Levensverzekering vraagt om actie

Als de jarenlang opgebrachte levensverzekeringspremies of koopsompolissen eindelijk tot uitkering komen, eist de fiscus dat met de opbrengst een lijfrente wordt aangeschaft....

Honderdduizenden Nederlanders hebben in de afgelopen jaren een kapitaalverzekering, een levensverzekering of koopsompolis, aangeschaft, meestal met het doel de oude dag financieel een wat zonniger aanzien te geven. Voor een toenemend aantal mensen nadert de dag waarop de destijds - fiscaal aftrekbare - koopsom of de jarenlang betaalde premies tot uitkering komen. Dat is niet het moment om achterover te leunen, maar om juist in actie te komen.

De Belastingdienst eist dat uiterlijk drie maanden na de einddatum van de kapitaalverzekering voor het vrijgekomen bedrag een lijfrente in een of andere vorm moet worden aangeschaft. Dat hoeft niet te gebeuren bij dezelfde verzekeraar als waar de klant destijds zijn polis afsloot, tenzij die verzekeraar dat indertijd contractueel heeft bedongen. De polishouder kan dus op zoek naar de verzekeraar die hem en lijfrente biedt tegen de beste voorwaarden.

Meestal zal de verzekeraar waar de polis destijds is afgesloten tegen het eind van de looptijd ook een aanbod doen voor de een of andere vorm van lijfrente. Over het algemeen zijn dit standaardoffertes. De meeste verzekeraars doen weer wel een offerte waarbij de klant de keuze heeft uit meerdere uitkeringsvormen: levenslang of een tijdelijke lijfrente voor bijvoorbeeld vijf of tien jaar.

De keuze hang sterk af van de persoonlijke omstandigheden. Het kan zijn dat de polishouder de uitkering op het moment dat de kapitaalverzekering afloopt, nog niet nodig heeft omdat hij nog een aantal jaren wil blijven werken. Verlenging van de (kapitaals)opbouwfase ligt dan voor de hand. Het kapitaal rendeert in deze periode gewoon door.

Verlengen kan bij de maatschappij waar de polis is afgesloten, maar ook bij een andere verzekeraar. Wanneer het gaat om een verlenging van meer dan twee of drie jaar kan het afstorten van de polis bij een andere verzekeraar soms een hoger eindkapitaal opleveren. Bij een verleging voor een kortere periode is het vanwege de kosten meestal niet interessant over te stappen naar een andere verzekeraar. Ook kan het fiscaal voordelig zijn de ingangsdatum van de lijfrente uit te stellen tot de 65-jarige leeftijd.

Jaarlijks verkassen ongeveer tienduizend uitkeringen van kapitaalpolissen van de ene verzekeraar naar de andere, volgens een grove schatting van het Verbond van Verzekeraars. Het gaat dan om uitkeringen met een gemiddelde waarde tussen de 50 duizend en 100 duizend euro. Elk jaar verschuift er dus een bedrag van rond 750 miljoen euro binnen de kring van verzekeraars.

Het overstappen van de ene naar de andere verzekeraar is dus volstrekt gebruikelijk, maar desondanks is de branche er nog steeds niet helemaal in geslaagd een methode te vinden om die operatie gegerandeerd soepel te laten verlopen. Pas op 1 januari 2004 heeft het Verbond de Overeenkomst Stroomlijning Kapitaaloverdrachten opgesteld waaraan verzekeraars vrijwillig kunnen deelnemen. Inmiddels heeft 60 procent van de markt zich bij dit initiatief aangesloten en het Verbond verwacht dat de rest binnen afzienbare tijd zal volgen.

De belangrijkste klacht van verzekerden die de uitkering van een kapitaalverzekering willen omzetten in een lijfrente bij een andere verzekeraar is dat de overdracht vaak dermate tijdrovend is dat de verzekerde financieel nadeel ondervindt. De belangrijkste oorzaak is dat de overdragende verzekeraar heel wat informatie moet verzamelen en dat vaak niet helder is geregeld welke gegevens de verzekeraar moet aanleveren en binnen welke termijn.

Het Verbond noemt als voorbeeld het geval dat een uitkering wordt overgeboekt als gevolg van overlijden (expiratie). In dat geval moet de verzekeraar checken of de verzekerde ook daadwerkelijk is overleden. 'Dat kost tijd, zeker als de nabestaande pas een paar weken na het overlijden doorgeeft dat de verzekerde is overleden. Het ligt niet altijd aan de verzekeraar dat de overdracht langzaam verloopt', zegt Norbert Schulz van het Verbond in een de publicatie waarin de nieuwe overeenkomst voor de overdracht van kapitaaloverdrachten wordt aangekondigd. Hoe vreselijk ingewikkeld kan het zijn om vast te stellen dan een klant daadwerkelijk overleden is?

Vertraging bij de overdracht kan de klant nadeel berokkenen. In de tijd dat de overdragende verzekeraar alle gegevens bij elkaar zoekt, vraagt de verzekerde meestal een of meerdere offertes aan bij andere verzekeraars. Maar die offertes hebben, gezien het belang van de rentestand, slechts een beperkte houdbaarheid. Op het moment dat de overdragende verzekeraar alle gegevens compleet heeft, is de kans groot dat de offerte niet meer geldig is. De verzekerde moet dan weer van voor af aan beginnen.

Ook kan renteverlies ontstaan over de periode tussen het vrijkomen van de uitkering en de overdracht. De verzekeraar biedt geen compensatie voor de latere aanwending van het kapitaal. Als met de overdracht maanden heen gaan, is de kans zelfs aanwezig dat de fiscus zich meldt, omdat de 'redelijke termijn' om een uitkering om te zetten in een lijfrente is overschreden.

Niets doen na het aflopen van de kapitaalverzekering is onder meer om die reden geen optie. Bovendien is de achterover leunende verzekerde een dief van zijn eigen portemonnee. Het kapitaal dat hij in vele jaren heeft vergaard, wordt na de vastgelegde looptijd bevroren en levert geen rendement meer op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden