oudere geschiedenis van de Hollandse Sociëteit is begin deze eeuw al vastgelegd.

Het boek heeft geen wetenschappelijke pretentie. De boeken over de geschiedenis van Amev en Nationale-Nederlanden, Voorzorg & de Vruchten - Het verzekeringsconcern AMEV: zijn wortels en vertakkingen van 1847 tot 1995 en Ondernemend in Risico - Bedrijfsgeschiedenis van Nationale-Nederlanden 1845-1995, hebben dat wèl. Zij zijn allebei geschreven door medewerkers van het Nederlands Economisch-Historisch Archief (NEHA) in Amsterdam en bestrijken een veel langere periode.

De verzekeringsbranche heeft een gezamenlijk kenmerk. Fusies en overnames lopen als een rode draad door de drie boeken. Bijna continu overlegden de directies van verzekeraars met de concurrenten over samenwerking en samengaan. Steeds opnieuw veranderden daardoor de namen van de bedrijven.

In de negentiende eeuw wist de burgerij aan de naam van de verzekeraar nog waar en waarvoor men zich verzekerde. De namen van de begrafenisverzekeraars waren toen bijvoorbeeld 'Gedenk te sterven', 'Zorg voor den dag dien gij niet beleeft' en 'Leeniging bij smart, is balsem voor het hart'. Schadeverzekeraars heetten de Tielse, de Algemeene Friesche, de Utrechtse of de Groot-Noordhollandsche.

Opvallend is dat de verzekeraars die zo lang hebben kunnen overleven of die de macht in de huidige grote financiële concerns hebben gegrepen, van oorsprong vrijwel allemaal begrafenis- of levensverzekeraars en geen schadeverzekeraars waren. De Utrechtse begrafenisverzekeraar 'Let op uw einde', opgericht in 1847, is de voorloper van Fortis-Amev. De Hollandse Sociëteit voor Levensverzekeringen, de rechtsvoorganger van Delta Lloyd, werd in 1807 in Amsterdam opgericht.

De Hollandse Sociëteit was de eerste moderne kapitaalverzekeraar, die gebruik maakte van wiskundige technieken en sterftetabellen om premies en uitkeringen vast te stellen. Maar zij had het karakter van een voorname, elitaire en in beperkte kring werkende onderneming. Pas vijftig jaar later werd haar voorbeeld gevolgd. De in 1863 in Rotterdam opgerichte Nationale Levensverzekering-Bank, een van de twee pijlers waarop Nationale-Nederlanden is gebouwd, bood op basis van deugdelijke actuariële grondslagen ook kleine verzekeringen aan.

De Nationale werd hiermee de grootste levensverzekeraar van het land. De marketing-methode voor de massa was weinig subtiel. Een citaat uit de brochure van de Nationale: 'Duizenden en tienduizenden mannen sterven, en hunne vrouw en kinderen dalen trapsgewijze, maar des te smartelijker, van het genot der gemakken, die zij, zoo de huisvader nog leefde en werken kon, genieten zouden, tot armoede, gebrek en helaas al te dikwerf tot misdaad.'

Levensverzekeringen bleken al snel de meest winstgevende tak van het verzekeringswezen. Dank zij sterftetabellen zijn de toekomstige uitkeringen vrijwel exact in te schatten. Schadeverzekeraars hebben het veel moeilijker. Zij kunnen onverwacht met grote catastrofes worden geconfronteerd. Niettemin is de andere pijler van Nationale-Nederlanden van oorsprong een schadeverzekeraar. De door een Zutphense eikeschorshandelaar opgerichte Nederlanden van 1845 ontwikkelde zich in enkele tientallen jaren tot de grootste brandverzekeraar.

Het succes van deze maatschappij was gebaseerd op grote omzichtigheid. Inspecteurs kropen zelfs in de schoorstenen om te zien of er houten balken in uitkwamen. Ook voerde de maatschappij preventieve maatregelen door. Zo kregen brandweerkorpsen de beschikking over nieuwe brandspuiten. Maar De Nederlanden had ook geluk. Toen in 1862 een brand een groot deel van Enschede verwoestte, bleek de maatschappij er geen enkele verzekering te hebben lopen.

Tussen 1885 en 1887 werd De Nederlanden van 1845 geconfronteerd met een serie grote branden. De directie onderkende een paar oorzaken: het recent ingeburgerde gebruik van lucifers en petroleum, en de slechte economische situatie in het landbouwbedrijf die tot meer brandstichting leidde. Besloten werd een eigen risico voor boerderijen in te voeren. De toenmalige directeur Carel Henny zette een nog belangrijker stap: De Nederlanden van 1845 ging ook levensverzekeringen verkopen. Hij nam nog een derde besluit: hij verplaatste het hoofdkantoor van Zutphen naar het modaine Den Haag.

De begrafenisverzekeraar 'Let op uw einde' was op dat moment al geëvolueerd tot de nieuwe levensverzekeringsmaatschappij Utrecht. In tegenstelling tot de Nationale en De Nederlanden was de Utrecht een puur familiebedrijf, waar de zonen van bestuursleden automatisch tot nieuwe bestuurders waren voorbestemd. Ook deze maatschappij ontwikkelde zich begin deze eeuw tot een vooraanstaand concern.

De verzekeringsmarkt groeide in de negentiende eeuw snel. De belangrijkste oorzaak was de demografische ontwikkeling. Tussen 1815 en 1899 steeg de bevolking van 2,2 miljoen tot 5,1 miljoen burgers. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren de Kosmos en de Algemeene Maatschappij voor Levensverzekering en Lijfrente nog de grootste verzekeraars van het land. Maar zij hadden hun geld in het buitenland belegd. Toen de munteenheden van Duitsland, Rusland en Oostenrijk verstoord raakten, werden hun beleggingen waardeloos. De beide maatschappijen gingen ten onder.

In 1922 kwam naar aanleiding van het bankroet van deze verzekeraars de Wet op het Levensverzekeringsbedrijf tot stand, waarbij toezicht van overheidswege werd geregeld. In 1930 was de Nationale Levensverzekerings-Bank de grootste Nederlandse verzekeraar. De Utrecht stond op de tweede plaats, De Nederlanden van 1845 zesde en de chique Hollandse Sociëteit, die in 1928 A. Brenninkmeijer van C & A met het eerste grote collectieve personeelscontract nog de deur wees (de Nationale accepteerde het contract wel), tiende. De Nederlanden van 1845 was tegelijkertijd de grootste schadeverzekeraar van het land.

Tot 1960 veranderde er weinig. De Nationale en De Nederlanden van 1845 werden geleidelijk elkaars grote concurrenten. Beide verzekeraars namen een volksverzekeraar over, Victoria en Vesta, en kochten een hypotheekbank, de Arnhemsche en de 's-Gravenhaagsche. In 1932 richtten ze een gezamenlijke onderneming op die collectieve verzekeringen ging verkopen.

De groei bleef onstuimig. Voor levensverzekeringen waren de jaren dertig en veertig niet slecht. Tussen 1930 en 1949 groeide het aantal kapitaalverzekeringen van 1,1 tot 3,6 miljoen en het aantal volksverzekeringen van 8,5 tot 14,8 miljoen. De valuta-onrust in de jaren dertig deed veel mensen uitwijken naar levensverzekeringen als veilige belegging.

Tijdens de bezetting was het onmogelijk geld naar het buitenland over te hevelen. Tevens nam de schaarste aan consumptiegoederen toe. Toen in 1941 levensverzekeringspremies aftrekbaar werden van de belastingen, namen levensverzekeringen een hoge vlucht. Ook de schadesector draaide door. Ondanks de oorlogsschade waren de resultaten goed, vooral omdat brandstichting nauwelijks meer voorkwam nu er zo weinig nieuwbouwmogelijkheden waren. 'De produktie van verzekeringen bleef in de oorlogsjaren op peil en was vanaf 1942 zelfs aanmerkelijk hoger dan in de vooroorlogse jaren', schrijven Van Gerwen en Verbeek in het Amev-gedenkboek.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de verzekeringsmarkt nog veel sterker. In 1951 bedroeg het premieniveau van de Nederlandse schadeverzekeraars 211 miljoen gulden en dat van de levensverzekeraars 494 miljoen gulden. In 1991 waren deze getallen respectievelijk 16,7 miljard en 21,8 miljard gulden. Inbraak- en autoverzekeringen zorgden voor nieuwe markten. De invoering van de AOW in 1956 leek aanvankelijk de groei van levensverzekeringen te doorkruisen. Maar topman Niemeijer van de Nationale sprak in 1956 de profetische woorden: 'Ik geloof dat de gewone man zal beseffen dat de AOW slechts voorziet tegen nooddruft en het voor hem dus noodzakelijk is zijn inkomen na zijn 65ste te verhogen door zelf te werken.'

Toch was autonome groei niet voldoende. In het begin van de jaren zestig volgde een grote fusie- en overnamegolf. De Nederlanden van 1845 en de Nationale Levensverzekerings-bank, op dat moment al de twee grootste verzekeraars van Nederland, namen het voortouw. In april 1963 gingen zij samen op in Nationale-Nederlanden. Doelstelling was niet alleen de grootste marktpartij in Nederland te blijven, maar ook een belangrijke verzekeraar over de grenzen te worden na de totstandkoming van de Europese Gemeenschap in 1957.

Met deze fusie was de concurrentie onmiddellijk gedegradeerd tot kabouters. Zij reageerden aanvankelijk zuur, maar kozen snel eieren voor hun geld. De Utrecht vormde samen met de Holland van 1859 uit Dordrecht en de HAV Bank uit Schiedam de verzekeraar Amev. De Eerste Nederlandsche en Nillmij gingen op in Ennia. De Algemeene Friesche, de Groot-Noordhollandsche en Olveh vormden AGO. Iedereen praatte met iedereen. In 1969 kwam Delta Lloyd tot stand: een fusie van de Hollandsche Sociëteit, Amstleven en de Nederlandsche Lloyd.

In 1971 speelde zich een groot fusiedrama af. Een jaar lang onderhandelden de topmensen van Amev, AGO en Delta Lloyd in het diepste geheim over het vormen van een combinatie die Nationale-Nederlanden naar de kroon zou steken. Het plan liep stuk, omdat de bestuurders het niet eens konden worden over de verdeling van de topposities. 'Fusie betekent onderlinge oorlog, waarbij iedereen zijn positie probeert veilig te stellen', werd tijdens het fusieproces opgemerkt. 'Uit het drama blijkt wel hoe belangrijk het persoonlijke element tijdens fusiebesprekingen is', schrijven de auteurs van Voorzorg & de Vruchten'.

Uiteindelijk koos AGO voor een samengaan met Ennia en liet Delta Lloyd zich overnemen door het Britse concern Commercial Union. Amev en Nationale-Nederlanden besloten pas in het begin van de jaren negentig tot de volgende fusiestappen.

Peter de Waard

P. Adriaanse: Op weg naar Delta Lloyd - 'Een boek over mensen'.

Uitgave Delta Lloyd.

ISBN 90 9007441 4.

J.L.J.M. van Gerwen & N.H.W. Verbeek: Voorzorg & de Vruchten - Het verzekeringsconern AMEV: zijn wortels en vertakkingen van 1847 tot 1995.

NEHA, Amsterdam.

ISBN 90 71617 88 2.

J. Barendregt & T. Langenhuyzen: Ondernemend in Risico - Bedrijfsgeschiedenis van Nationale-Nederlanden 1845-1995.

NEHA, Amsterdam.

ISBN 90 71617 90 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden